"Er zijn periodes in het leven van de mensheid die over het algemeen samenvallen met het begin van de ondergang van culturen en beschavingen, waarin de massa's onherroepelijk hun verstand verliezen en alles aan cultuur vernietigen wat door eeuwen en millennia van cultuur werd opgebouwd. Tijdens zulke periodes van grootschalige waanzin, die vaak samenvallen met geologische rampen, klimaatveranderingen en soortgelijke fenomenen die de hele wereld treffen, komt een zeer grote hoeveelheid kennis vrij. Om deze reden is het noodzakelijk om deze kennis te verzamelen, die anders verloren zou gaan. Het verzamelen van versnipperde kennis valt dan ook vaak samen met het begin van de vernietiging en ondergang van culturen en beschavingen." - George Ivanovich Gurdjieff, geciteerd door P. D. Ouspensky, In Search of the Miraculous: Fragments of an Unknown Teaching (1949).

In dat artikel stelt Knight-Jadczyk dat onze zon inderdaad een binaire metgezel heeft (bekend als de 'Nemesis-theorie,' waarin de zon een rode of bruine dwerg als metgezel zou hebben die op grote afstand van onze zon ronddraait), en dat deze in de 17e eeuw tijdens het Maunderminimum - van 1645 tot 1715, toen er vrijwel geen zonnevlekken op de zon werden waargenomen - mogelijk het dichtst bij de zon kwam. Op het moment dat de metgezel perihelium bereikte, zorgde hij mogelijk voor een 'aardingseffect' op alle planeten in het zonnestelsel en dat was mogelijk de belangrijkste oorzaak van de 'Kleine IJstijd' destijds.
Wat houdt die 'Nemesis-theorie' in? Zoals beschreven op space.com:
Tijdens de betreffende periode werden meerdere kometen waargenomen en beschreven in de snelgroeiende astronomie, een wetenschap waarbinnen de telescoop zijn intrede deed tijdens een eeuw van onrust die gekenmerkt werd door de Zwarte Dood, de Dertigjarige Oorlog in Europa, de grootste heksenjacht uit de Franse geschiedenis en de Engelse Burgeroorlog.
- Nemesis is een theoretische dwergster die als metgezel van onze zon wordt beschouwd.
- De theorie werd gepostuleerd om een waargenomen cyclus van massa-extincties in de loop van de aardse geschiedenis te verklaren. Het lijkt erop dat massa-extincties elke 27 miljoen jaar vaker voorkomen. Door de lange tijdspanne werd naar astronomische gebeurtenissen gekeken om een verklaring te vinden.
- Wetenschappers speculeerden dat een dergelijke ster de baan van objecten in het verre buitenste zonnestelsel zou kunnen beïnvloeden, waardoor ze op een ramkoers met de aarde zouden komen te liggen.
- Theorieën suggereren dat Nemesis een bruine of witte dwerg zou kunnen zijn, of een ster met een geringe massa die slechts enkele malen zo zwaar is als Jupiter. Al deze sterren zouden een zwak licht uitstralen, waardoor ze moeilijk te ontwaren zijn.
- Als Nemesis elke 27 miljoen jaar door de Oortwolk zou trekken, zo stellen sommigen, zou hij extra kometen uit de wolk kunnen stoten en die richting het binnenste zonnestelsel - en de aarde - kunnen sturen. Het aantal inslagen zou toenemen en massa-extincties zouden vaker plaatsvinden.
- In 2017 werd in een nieuwe studie gesuggereerd dat vrijwel alle sterren zoals de zon met een metgezel zijn ontstaan.
Aangezien de Kleine IJstijd van 1450 tot 1850 duurde, vormde deze periode vermoedelijk het 'maximum' van de algemene invloed; de dwerg deed er zo'n 400 jaar over om door de Oortwolk te reizen.
Dit 'kosmisch mechanisme,' dat enkele eeuwen geleden begon, plaatst een mogelijke verschuiving van de magnetische polen in perspectief. Als het magnetisch veld van de aarde verzwakt voorafgaand aan een poolverschuiving, betekent dit immers dat het magnetisch veld van de aarde zich 'opent' voor binnenkomende energieën van kosmische aard. En hierbij moeten we ons realiseren dat een perihelium van de metgezel van sol geen op zichzelf staande gebeurtenis is waaraan geen gevolgen verbonden zijn.
Er zijn verschillende redenen waarom de wetenschap vasthoudt aan een theoretische 'donkere ster- metgezel.' Onderzoek naar dubbelsterren en een dichte nadering tussen deze sterren verklaart de 'trigger'-mechanismen voor cyclische kometenregens, waaronder cataclysmische komeetbombardementen die tot extincties leiden.
Ondanks bewijs van het tegendeel lijkt er grote belangstelling te bestaan voor dit 'kosmisch mechanisme.' Zo heeft de nieuwste telescoop van het Vera C. Rubin Observatorium in Chili twee verklaarde doelstellingen. De eerste is planetaire verdediging. Naar verwachting zullen de beelden van deze telescoop zo'n 90% van alle potentieel gevaarlijke asteroïden onthullen. Ten tweede moet het observatorium nog niet waargenomen interstellaire kometen, vrij zwevende sterren en zwervende planeten identificeren. Dit omvat ook een hypothetische metgezel van de zon die zich mogelijk ergens aan de rand van ons zonnestelsel schuilhoudt. Volgens deskundigen zou de gigantische telescoop binnenkort genoeg gegevens kunnen hebben verzameld om dit ongrijpbare hemellichaam te vinden - of voor altijd uit te sluiten. Maar misschien zullen die woorden slechts wishful thinking blijken.
Het hierboven geciteerde artikel van Space.com vat de inspanningen om een dergelijke metgezel te vinden tot 2017, voordat het Vera C. Rubin Observatorium operationeel werd, als volgt samen:
NASA's Wide-field Infrared Survey Explorer voltooide zijn 1,25 jaar durende missie in februari 2011, waarbij een aantal bruine dwergen binnen 20 lichtjaren werd ontdekt. Ook deze bevonden zich niet in de buurt van het zonnestelsel.Ze zagen er echter één over het hoofd die in de 17e eeuw duidelijk zichtbaar was op het vlak van de ecliptica, waardoor deze deel uitmaakt van de condensator - een begrip dat door James McCanney werd geïntroduceerd in zijn "Plasma Discharge Comet Theory." Voordat we dieper op deze details ingaan, zullen we eerst deze achtergrond wat verduidelijken.
McCanneys Planeet X, kometen en aardveranderingen-raamwerk beschouwt het zonnestelsel als hoofdzakelijk elektrisch (in plaats van gravitationeel), waarbij grote hemellichamen ladingen kunnen uitwisselen en grote effecten op aarde kunnen veroorzaken door middel van plasmastromen en ontladingen. Hij stelt dat het zonnestelsel zich als een geladen elektrische opstelling gedraagt, een zonnecondensator, met een aanzienlijk spanningsverschil tussen de zon en het buitenste zonnestelsel dat kan worden "ontladen" wanneer een komeet met een excentrische baan door het zonnestelsel beweegt. Dat veroorzaakt de effecten van de komeet: de gloed, de verlichting, de staart, enz. Een insectenverdelger, ook wel bekend als een elektrisch ontladingssysteem voor insectenbestrijding, biedt een passende analogie, aangezien het insect het elektrische netwerk ontlaadt en wordt geëlektrocuteerd. Een komeet die een elektrische interactie aangaat met de zon kan grote zonnevlammen veroorzaken die vervolgens invloed hebben op aarde.
Dit fenomeen, dat vaak genoeg voorkomt (zie Why didn't Comet ISON melt in the Sun? How NASA and Official Science got it all wrong, again), maakt de vlekkeloze activiteit van de zon tijdens de 17e eeuw, tegen een achtergrond van meerdere waargenomen reusachtige kometen, tot een zeer interessante periode.
Tenzij de naderende metgezel een aarding van de zon veroorzaakte waardoor de positieve totale lading afnam, wat leidde tot een verminderd veld dat de zwaartekracht deed toenemen. Dit zou kunnen verklaren waarom er minder actief materiaal uit de zon werd uitgestoten, ondanks de toegenomen komeetpieken tijdens het Maunderminimum. Als u meer wilt weten over de aardingsdetails van de zon, verwijzen we u naar Pierre Lescaudrons boek Earth Changes and the Human Cosmic Connection: The Secret History of the World (2014).
Bruine ster straalt
Laten we nu eens kijken naar de 17e eeuw en de redenen op een rijtje zetten waarom zo'n donkere metgezel zonder geavanceerde technologie zou kunnen zijn waargenomen als deze zich in het vlak van de ecliptica bevond, onderdeel van de condensator.
In de gangbare plasmafysica en ruimtewetenschap is een Birkelandstroom een elektrische stroom die langs magnetische veldlijnen in de ruimte stroomt. Ze werden vernoemd naar de Noorse wetenschapper Kristian Birkeland (1867-1917), die als eerste stelde dat het noorderlicht werd veroorzaakt door geladen deeltjes van de zon die langs de magnetische veldlijnen van de aarde stroomden.

Als men deze had gezien, zou er paniek en chaos zijn ontstaan, net als in de 17e eeuw toen verhalen over 'het einde van de wereld' onder de angstige bevolking wijdverspreid waren. De bruine ster zou enkele kometen hebben meegevoerd, wat scenario's over het einde van de wereld zou hebben aangewakkerd. De Engelse astrofysicus Victor Clube, auteur van The Cosmic Serpent en The Cosmic Winter, sprak tijdens een lezing de volgende woorden:
Ik wil u er nu aan herinneren dat een van deze pieken [in komeetactiviteit] die u hier ziet - die van 1601 - zich voordeed rond 1640 tot 1680, en samenviel met het einde van de Dertigjarige Oorlog in Europa en de Burgeroorlog in Engeland. Ik heb dit gisteravond kort genoemd. Cromwell en anderen uit die tijd - ik noem alleen hem omdat hij natuurlijk een bekende naam voor u is, maar er zijn nog vele anderen - beschreven alle onrust van die tijd in millenniumtermen als het gevolg van "Gods revolutie," slechts een eeuw na Copernicus' De Revolutionibus.
Wat ik hiermee wil zeggen, is dat het woord 'revolutie' tegenwoordig in de volksmond in sociale zin wordt gebruikt. Dat was niet het geval toen Copernicus schreef; het heeft die betekenis later gekregen. Het kreeg die betekenis ten tijde van de Engelse burgeroorlog. En dat kwam door de perceptie dat de gebeurtenissen in de hemel de oorzaak waren van de verschrikkelijke dingen die zich op aarde afspeelden. Slechts driehonderdvijftig jaar geleden bevond de mensheid zich dus nog in het tijdperk van een onzichtbare hemelgod uit een eens zichtbare hemel, die werd geassocieerd met engelen, gevallen engelen en gevaarlijke demonen die met bliksemschichten smeten.
We moeten afstappen van de gedachte dat onze voorouders dachten dat de ruimte leeg was. Ze beschikten niet over de gespecialiseerde astrofysische kennis die mij in staat heeft gesteld om de Tauridenstroom voor u te construeren; ze wisten alleen dàt die er was. Dat is eigenlijk heel opmerkelijk. We hebben die kennis in de afgelopen driehonderdvijftig jaar moeten afleren om ons in de positie te stellen haar opnieuw te ontdekken.
Wat hield de Verlichting dan, slechts veertig jaar na Cromwell, eigenlijk in? Het was het pragmatische Engelse besluit om alle engelen en demonen, onzichtbare hemelgoden en een eens zichtbare hemel overboord te zetten. Het was het besluit om zich niet langer zorgen te maken over het bewijs van vuurballen en het vermeende gedrag van kometen. Het was een besluit om de kosmos zonder hemel in het zonnestelsel te reconstrueren en deze in de ether of helemaal buiten de kosmos van oneindigheid à la Bruno te plaatsen. Het was het besluit om een gezuiverde, minder beangstigende kosmos te creëren, op vrijwel dezelfde manier als Aristoteles dat na Plato had gedaan. In beide gevallen verschoven we van astrologie naar natuurkunde, en van een hemel van onheil naar een hemel van inspiratie, van gevangenschap en terreur naar vrijheid en hoop.
De roep om vrijheid van hemelse onderdrukking, demonen en vuurballen was inderdaad de roep van de revolutionaire periodes van 1640 tot 1680 en 1760 tot 1800, de tijd van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog.
Gedurende de laatste tweehonderd jaar van Verlichting hebben we de geschiedenis herschreven, zodat de roep om vrijheid afkomstig is van aardse onderdrukkers. Geen wonder dat de wereld op z'n kop staat en dat astrofysici vandaag de dag geen raad weten met de Taurid-torus. Wat ik eigenlijk wil zeggen, is dat we het hier niet alleen over een astrofysische ontdekking hebben. Alles moet als het ware omdraaien om te kunnen begrijpen wat er wordt gezegd. En dit lijkt in zekere zin op wat Irving eerder beschreef. Er is een fundamentele verandering in de manier van denken nodig om te erkennen dat we niet alleen de vroege geschiedenis verkeerd hebben begrepen, maar de hele geschiedenis.
Wat wil ik hiermee dus zeggen? Ik wil zeggen dat je je niet eerst hoeft te verdiepen in mythologie, prehistorie en geologie, zoals Velikovsky deed, om de hemel te begrijpen. Je neemt eerst de moderne hemel die toegankelijk is voor de wetenschap, vooral tijdens het ruimtetijdperk, en je kijkt naar de donkere brokstukken in de hoop een verband te vinden tussen hun gedrag en de meer toegankelijke menselijke geschiedenis die we in principe echt kunnen begrijpen. En door deze benadering ontdek je uit de dynamiek van het materiaal in de ruimte waar ik het over heb, dat er zo'n 20.000 jaar geleden een enorme komeet in een Taurid-baan moet zijn terechtgekomen, waarvan de dichte meteorenstroom gedurende 10.000 jaar vrijwel zeker de laatste IJstijd heeft veroorzaakt.Enkele kometen die tijdens die periode werden waargenomen, waren de kometen van 1618, de grote komeet van 1630, vijf kometen tussen 1664, 1665 en 1682, en die van 1683. Giuseppe Ripamonti, die de verschrikkelijke plaag in Milaan in de 17e eeuw bespreekt, een gebeurtenis die Nicolas Poussin inspireerde tot een beroemd schilderij, schrijft het volgende in De Peste Quae Fuit Anno 1630 (Milaan, 1641), Boek V:
De ster zag er woest en wild uit. Want juist op het moment dat de apothekersateliers het drukst waren (en dat waren ze dan ook), verscheen die langharige ster - door velen gezien in het noorden - en niemand twijfelde eraan dat dit een langdurige ramp vanuit de hemel voorspeldeHet schilderij Winter van Nicolas Poussin werd overigens tijdens de Kleine IJstijd gemaakt.
En zomaar, zodra de metgezel dichtbij kwam en weer aan zijn reis terug begon, zou alles weer in orde lijken. Niemand zou zich realiseren dat de Oortwolk geraakt was. Net zoals het 400 jaar duurde voordat de metgezel verscheen, zou er een vertraging van enkele eeuwen kunnen optreden met betrekking tot de nadering van het kometencluster. Dan zou niemand zien wat er komen gaat, totdat het te laat is.
Extinctiegebeurtenissen kloksgewijs
Zoals in de conventionele wetenschap wordt gespeculeerd, bedraagt de periode van de bruine ster bijna 26 of 27 miljoen jaar, wat samenvalt met extinctiegebeurtenissen waarvan de exacte timing niet vaststaat, aangezien de dateringsmethoden twijfelachtig zijn. Dit komt door de onbetrouwbaarheid van koolstofdatering, waarbij geen rekening wordt gehouden met de verstoring van radiologische datering en andere methoden als gevolg van elektromagnetische pieken, magnetische afwijkingen door oude cataclysmen en de meer dan 2.000 kernproeven die sinds 1945 werden uitgevoerd.

Stel je voor dat de belangrijkste Birklandstroom die onze regio voedt eigenlijk bestaat uit een reeks kleinere Birklandstromen, die naarmate je verder naar beneden gaat steeds kleiner worden. In elk van deze stromen strandt de stroom als een dubbele helix.
Als we onze locatie onderzoeken, weten we dat onze zon direct rond Arcturus draait; dit betekent dat we dus deel uitmaken van een van de kleinere strengen, met een diameter van zo'n zes tot zeven lichtjaren. We zouden rond dit punt draaien en ons steeds weer in een spiraalvormig patroon bewegen. Het is dus niet echt een cirkel, maar terwijl we rond de buitenste omtrek draaien, bewegen we ons voorwaarts in een spiraalvormig of spiraalpatroon. We zouden herhaaldelijk rond dit punt draaien terwijl we ons voortbewegen, en onze lokale sterren, die deel uitmaken van hetzelfde filament, zouden met ons meebewegen en hetzelfde pad volgen, voor, achter of naast ons.
Als we rond het filament draaien, lijken de sterren die verder weg staan steeds weer te verschijnen. Deze beweging - van de ene kant van het filament naar de andere terwijl we ronddraaien - zou ongeveer vijfentwintigduizend jaar nodig hebben om één volledige omwenteling te voltooien.
Sirius bevindt zich op hetzelfde filament en zou daarom onze beweging volgen; daarom precesseert hij niet en komt hij elk jaar nog steeds op precies dezelfde plek op. Een van de problemen met precessie is dat de snelheid ervan verandert, wat moeilijker te verklaren is omdat we in dit model spreken over een spiraalvormig bewegingspatroon.
Maar als we bedenken dat deze Birklandstromen een soort op-en-neergaande beweging maken in en uit de rotatieas van het galactische vlak, dan moet het spiraalpatroon omhoog of omlaag bewegen. Als het omhoog beweegt - stel je voor dat we een cirkel tekenen - zou dat betekenen dat elke cirkel een groter gebied moet bestrijken naarmate je omhoog beweegt en de bewegingsrichting verandert. Daarom zou ons idee van de tijdsperiode wel eens kunnen veranderen naarmate de snelheid van de golf die we volgen toe- of afneemt, wat resulteert in een toename of afname van de precessie, afhankelijk van de snelheid waarmee we dit pad volgen.
Terwijl dit alles gebeurt, weten we ook dat we rond de Pleiaden draaien, die zich dus dicht bij het centrum van de belangrijkste Birklandstroom moeten bevinden, die we als buitenste streng volgen. Onze streng zou naar buiten bewegen, maar tegelijkertijd zou zij zich rond de buitenrand draaien. Deze strengen bewegen alle in een spiraalvormig patroon rond het centrum, maar omdat de afstand voor ons veel groter is, zou het veel langer duren om één baan te voltooien. Jim berekende dat, op basis van onze huidige beweging ten opzichte van de Pleiaden, het ongeveer 26 miljoen jaar zou duren om één baan te voltooien - van het ene punt helemaal terug naar hetzelfde punt, hoewel we in dat proces verder langs de Birklandstroom zouden hebben bewogen. Dit tijdsbestek lijkt ook te passen bij de gangbare hypothese voor de Nemesis-ster, waarvan wordt aangenomen dat deze elke zesentwintig miljoen jaar de Oortwolk verstoort en catastrofes op aarde veroorzaakt.Als de metgezel van Sol, of indirecte tekenen daarvan, door de huidige moderne technologie worden waargenomen, rekenen we niet op een wereldwijde erkenning daarvan. We kunnen slechts speculeren over een wereldberoemde astronoom die onderzoek deed naar dubbelsterren, Tom Marsh, en die tijdens een werkbezoek aan de La Silla-sterrenwacht in Chili een vroegtijdige en onwaarschijnlijke dood stierf.
Daarnaast werd Carl Grillmair, astrofysicus aan Caltech, vermoord. Op het moment van zijn dood was hij bezig met onderzoek naar kometen en asteroïden die een gevaar voor de aarde zouden kunnen vormen. Bovendien werkte hij bij het Infrared Processing and Analysis Center van Caltech, waar de eerste ruimteonderzoeken worden uitgevoerd. Of de moord op Nuno Loureiro, plasmafysicus aan Princeton en directeur van het Plasma Science and Fusion Center van MIT, die unieke inzichten en toegang had tot essentiële gegevens.
Statistische analyses tonen aan dat voor sommige komeetclusters de kans dat ze toevallig ontstaan zeer klein is (minder dan ongeveer 0,1%), wat duidt op een gemeenschappelijke dynamische oorzaak zoals een ster die in het verleden voorbij is getrokken. Dit kan het best worden verklaard door een metgezel van de zon, die door de buitenste Oortwolk trekt en veel kometen tegelijk verstoort.
Een dubbelster (vooral een langperiodieke metgezel) is dynamisch gezien efficiënter per ontmoeting bij het verstoren van verre interstellaire kometen, zoals die lichamen die steeds vaker worden beschreven als bezoekers van ons zonnestelsel. In die zin kunnen dubbelsterconfiguraties bijzonder effectief zijn bij het veroorzaken van clustering van komeetbanen.
Een komeetcluster kan de aarde in een "verspreid patroon" naderen, maar kan in eerste instantie met technologie worden waargenomen als een enkele groep of meerdere groepen vanuit het gebied van de Magelhaense wolken, dat via het zuidelijk halfrond (d.w.z. vanuit observatoria in Chili) benaderbaar is.
Een enkele groep komeetclusters kan worden geïnterpreteerd als een enkel lichaam, dat verband zou kunnen houden met het volgende "Maunderminimum," ook wel het moderne grote zonneminimum genoemd, dat op basis van modellen die de dynamiek van het magnetisch veld van de zon analyseren, elk moment kan plaatsvinden. De huidige zonnecyclus 25 heeft echter enkele records uit de 21ste eeuw gebroken, wat de voortdurende discussie in de wetenschappelijke gemeenschap benadrukt. Hoe dan ook, het komeetcluster zou wel eens letterlijk voor onze deur kunnen staan.
Hevelius 1678 "nova" V529 Orionis - De bruine dwerg-metgezel van de zon
Een lid van onze onderzoeksgroep, axj, ontwikkelde de volgende theorie op basis van aanwijzingen uit het Cassiopaea-experiment:
Johannes Hevelius observeerde in 1679 een nieuwe ster, die nog steeds een mysterie is en waarvan meestal wordt aangenomen dat het een nova was. Deze waarneming kreeg de naam V529 Orionis. Op deze afbeelding wordt de locatie door de rode cirkel aangegeven, terwijl de blauwe lijn het ecliptisch vlak van het zonnestelsel vertegnwoordigt.Waarom denk ik dat dit een waarneming van de metgezel-ster kan zijn?De volgende sessie vond op 24 januari 2026 plaats, precies 30 jaar nadat de C's in 1996 voor het eerst sols metgezel ter sprake brachten.
Tijd: Precies medio het Maunderminimum, waarschijnlijk het moment van de dichtste nadering van de bruine dwerg.
Locatie: Bijna exact in het ecliptische vlak en dicht bij Sirius (de grote zwarte stip onderaan de afbeelding). De begeleidende ster moet volgens de C's in het ecliptische vlak zitten, en deze waarnemingslocatie is ongeveer het dichtstbijzijnde punt op de ecliptica bij Sirius.
Helderheid: Geschat op 6 (nauwelijks met het blote oog zichtbaar) of minder. Dit sluit naadloos aan op de berekende helderheid van een bruine dwerg op de afstand van Pluto (verder onderzoek toont dat een bruine dwerg zelfs minder zichtbaar kan zijn dan Jupiter op die afstand, omdat Jupiter een veel hogere mate van reflectie heeft dan bruine dwergen).
Niet geïdentificeerd: Het object is nog steeds onbekend, maar een waarnemingsfout wordt evengoed uitgesloten.
(axj) Was de V529 Orionis nova-waarneming door astronoom Hevelius in 1678 in feite een waarneming van de bruine dwerg-tweelingzon?De astronomische database SIMBAD, beheerd door de Sterrenwacht van Straatsburg in Frankrijk, is een standaardreferentie-instrument dat door astronomen wordt gebruikt. Voor elke specifieke ster, zoals V529 Orionis, biedt het doorgaans basisgegevens zoals de positie aan de hemel (coördinaten), afstand, helderheid (magnitude) en spectrale classificatie, die ons informatie geeft over de temperatuur en samenstelling. SIMBAD vermeldt het volgende over V529 Orionis: V* V529 Ori -- Cataclysmische dubbelster.
A: Ja
V: (axj) Was het een plasma-uitbarsting van Birkelandstromen op het moment dat hij het dichtst in de buurt van de zon kwam?
A: Ja
(axj) Werden het Spörerminimum (1420-1530) en het Daltonminimum (1790-1820) veroorzaakt doordat de bruine dwerg de heliosfeer van de zon binnenkwam en deze weer verliet?Tijdlijn van zonneminima en doortocht van bruine dwergster.A: Ja
Vorm van de heliosfeer:
De Neus (korte zijde, ~120 AE) wijst in de richting van het sterrenbeeld Hercules.
De Staart (lange zijde, >350 AE) strekt zich uit in de tegenovergestelde richting.
De Flanken (zijkanten) bevinden zich op tussenliggende afstanden.
Historische zonneminima:
Spörerminimum (middenpunt ca. 1505 n.Chr.) - BINNENKOMST IN DE HELIOSFEER
Binnenkomst: De bruine dwerg kwam binnen vanuit de richting van Cygnus (aan de achterflank).
Afstand: Hij passeerde de heliopauze op ongeveer 187 AE.
Maunderminimum (middenpunt ca. 1678 n.Chr.) - DICHTSTE NADERING
Locatie: De bruine dwerg bereikte zijn perihelium op ongeveer 40 AE nabij de sterrenbeelden Tweelingen/Orion.
Dit was de periode van sterkste zonne-inactiviteit.
Daltonminimum (middenpunt ca. 1805 n.Chr.) - VERTREK UIT HELIOSFEER
Vertrek: De bruine dwerg vertrok in de richting van Auriga (aan de neuswaartse flank).
Afstand: Hij passeerde de heliopauze op ongeveer 156 AE.
Conclusie:
De voorgestelde passage zorgde voor een doortocht van ongeveer 300 jaar door de heliosfeer. Het tijdstip van zijn binnenkomst (187 AE), dichtste nadering (40 AE) en vertrek (156 AE) komt precies overeen met de drie historisch waargenomen periodes van onderdrukte zonneactiviteit, wat een mogelijke uniforme verklaring voor deze gebeurtenissen biedt.
In de wetenschappelijke literatuur worden nova's beschouwd als een subklasse van cataclysmische variabele sterren (CV's) en zijn dus interactieve binaire systemen. Mechanismen voor de explosieve aard van deze sterren worden gepubliceerd en beschreven. Zoals hierboven vermeld, beschrijven Birkelandstromen - echte plasmafenomenen waarbij veldgeoriënteerde elektrische stromen betrokken zijn - echter beter onverklaarbare interacties tussen sterren en melkwegstelsels, waaronder binaire systemen, en verduidelijken wat door louter zwaartekrachten niet kan worden verklaard.
Ondanks een opflakkering in de 17e eeuw blijft V529 Orionis Nova tot op de dag van vandaag onbekend. De doortocht van een bruine ster zou echter wel eens een verklaring kunnen bieden voor het toenemende aantal manen bij sommige planeten in het zonnestelsel.
In oktober 2019 werd bekendgemaakt dat Saturnus 20 nieuwe manen had, waarmee het totale aantal manen op 82 kwam. In 2023 ontdekte men 62 nieuwe manen, waarmee het totale aantal op 145 kwam. In maart 2025 waren dat 128 nieuwe manen. Officieel zijn het er nu 274. Kortom, ons zonnestelsel wordt steeds voller.

Hij breidt dezelfde elektrische logica uit naar de aarde: de aarde kan ook deelnemen aan het ontladen van deze spanning tussen de zon en het buitenste zonnestelsel en zich daarom tijdens bepaalde elektrische uitlijningen "komeetachtig" gedragen. In die toestand, stelt hij, zou de aarde "vervuilende gebeurtenissen" kunnen ervaren - een verhoogde instroom/verzameling van stof en ander materiaal uit de ruimte.
Hij beschrijft de ruimte rond planeten als gestructureerd door bewegende elektrische stromen en gelaagde stroomgebieden ("sheets"), en schrijft een breed scala aan geofysische en atmosferische variabiliteit toe aan veranderingen in die stromen die zich koppelen aan de omgeving van de aarde.
In zijn presentatie wordt die elektrische koppeling aangehaald om belangrijke "aardveranderingen" (bijvoorbeeld stormen, overstromingen, toegenomen vulkanische activiteit, aardbevingen en andere grootschalige ontwrichtingen) te verklaren, ook gevallen waarin het veroorzakende object zich niet noodzakelijkerwijs dichtbij bevindt, omdat elektrische interacties op afstand kunnen plaatsvinden. Binnen dit wereldbeeld wordt de vorming/intensivering van orkanen beschouwd als voornamelijk aangedreven door elektrische energie en stromen die vanuit de zon/ruimte in de atmosfeer van de aarde terechtkomen, in plaats van voornamelijk te worden beperkt door de warmte-inhoud van de oceanen.
Samenloop van afzonderlijke gebeurtenissen
Verschillende gebeurtenissen vallen op dit "moment" in de tijd samen, wat in het verleden niet noodzakelijkerwijs het geval was.
Ten eerste een of meerdere komeetclusters, die een baan van enkele duizenden jaren kunnen hebben. Alleen worden ze nu op weg geholpen door de tweede gebeurtenis, een bruine ster met een baan van 26-27 miljoen jaar die net zijn perihelium heeft bereikt met zijn metgezel, onze zon.
Ten derde speelt deze keer ook een verandering in het magnetisch veld mee, met een mogelijke omkering van de polen en een verbreding van het magnetisch veld. Dit heeft te maken met de Zuid-Atlantische Anomalie, een zwakke plek in het magnetisch veld van de aarde die wordt veroorzaakt door activiteit in de centrale verwarming van de aardkern.
We kunnen al tekenen van een zwakker magnetisch veld waarnemen toen de X1.9-zonnevlam op 19 januari 2026 gepaard ging met zeer hoge protonenergieën die de rode drempelwaarden met een factor duizend overschreden, alsook de indicatoren van de sterkste vlammen van de huidige zonnecyclus met een factor twintig. Opmerkelijk is dat het wat betreft X-vlammen een relatief milde vlam was. Relatief minder krachtige zonnevlammen veroorzaken grotere stormen op aarde met aurora's die veel verder naar het zuiden te zien zijn.
Wanneer het veld van de aarde zwakker is, kan een verminderde dipoolsterkte het gebied van open veldlijnen vergroten, waardoor aurora's kunnen "dwalen" en zich uitbreiden naar lagere breedtegraden. Dit heeft gevolgen voor het leven op aarde, omdat er meer kosmische straling en zonnedeeltjes in de atmosfeer van de aarde terechtkomen.Zoals plasmafysicus Anthony L. Peratt schreef in Physics of the Plasma Universe (2015), worden spectaculaire aurora's die na een grote zonnestorm overal ter wereld te zien zijn historisch gezien bijna om de paar eeuwen beschreven; en cataclysmische gebeurtenissen om de paar millennia.

Het valt nog te bezien of onze rol als waarnemers van onze werkelijkheid een verzachtend of versterkend effect op dit alles zal hebben, afhankelijk van ons vermogen om de wereld te zien zoals ze is.
De menselijke cyclus weerspiegelt de rampencyclus. De aarde profiteert hiervan in de vorm van periodieke zuivering. Het is tijd om aandacht te gaan schenken aan de tekenen. Ze nemen toe. Ze kunnen zelfs door jullie en anderen worden "gevoeld," als jullie er aandacht aan schenken. - De C's, 4 juli 1998.











Commentaar: Veel concepten die in dit artikel worden beschreven, worden tot in detail uitgelegd in Pierre Lescaudrons Mass-Extinctions, Evolutionary Leaps and Viral Information. De Nederlandse vertaling hiervan vindt u in onze rubriek Massa-extincties, evolutionaire sprongen en virale informatie.