Afbeelding
© Onbekend
Bijna-doodervaringen met correcte buitenzintuiglijke waarneming tijdens een klinische dood zijn onverenigbaar met een materialistisch wereldbeeld. In dit artikel aandacht voor drie minder bekende gepubliceerde casussen van dit type waarbij de waarneming bevestigd werd door een onderzoeker.

In de literatuur over bijna-doodervaringen wordt vaak melding gemaakt van BDE's tijdens een hartstilstand met een correcte buitenzintuiglijke waarneming van de omgeving. Dit is ook niet zo verwonderlijk, omdat dergelijke casussen een grote anomalie vormen voor het materialistische wereldbeeld. Mensen worden geacht voor hun bewuste denkprocessen en waarneming afhankelijk te zijn van een actieve hersenschors en bij een hartstilstand is reeds na 4 tot 20 seconden sprake van een vlak EEG. Bewustzijn tijdens een toestand van klinische dood is daarom onmogelijk volgens de heersende neuropsychologische theorieën.

Vreemd genoeg zijn er relatief weinig concrete casussen van BDE's tijdens een hartstilstand met een correcte buitenzintuiglijke waarneming gepubliceerd. Casussen waarbij de waarneming ook nog bevestigd is door derden zijn zelfs nog zeldzamer.

De man die een naamplaatje kon lezen

In het boek 'The Light Beyond' van dr. Raymond Moody (2005) komt de volgende casus voor, afkomstig van een arts die contact met hem had opgenomen.

Een 49-jarige man kreeg een zware hartaanval. De betrokken arts probeerde hem uit alle macht te reanimeren, maar na zo'n 35 minuten gaf hij het op. Hij was al begonnen een akte van overlijden in te vullen, toen iemand hem erop wees dat er toch nog leven in de patiënt leek te zitten. De arts probeerde de man opnieuw te reanimeren en dit keer met succes.

De volgende dag wist de patiënt in kwestie hem tot in detail te vertellen wat er was gebeurd toen hij op de afdeling voor spoedeisende hulp lag. Wat de arts vooral opmerkelijk vond, was dat zijn patiënt een verpleegster wist te beschrijven die hem kwam assisteren. De man beschreef haar kapsel en wist zelfs haar achternaam te noemen, Hawkes. Die naam had hij tijdens een uittreding op haar naamplaatje gelezen.

De jas en de stropdas

De cardioloog dr. Maurice S. Rawlings (1991), verbonden aan een diagnostisch centrum in Chattanooga (Tennessee) beschrijft een geval van een patiënte in een ziekenhuis die last had van een steeds terugkerende pijn op haar borst. Zij was overigens zelf verpleegkundige van beroep. Men verzocht Rawlings om haar te onderzoeken, maar toen hij in het ziekenhuis aankwam, bleek ze niet op haar kamer te zijn. Uiteindelijk trof Rawlings haar bewusteloos in de badkamer aan. Ze bleek een zelfmoordpoging te hebben gedaan door middel van een soort ophanging.

De cardioloog paste externe hartmassage en mond-op-mondbeademing toe en haar kamergenote haalde er verpleegkundigen bij. Vervolgens diende men haar zuurstof toe door middel van een beademingsmasker. Toen haar elektrocardiogram werd gemeten, liet die een vlakke lijn zien.

Tot slot bracht men de patiënte op een brancard naar de intensive care waar ze vier dagen in coma verkeerde. Ze herstelde daarna volledig en ging zelfs weer aan de slag als verpleegkundige. Overigens kon ze zich haar poging tot zelfdoding niet meer herinneren en was ook genezen van suïcidale neigingen.

Ongeveer op de tweede dag nadat ze uit haar coma was ontwaakt, vroeg Rawlings haar of ze nog iets wist van wat er gebeurd was. Ze bleek te hebben waargenomen hoe hij zich voor haar had ingezet. Ze herinnerde zich dat hij zijn geruite bruine jas had uitgedaan en op de grond had gegooid en dat hij zijn stropdas met witte en bruine strepen had losgemaakt.

Stoppen met de reanimatie

De derde casus is ook van Rawlings. Het betreft een 73-jarige patiënt met een drukkende pijn midden op zijn borst. Voor hij de spreekkamer van Rawlings in liep, stortte hij in de gang in elkaar en viel daarbij met zijn hoofd tegen de muur. Hij ademde nog een paar keer hoestend, maar daarna hield hij op met ademen en onderging een hartstilstand.

Er volgde een moeizame reanimatie waarbij de man tot zes keer toe ging zitten, iedereen van zich afduwde, probeerde op te staan en vervolgens weer in elkaar zakte. In feite betekende dit dat hij zes keer achter elkaar klinisch dood was. Na de zesde keer hield dit patroon gelukkig op en de patiënt kwam weer helemaal bij kennis.

De man vertelde Rawlings na afloop dat hij zich herinnerde hoe de arts voorafgaand aan de zesde reanimatiepoging tegen een collega had gezegd: "We proberen het nog één keer. Als de elektroschok dit keer niets oplevert, stoppen we ermee." Hij hield Rawlings voor: "Wat bedoelde u daarmee: ...stoppen we ermee! Dat was ik waar u mee bezig was."

Uiteraard was de herinnering ook in dit geval correct. Rawlings stelt dat de man hem fysiek onmogelijk had kunnen horen omdat hij op dat moment klinisch dood was.