Met haar ode aan de E-nummers in ons voedsel heeft microbioloog en NRC-columnist Rosanne Hertzberger zich de woede van veel mensen op de hals gehaald.

Na een Volkskrant-interview, waarin ze kant-en-klaarmaaltijden en conserveermiddelen vierde, barstte op sociale media een discussie los over gezond eten, de voedselindustrie en opvoeding.

"Neemt mevrouw zichzelf serieus? Hou je koppie maar vooral onder het zand meid," luidde één van de honderden reacties die binnenstroomden.


Emulgatoren

Mevrouw Hertzberger noemt zichzelf wetenschapster, maar is kennelijk niet goed op de hoogte van het nieuwste wetenschappelijke onderzoek.

Eind vorig jaar verscheen in de media een artikel over onderzoek waaruit is gebleken dat twee veelgebruikte emulgatoren in voedingsmiddelen, E433 en E466, zijn gelinkt aan een verhoogd risico op darmkanker.

De studie is door biomedische wetenschappers van de Georgia State University gepubliceerd in het tijdschrift Cancer Research.

Emulgatoren worden aan veel bewerkte producten toegevoegd om de houdbaarheid te verlengen. Het gaat onder meer om verpakt brood, mayonaise, margarine, ijs, sausjes en snoep.

Vorig jaar verscheen in vakblad Nature al een vergelijkbare studie, waaruit bleek dat muizen met een normaal immuunsysteem door E433 en E466 darmontstekingen ontwikkelden.

Volgens hoofdonderzoeker Benoit Chassaing kunnen de effecten die bij muizen zijn waargenomen ook bij mensen optreden.

Kleurstoffen

In 2007 publiceerden wetenschappers van de Universiteit van Southampton een studie die veel stof deed opwaaien.

Een zestal kunstmatige kleurstoffen bleek in combinatie met het conserveermiddel benzoëzuur kinderen hyperactief te kunnen maken. In eerdere studies werden ook al vraagtekens gezet bij de additieven.

Het gaat om de volgende E-nummers: E102 (tartrazine), E110 (zonnegeel), E122 (azorubine), E124 (ponceau), E129 (allurarood) en E104 (chinolinegeel).

Kennelijk is deze studie ook aan mevrouw Hertzberger voorbij gegaan.

Dubbele petten

Eigenlijk is dat niet zo vreemd. Het agentschap dat in Europa onderzoek doet naar de veiligheid van E-nummers, de EFSA, blijkt nauwe banden te hebben met de voedselindustrie.

Lobbywaakhond CEO nam het voedselagentschap in 2013 onder de loep. Het bleek dat maar liefst 58 procent van alle experts van de EFSA banden had met de industrie.

Doorn in het oog

Als een wetenschapper en microbioloog een ode brengt aan E-nummers is dat voorpaginanieuws, maar iemand die een boek schrijft over de gevaren van E-nummers doet dat met gevaar voor eigen leven.

De Franse schrijfster Corinne Gouget, bekend van haar gidsje Wat zit er in uw eten? (Additifs Alimentaires), waar er meer dan 200.000 van zijn verkocht, kwam in 2015 om het leven.

Er gingen in de Franse pers geruchten dat ze is vermoord.

Haar Nederlandse uitgever, Will Jansen, merkte op dat met name haar ex-man haar veel ellende bezorgde. Die was werkzaam bij een grote voedselproducent en waarschuwde haar hun twee kinderen bepaalde producten niet te eten te geven.

Daarop ging Gouget verder zoeken naar de herkomst en toepassing van allerlei E-nummers, met het gidsje als resultaat. Ze vertelde dat haar boek de voedingsindustrie een doorn in het oog was.

Diezelfde voedingsindustrie zegt de beweringen van mevrouw Hertzberger te ondersteunen.

Je verwacht het niet.