OF THE
TIMES
De olieprijzen stegen vrijdag nadat Iran de groeiende hoop van de markt op een akkoord op korte termijn met de Verenigde Staten had getemperd, waarmee handelaren er opnieuw op werden gewezen dat optimisme rond diplomatie en de realiteit ter plekke niet altijd met elkaar in overeenstemming zijn.
Volgens Tasnim zei de woordvoerder van het Iraanse ministerie van Buitenlandse Zaken vrijdag dat Teheran niet per se kon zeggen dat er een akkoord in zicht was. De opmerkingen volgden op dagen van gemengde berichten van beide kanten en versterkten een patroon dat oliehandelaren inmiddels maar al te goed kennen: markten stijgen op diplomatieke krantenkoppen, om vervolgens de volgende dag te proberen vast te stellen of er daadwerkelijk verandering heeft plaatsgevonden.
Een hooggeplaatste Iraanse bron had eerder tegen Reuters gezegd dat de kloof was verkleind op somminge punten, maar dat er nog geen akkoord was bereikt. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio wees ook op "enkele goede signalen," maar maakte duidelijk dat elke Iraanse poging om het verkeer door de Straat van Hormuz te beperken een rode lijn zou blijven.
Zes weken na het staakt-het-vuren lijken handelaren terughoudend om grote diplomatieke vooruitgang in de prijzen te verwerken, tenzij ze meer definitief bewijs zien. Hoewel markten herhaaldelijk op krantenkoppen reageren, hebben ze de neiging om terug te schrikken zodra het optimisme de realiteit overstijgt.
Er staat nog steeds enorm veel op het spel. De fysieke oliemarkten raken steeds krapper, de voorraden blijven dalen en de hoge brandstofprijzen wakkeren in de belangrijkste economieën de bezorgdheid over inflatie verder aan.
De onrust neemt nog verder toe na de waarschuwing van de CEO van ADNOC deze week dat de oliestroom door de Straat van Hormuz pas begin 2027 weer volledige capaciteit zal bereiken, zelfs als de vijandelijkheden per direct beëindigd zouden worden.

Werden deze gebeurtenissen in scène gezet?En we weten dat Rusland zich in de wereldpolitiek niet bezighoudt met het saboteren van infrastructuur, dus blijft er... Wat de waarheid ook moge zijn, de schade aan al deze raffinaderijen had duidelijk niet op een slechter moment kunnen plaatsvinden.
Het feit dat deze incidenten zich buiten het conflictgebied van West-Azië voordeden, leidde tot heftige speculaties over een grootschalige sabotageactie tegen energie-installaties wereldwijd. Maar we zullen wellicht nooit te weten komen of dit toevallige gebeurtenissen waren als gevolg van de belasting van raffinaderijen die tijdens de energiecrisis op maximale capaciteit draaiden, of dat er sprake was van een georkestreerde operatie. Wat we wel kunnen zien, is wie hiervan profiteert. Wanneer een grote raffinaderij in India of Australië stilvalt, daalt het wereldwijde aanbod. De twee grootste begunstigden van aanhoudende verstoringen zijn de VS en Rusland, die beide de grootste energieleveranciers zijn buiten de landen in West-Azië. Rusland profiteert naarmate Europese landen verzwakken en wanhopig worden, en hun steun aan Oekraïne verminderen. Terwijl Amerikaanse bedrijven zoals Chevron en Exxon Mobil een groot marktaandeel verwerven en zich ontpoppen als de belangrijkste energieleveranciers, waardoor iedereen voor de handel in olie aan de dollar gebonden blijft.


Commentaar: De Zweedse regering handelt verstandig. Maar betreft het een geval van laattijdig en ontoereikend?
Lees ook: