Amerikaanse presidentskandidaten kunnen tijdens hun campagne beloven wat ze willen, maar uiteindelijk hebben ze geen invloed op het beleid. Dat stelt professor Karel van Wolferen in Café Weltschmerz.

Er is een groep machten actief achter de schermen die belangrijker is dan de regering. Die macht wordt ook wel deep state of diepe staat genoemd.

Deze macht bepaalt buiten de democratische processen om het politieke beleid en probeert in zowel economisch als militair opzicht de wereld te beheersen.

Verbijsterd

"Jimmy Carter was echt verbijsterd toen hij ontdekte dat hij als president niet echt de macht had over heel belangrijke internationale aangelegenheden," zegt Van Wolferen.

Een onderdeel van de diepe staat is de CIA, die berucht is geworden vanwege zijn criminele activiteiten.

Denk bijvoorbeeld aan het afzetten van de Iraanse premier Mossadeq in 1953 en de moord op secretaris-generaal van de VN Dag Hammarskjöld in 1961, maar ook de moord op president John F. Kennedy.

Criminele organisatie

"Kennedy had gezegd dat hij de CIA zou opbreken in duizend verschillende stukjes omdat het in zijn ogen een veel te gevaarlijke organisatie was," licht Van Wolferen toe.

"Heel kort daarna was hij dood," vervolgt hij. "Het is een kolossale criminele organisatie."

Professor Van Wolferen noemt ook de FBI, die volgens hem vooral goed is gebleken in het fabriceren van aanslagen.

Geen controle

"Je ziet ook nu weer met Trump dat de president van Amerika geen controle heeft over de CIA, de FBI en al die andere diensten," zegt hij.

De geheime organisaties die de diepe staat vormen zijn een eigen leven gaan leiden en zijn net als een kanker maar blijven groeien en groeien en groeien, aldus Van Wolferen.

Uiteindelijk heeft zij - zoals president Eisenhower al voorspelde - de democratie vernietigd.

Zoals Karl Rove, de belangrijkste man achter George W. Bush, zei: "Wij scheppen de werkelijkheid."