Berlijnse muur
© OnbekendBerlijnse muur • 1989
De Duitse hoofdstad is niet bepaald gastvrij voor ondernemers of oprichters van bedrijven. Ambitieuze mensen die een carrière buiten het systeem van overheidssubsidies willen opbouwen en in hun eigen levensonderhoud willen voorzien, worden in deze vreemdste van alle Europese hoofdsteden geconfronteerd met een klimaat van minachting en vijandigheid.

De Berlijnse politiek, ongeacht wie er op dit moment aan de macht is, bevordert een cultuur van maatschappelijke verdeeldheid. Partijen sparen geen moeite om de gezamenlijk veroorzaakte economische en sociale vertekeningen in de stad te maskeren met een eindeloos mediaspektakel.

De werkloosheid stijgt - natuurlijk krijgen de ondernemers de schuld. De huren zijn onbetaalbaar - dat heeft natuurlijk niets te maken met open grenzen of massa-immigratie. Het is te wijten aan de hebzucht van verhuurders, die uitbuiting tot hun fundamentele uitgangspunt hebben verheven. In Berlijn zijn praktijkleerplaatsen nu schaars. Natuurlijk worden ondernemers ook in dit geval verantwoordelijk gehouden. Het kan nooit komen doordat de politiek, met haar groene ideologische fanatisme, de economie jaren geleden misschien heeft laten ontsporen.

Om nogmaals te onderstrepen dat Berlijn geenszins bereid is de verantwoordelijkheid voor de zichtbare crisis op zich te nemen en er in plaats daarvan de voorkeur aan geeft ondernemers aan de schandpaal te nagelen, heeft de Berlijnse senaat in het verlengde daarvan een wet aangenomen. Bedrijven die onvoldoende praktijkleerplaatsen aanbieden, zullen in de toekomst financieel onder druk worden gezet.

Onder de idyllische titel "Wet op het fonds ter bevordering van praktijkleerplaatsen" (AusbFFG) zal de alwetende Berlijnse bureaucratie - ja, diezelfde mensen die er zes maanden over doen om een nieuw paspoort af te geven - bepalen hoeveel praktijkleerplaatsen elk bedrijf moet aanbieden.

De wet werd op 26 maart aangenomen en treedt op 1 januari 2028 in werking. Tot die tijd zijn de topeconomen en sociale-staat-ingenieurs van het Rode Stadhuis bezig met het maken van gedetailleerde berekeningen om de exacte quota voor praktijkleerplaatsen te bepalen. De maatregel wordt gebaseerd op de bruto loonsom van elk bedrijf.

Doorsnee Berlijnse socialisten - en daar vallen alle partijen onder, behalve de AfD - zien de economie als een monolithisch geheel met één enkele oorzaak, dat uitsluitend wordt gedreven door hebzucht en winstbejag, waardoor deze regel zonder onderscheid op alle bedrijven en sectoren kan worden toegepast.

Naïef, kinderachtig, uiterst vijandig: de politiek zoekt de confrontatie met ondernemers en investeerders omdat ze weet dat onvrede in de samenleving altijd ergens een smeulend kooltje achterlaat dat door de media in een mum van tijd tot een grotere brand kan worden aangewakkerd. Berlijn weet ook dondersgoed dat het land afstevent op massale werkloosheid en dat er, mocht er kritiek of sociale onrust ontstaan, altijd een zondebok voorhanden moet zijn. Mediagenieke tactieken: debatten over successierechten, de huisvestingscrisis en de markt voor praktijkleerplaatsen worden al aangewend om het beeld van de hebzuchtige, falende ondernemer in ieders hoofd te planten.

Het is armoedig, maatschappelijk destabiliserend, maar nauwelijks verrassend: socialistisch verval, zonder meer. Deze ondoordachte haat, die hetze tegen de middenklasse en succesvolle mensen, vormt de typische drijfveer van het socialisme: wrevel, goedkope afgunst jegens het succes van anderen. Wanneer dit gedrag in de politiek wordt geïnstitutionaliseerd, wijst dat duidelijk op vergevorderd maatschappelijk en economisch verval.

Berlijn is al lang failliet. De verwaarlozing die in een groot deel van de stad zichtbaar is, staat symbool voor de onverbeterlijke aard van de Duitse socialisten. Ook buiten de Duitse grenzen kan men aan de hand van de hoofdstad het maatschappelijk verval van het land bestuderen. Een slachtoffer van de postmoderne culturele kloof in Europa, overal zichtbaar waar een open-grenzenbeleid de traditionele culturele dynamiek uitholt, en waar overheidsbureaucratie floreert als de laatste verdedigingslinie voor een machteloos staatsapparaat dat bang is voor degenen die door hun sociale status gerechtvaardigde kritiek kunnen uiten op het zichtbare verval in de gemeenschap.

Zeker: de ondernemers, de zelfstandigen en de investeerders zijn nodig, maar alleen om hen financieel uit te melken en het socialistische experiment voort te zetten. Dat leerlingen binnen het leerlingstelsel als instrumenten voor deze plundering en media-invloed werden gekozen, zal niemand verbazen.

De politieke aanval op ondernemers wordt nu op elk mogelijk niveau gevoerd. Hoe krapper de begrotingssituatie, hoe agressiever de politiek uithaalt. De logica is simpel: wie zich niet houdt aan de voorgeschreven recepten en regels van de politiek - of het nu gaat om opleiding of uitstoot - wordt gestraft. De complexiteit van de economie, verschillen tussen sectoren, locaties of individuele bedrijven worden genegeerd.

De bruto loonsom wordt een morele maatstaf, en de ondernemer een gevangene van een politieke formule die zorgvuldig werd uitgewerkt in een van de talloze werkgroepen van de partijstaat.

Nergens is dit verval van de Duitse samenleving duidelijker zichtbaar dan in haar parasitaire hoofdstad, die zo'n beetje aan het achterland hangt. De zogenaamde Berlijnse politieke elite pretendeert niet langer een maatschappelijke motor van modernisering en inspiratie te zijn. Zou zij zo moedig zijn om zich te profileren als een stabilisator van meritocratische waarden als prestatiegerichtheid en ernst, dan zou zij slechts op bijtende hoon stuiten.

Berlijn blijft Berlijn, en het fundamentele bestuursprincipe is, heel Caesar-achtig: divida et impera - verdeel en heers, zoek vijanden die politiek en via de media kunnen worden uitgebuit om de aandacht af te leiden van de eigen tekortkomingen.

Zie: https://www.zerohedge.com/economics/berlin-targets-entrepreneurs-apprenticeships-punishment-and-social-decay