Over het algemeen worden de Scythen beschouwd als felle krijgers te paard en vormden een veelheid van culturen uit de IJzertijd, die heersten over de Euraziatische steppes en een belangrijke rol speelden in de Euraziatische geschiedenis. In een nieuwe studie, gepubliceerd in Science Advances, worden gegevens geanalyseerd van genomen van 111 oeroude personen, afkomstig uit de Centraal-Aziatische steppe van de eerste millennia voor Christus en na Christus. De resultaten onthullen nieuwe inzichten in de genetische gebeurtenissen, welke verband houden met de oorsprong, ontwikkeling en ondergang van de legendarische Scythen van de steppes.
Luchtfoto van begraafplaatsen van de Hun-Xianbi cultuur
© Zainolla Samashev
Luchtfoto van begraafplaatsen van de Hun-Xianbi cultuur. Zowel paarden als krijgers kunnen ontwaard worden.
Vanwege hun interacties en conflicten met de belangrijkste gelijktijdige beschavingen van Eurazië hebben de Scythen een legendarische status in de geschiedschrijving en in de populaire cultuur. Zij hadden grote invloed op de culturen van hun machtige buren en verspreidden nieuwe technologieën, zoals zadels en andere verbeteringen voor het paardrijden. De oude Griekse, Romeinse, Perzische en Chinese rijken lieten alle een groot aantal bronnen na, welke, vanuit hun perspectief, de gewoonten en gebruiken beschrijven van de gevreesde krijgers te paard uit de binnenlanden van Eurazië.

Toch is er, ondanks bewijs uit externe bronnen, weinig bekend over de geschiedenis van de Scythen. Zonder een geschreven taal of directe bronnen blijft onduidelijk welke taal of talen zij spraken, waar zij vandaan kwamen en in hoeverre de verschillende culturen die over zo'n enorm gebied verspreid waren in feite aan elkaar verwant waren.

Euraziatische kaart
© Gnecchi-Rusconi, et al., 2021
Samenvattende kaarten welke de belangrijkste bevindingen van het onderzoek visualiseren. Afbeelding uit het artikel.
De overgang naar de IJzertijd en de vorming van het genetische profiel van de Scythen

Een nieuwe studie, gepubliceerd in Science Advances, door een internationaal team van genetici, antropologen en archeologen onder leiding van wetenschappers van de Afdeling Archeogenetica van het Max Planck Instituut voor de Wetenschap van de Menselijke Geschiedenis in Jena, Duitsland, helpt de geschiedenis van de Scythen te belichten met 111 oeroude genomen van belangrijke Scythische en niet-Scythische archeologische culturen van de Centraal-Aziatische steppe. De resultaten van deze studie tonen aan, dat aanzienlijke genetische verschuivingen samenhingen met het verval van de sedentaire groepen uit de Bronstijd en de opkomst van Scythische nomadenculturen in de IJzertijd. Hun bevindingen wijzen erop dat, na de relatief homogene afstamming van de herders uit de late Bronstijd, instromingen uit het oosten, westen en zuiden naar de steppe aan het begin van het eerste millennium voor Christus zorgden voor de vorming van nieuwe gemengde genenpools.

De diverse volkeren van de Centraal-Aziatische Steppe

De studie gaat nog verder en identificeert ten minste twee belangrijke bronnen van herkomst van de nomadische groepen uit de IJzertijd. Een oostelijke bron is waarschijnlijk afkomstig van populaties in het Altaj-gebergte, die zich in de loop van de IJzertijd naar het westen en zuiden verspreidden en zich tijdens dit proces vermengden. Deze genetische resultaten komen overeen met de timing en de locaties, welke in de archeologische gegevens zijn gevonden en wijzen op een uitbreiding van populaties uit de Altaj, waar de vroegste Scythische begraafplaatsen zijn gevonden, welke verschillende befaamde culturen zoals de Saka, de Tasmola en de Pazyryk verbinden die respectievelijk in het zuiden, midden en oosten van Kazachstan gevonden werden. Verrassend is dat de groepen in het westelijk Oeralgebergte afstammen van een tweede afzonderlijke, maar gelijktijdige bron. In tegenstelling tot het oostelijke geval bleef deze westelijke genenpool, kenmerkend voor de vroege Sauromatiaans-Sarmatiaanse culturen, grotendeels consistent gedurende de westwaartse verspreiding van de Sarmatiaanse culturen vanuit de Oeral naar de Pontisch-Kaspische steppe.

Het verval van de Scythische culturen in verband met nieuwe genetische verschuivingen

De studie bestrijkt eveneens de overgangsperiode na de IJzertijd, waarbij nieuwe genetische verschuivingen en vermengingen aan het licht kwamen. Deze gebeurtenissen namen toe aan het begin van het eerste millennium na Christus, gelijktijdig met het verval en vervolgens de verdwijning van de Scythische culturen uit de Centrale Steppe. In dit geval is het aannemelijk dat de nieuwe Euraziatische toevloed in verband wordt gebracht met de verspreiding van de nomadenrijken van de oostelijke steppe in de eerste eeuwen na Christus, zoals de Xiongnu en de Xianbei confederaties, alsmede met een kleine toevloed uit Iraanse bronnen welke waarschijnlijk verband houdt met de expansie van de Perzisch-gerelateerde beschaving vanuit het zuiden.
Eleke Sazy necropolis
© Zainolla Samashev
Grafheuvel 4 van de Eleke Sazy necropolis in Oost-Kazachstan
Hoewel veel van de open vragen over de geschiedenis van de Scythen niet door oeroud DNA alleen kunnen worden opgelost, toont deze studie aan hoezeer de bevolkingen van Eurazië door de tijd heen veranderden en zich met elkaar vermengden. Toekomstige studies zouden de dynamiek van deze trans-Euraziatische verbindingen verder moeten onderzoeken door verschillende periodes en geografische regio's te bestrijken, om zo de geschiedenis van verbindingen tussen West, Centraal en Oost Eurazië in het verre verleden en hun genetische erfenis in de huidige Euraziatische populaties te onthullen.

Zie: https://www.shh.mpg.de/1972917/krause-scythians?c=1935799