Chaves
© Reuters
President Rodrigo Chaves van Costa Rica
"We kunnen in de gevangenis belanden" als we de details van het contract van de vorige regering met Pfizer bekendmaken, zegt de minister van Volksgezondheid van Costa Rica.

De onlangs verkozen president van Costa Rica, Rodrigo Chaves, kondigde vorige week het einde aan van de verplichte inenting tegen COVID-19. In een toespraak tezamen met zijn minister van Volksgezondheid, Joselyn Chacón, zei Chaves dat niet alleen de vaccins niet langer verplicht zijn, maar dat ook elke maatregel tegen eenieder die zich niet wil laten vaccineren, in strijd is met de wet.

Chaves riep ook op om niet-gevaccineerde werknemers die hun baan waren kwijtgeraakt, weer in dienst te nemen en kondigde aan een onderzoek te zullen instellen naar de vaccincontracten die tussen de vorige regering en Pfizer-BioNTech waren gesloten.

Costa Rica: Voorloper inzake COVID-19-Vaccinmandaten

Costa Rica was het eerste land in Centraal-Amerika dat een COVID-19-vaccinmandaat invoerde. Dat vond plaats in september 2021, toen de voorganger van Chaves, Carlos Alvarado Quesada, nog de scepter zwaaide. In november 2021 werd Costa Rica het eerste land ter wereld dat Covid-19-vaccins verplicht stelde voor minderjarigen, waarbij alle kinderen vanaf 5 jaar oud bij wet verplicht werden zich te laten vaccineren, behoudens medische vrijstellingen. Het was een enorm controversieel besluit dat, net als in de VS en andere landen, voor veel ouders een duidelijke grens markeerde.

Het mandaat hield in dat een kind gevaccineerd kon worden, zelfs als de ouders daar geen toestemming voor verleenden, aldus Roman Macaya Hayes, destijds directeur van het Instituut voor Sociale Zekerheid van Costa Rica. Tegen Macaya Hayes loopt nu een onderzoek door de plaatsvervangend openbare aanklager van de rechtbank van San José, wegens vermeende verhulling van een strafbaar feit. Hetzelfde geldt voor Daniel Salas, de voormalige minister van Volksgezondheid die nu in de VS werkt bij de Pan-Amerikaanse Gezondheidsorganisatie (PAHO), alsmede voor zes leden van de Nationale Commissie voor Vaccinatie en Epidemiologie (CNVE), van wie er twee naar verluidt hebben deelgenomen aan besluiten over de COVID-19-vaccinatie, terwijl hun benoeming in de CNVE was verlopen.

Dat alleen al is voldoende om de door de CNVE overeengekomen handelingen ongeldig te verklaren, aldus president Chaves. Zijn regering zal ook een onderzoek instellen naar de massale aankoop in april 2022 van COVID-19-vaccins door de voormalige regering-Alvarado, terwijl de vaccinatiecampagne op dat moment vaart begon te verliezen.

Vorige week, tijdens zijn wekelijkse persconferentie, verklaarde Chaves:
"We zullen onderzoeken waarom ze zoveel vaccins hebben gekocht terwijl uit de beschikbare gegevens bleek dat de markt al verzadigd was. Er zijn voor miljoenen dollars aan vaccins gekocht op een moment dat de vaccinatiegraad al dalende was. Ik heb geen idee hoeveel geld er verspild is aan vaccins die niet zullen worden gebruikt en waarvan de vervaldatum is verstreken."
Natuurlijk zou het kunnen dat Chaves, een rechtse populist en voormalig econoom bij de Wereldbank, dit alles enkel doet om politieke punten te scoren tegen zijn voorganger. Dat is echter onwaarschijnlijk, aangezien zijn voorganger, Carlos Alvarado Quesada, politiek gezien al ter ziele was toen hij de regering met een waarderingscijfer van slechts 18% verliet, terwijl Chaves een waarderingscijfer van 70% geniet na zijn eerste twee en een halve maand in functie.

Costa Rica's minister van Volksgezondheid, Joselyn Chacón, zei dat ze geen details van het Pfizer-contract kon onthullen vanwege geheimhoudingsclausules die stevig in het contract zijn verankerd. Ze beweerde ook dat Beatriz Solís Worsfold, de dochter van de voormalige president van Costa Rica Luis Guillermo Solís (2014-18) en sinds 2018 bedrijfsjurist bij Pfizer, een belangrijke rol heeft gespeeld bij het opstellen van het contract:
"Als we details van het contract vrijgeven, kunnen we in de gevangenis belanden omdat we een contract schenden dat is opgesteld door de dochter van voormalig president Luis Guillermo Solís."
Pfizer heeft de aantijgingen ontkend. In een reactie aan de Costa Ricaanse fact-checking website Double Check, verklaarde het bedrijf dat de verantwoordelijkheden van Solís Worsfold
"geen deelname omvatten aan de onderhandelingsprocessen met de regering van Costa Rica of met enige andere regering betreffende de aankoop van het Pfizer-BioNTech-vaccin tegen COVID-19."
Pfizer voegde daaraan toe, dat de onderhandelingsprocessen voor de distributie van COVID-19-vaccins worden uitgevoerd door de lokale, regionale en wereldwijde teams van het bedrijf, en dat deze processen in grote lijnen hetzelfde zijn voor de gehele regio alsmede op mondiaal niveau.

Pfizers Verachtelijke Verkooppraktijken Inzake Vaccins

Deze processen waren, overal waar ze werden toegepast, eveneens uiterst controversieel. In Latijns-Amerika werd de onderneming ervan beschuldigd de regeringen van zelfs de grootste landen af te persen, zoals ik opmerkte in een eerder artikel (Pfizer's Sordid Vaccine Sales Practices in Latin America Could Be a Big Boon for China and Russia):
In het bedrijfsleven is het al sinds jaar en dag gebruikelijk dat fabrikanten aan potentiële kopers bepaalde basisgaranties bieden over de kwaliteit en veiligheid van hun product. Maar de Amerikaanse farmagigant Pfizer wil dit omdraaien bij de verkoop van zijn experimentele mRNA-vaccin aan wanhopige regeringen overal ter wereld. Voor Pfizer is het de koper - niet de verkoper - die alle garanties moet geven. En dat houdt in dat landen staatsactiva, zoals federale bankreserves, ambassadegebouwen en militaire bases, inbrengen als verzekering tegen de kosten van eventuele toekomstige rechtszaken waarbij het vaccin van Pfizer BioNTech betrokken is, zo meldt het Bureau of International Journalism (TBIJ):
Ambtenaren uit Argentinië en het andere Latijns-Amerikaanse land, dat niet bij naam genoemd kan worden omdat het een geheimhoudingsverklaring met Pfizer heeft ondertekend, zeiden dat de onderhandelaars van het bedrijf een extra vrijwaring eisten tegen eventuele civiele claims die burgers zouden kunnen indienen als zij nadelige gevolgen ondervinden na inenting. In Argentinië en Brazilië vroeg Pfizer om staatsactiva als zekerheidstelling voor eventuele toekomstige juridische kosten.

Een ambtenaar die aanwezig was bij de onderhandelingen met het niet met name genoemde land, omschreef de eisen van Pfizer als "intimidatie op hoog niveau" en zei dat de regering het gevoel had dat zij "gegijzeld werd" om aan levensreddende vaccins te komen.

Actievoerders waarschuwen al voor een "vaccin-apartheid," waarbij rijke westerse landen jaren eerder worden ingeënt dan armere gebieden. Juridische deskundigen zijn bezorgd dat de eisen van Pfizer neerkomen op machtsmisbruik.
Professor Lawrence Gostin, directeur van het Samenwerkend Centrum voor Nationale en Wereldwijde Gezondheidswetgeving van de Wereldgezondheidsorganisatie, is van mening dat Pfizer volledige immuniteit tegen alle vormen van aansprakelijkheid wil:
[H]et bedrijf zou niet aansprakelijk gesteld kunnen worden voor zeldzame bijwerkingen of voor zijn eigen daden van nalatigheid, bedrog of kwaad opzet. Dit omvat die welke verband houden met bedrijfspraktijken - bijvoorbeeld als Pfizer het verkeerde vaccin heeft gestuurd of fouten heeft gemaakt tijdens de productie.

Enige bescherming tegen aansprakelijkheid is gerechtvaardigd, maar zeker niet voor fraude, grove nalatigheid, wanbeheer of het niet volgen van goede productiepraktijken. Bedrijven hebben niet het recht om voor dit soort kwesties vrijwaring van aansprakelijkheid te vragen.
Ten tijde van de publicatie van dat artikel (maart 2021), waren regeringen van zowel grote als kleine landen wanhopig op zoek naar voldoende vaccins voor hun bevolking, en als zodanig waren zij bereid te zwichten voor zowat iedere eis van Pfizer, teneinde het vaccin in handen te krijgen dat toentertijd werd aangeprezen als het meest effectieve vaccin tegen COVID. Nu zitten veel van diezelfde regeringen met grote voorraden ongebruikte vaccins van Pfizer-BioNTech, terwijl die vaccins lang niet zo effectief of veilig blijken te zijn als aanvankelijk werd beweerd.

Intussen is er meer informatie uitgesijpeld over de vaccincontracten van Pfizer, waardoor journalisten en onderzoekers een meer (maar verre van) volledig beeld hebben kunnen vormen van de verachtelijke onderhandelingspraktijken van het bedrijf. In oktober 2021 bracht Public Citizen een rapport uit, waarin werd onthuld dat Pfizer:
  1. Zich het Recht Voorbehoudt om Regeringen het Zwijgen op te Leggen. Het Braziliaanse contract met Pfizer bevatte een extra voorwaarde die Public Citizen niet eerder had gezien in andere Latijns-Amerikaanse overeenkomsten. Het is de Braziliaanse overheid in wezen verboden om "enige publieke aankondiging te doen betreffende het bestaan, de inhoud of de voorwaarden van [de] Overeenkomst" of om haar relatie met Pfizer te bespreken zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het bedrijf. Pfizer was in staat om zomaar de regering van het grootste land van Latijns-Amerika het zwijgen op te leggen. In de meeste andere contracten geldt de geheimhoudingsovereenkomst voor beide partijen.
  2. Beheerst donaties. Het is de Braziliaanse regering ook verboden om donaties van Pfizer-vaccins uit andere landen aan te nemen zonder voorafgaande toestemming van Pfizer. Het is de overheid eveneens verboden om het vaccin buiten Brazilië te doneren, te distribueren, te exporteren of anderszins te vervoeren - wederom zonder de toestemming van Pfizer. Schending van deze clausule zou worden beschouwd als een "onherstelbare materiële schending" van de overeenkomst van Brazilië met Pfizer, waardoor het Amerikaanse farmaceutische bedrijf de overeenkomst onmiddellijk zou kunnen beëindigen. Bij beëindiging zou Brazilië de volledige prijs moeten betalen voor alle resterende doses die onder het contract vallen.
  3. Verzekert Zichzelf van "Opschorting van Intellectuele Eigendomsrechten." Ondanks Pfizer's felle verdediging van intellectueel eigendom - tenminste wanneer het om Pfizers eigen eigendom gaat - verschuiven de vaccincontracten die het bedrijf met regeringen heeft gesloten de verantwoordelijkheid voor elke inbreuk op intellectueel eigendom die Pfizer zou kunnen plegen ten opzichte van de overheidsafnemers. Als zodanig stellen de contracten Pfizer in staat om het intellectuele eigendom van wie dan ook te gebruiken - grotendeels zonder dat daar consequenties aan verbonden zijn.
  4. Kan alle geschillen aan arbitrage onderwerpen. Dat is geen grote verrassing. Public Citizen noemt Groot-Brittannië als voorbeeld. In het geval van een contractueel geschil tussen Downing Street en Pfizer is een geheim panel - niet een nationale rechtbank - bevoegd om de uiteindelijke beslissing te nemen. De arbitrage vindt plaats volgens de arbitrageregels van de Internationale Kamer van Koophandel (ICC). Beide partijen zijn verplicht alles geheim te houden. De ontwerp-overeenkomst met Albanië en de overeenkomsten met Brazilië, Chili, Colombia, de Dominicaanse Republiek en Peru vereisen dat de regeringen nog verder gaan, waarbij contractuele geschillen worden onderworpen aan ICC-arbitrage volgens het recht van New York.
  5. Kan beslag leggen op staatsactiva. In het geval van Brazilië, Chili en Colombia doet de regering "uitdrukkelijk en onherroepelijk afstand van elk recht op immuniteit dat zij of haar activa zouden kunnen hebben of in de toekomst zouden kunnen verwerven" om een arbitrale uitspraak af te dwingen (nadruk toegevoegd). Voor Brazilië, Chili, Colombia en de Dominicaanse Republiek omvat dit "immuniteit tegen conservatoire beslaglegging op elke van haar activa."
  6. Controleert belangrijke beslissingen. Het contract van Colombia met Pfizer bevat een parel van een clausule, waarin staat dat de Colombiaanse regering moet "aantonen, op een voor de Leveranciers bevredigende wijze, dat de Leveranciers en hun filialen adequate bescherming zullen genieten, zoals uitsluitend door de Leveranciers te bepalen, tegen aansprakelijkheidsclaims" (cursivering toegevoegd door Public Citizen). Met andere woorden, als leveranciers de gevraagde goederen niet binnen de in het contract afgesproken termijn leveren, heeft de Colombiaanse regering ermee ingestemd dat zij geen verhaalsmogelijkheden heeft.
Gezien de hierboven beschreven contractuele voorwaarden, is het moeilijk voor te stellen dat enig land in Latijns-Amerika - laat staan een klein land dat dermate afhankelijk is van de VS als Costa Rica - erin zou slagen enige clausule in zijn contract met Pfizer ongedaan te maken of terzijde te schuiven. In het slotstuk van het rapport merkt Public Citizen op,
"Het vermogen van Pfizer om belangrijke beslissingen te controleren weerspiegelt het machtsonevenwicht in de onderhandelingen over vaccins. In de overgrote meerderheid van de contracten staat het belang van Pfizer bovenaan."
Nog maar een maand geleden eiste een rechter in Uruguay, die een zaak voorzat die was aangespannen door ouders die zich verzetten tegen vaccinatie van kinderen vanaf vijf jaar, dat de regering hem alle documentatie zou overleggen over de voorwaarden van het contract voor de COVID-19 vaccins van Pfizer BioNTech, alsmede over de volledige biochemische samenstelling van het vaccin. Toen de regering weigerde hieraan te voldoen, schortte de rechter de vaccinatie van alle kinderen jonger dan 13 jaar op. De regering verspilde geen tijd en tekende beroep aan, waarna het Gerechtshof van Uruguay binnen enkele weken de beslissing van de rechter vernietigde.

In Costa Rica stuit de afschaffing van de vaccinatieplicht door de regering-Chaves op een muur van verzet van de Costa Ricaanse volksgezondheidsautoriteiten. Volgens het Costa Ricaanse dagblad La Nación staat de CRSS (het nationale socialezekerheidsfonds) erop dat de vaccinatiemandaten van kracht blijven, met het argument dat het decreet van de regering-Chaves, dat de mandaten van de vorige regering ongedaan maakt, slechts "een 'petitie', een 'verzoek' of een 'smeekbede' is, welke geen verplichting of gebod om dienovereenkomstig te handelen inhoudt door het orgaan dat de genoemde bevoegdheid bezit."

De CRSS heeft eveneens jurisprudentie van het constitutionele hof overgelegd ter ondersteuning van de verplichte aard van het vaccin als een volksgezondheidsmaatregel. Daarom zullen werknemers in de publieke sector die zijn ontslagen omdat zij het vaccin hebben geweigerd, althans voorlopig, niet opnieuw in hun functie worden aangesteld.

Zie: https://www.nakedcapitalism.com/2022/08/costa-ricas-new-government-bans-covid-19-vaccine-mandates-launches-investigation-into-pfizer-contract.html