Commentaar: Het volgende werd meer dan 20 jaar geleden geschreven door Laura Knight-Jadczyk, oprichter en redacteur van SOTT. Het werd dus geschreven tijdens de eerste regering-Bush en voorspelde terecht dat de psychopaten en idioten die na 9/11 in de VS uit de schaduw tevoorschijn kwamen, zowel de VS als de rest van de wereld gestaag zouden destabiliseren. Wat nog moet blijken, is of haar andere voorspelling uitkomt: de komst van intense kometenactiviteit die de drang van de psychopaten naar totale controle neutraliseert en de mensheid haar 'onafhankelijkheid' teruggeeft. In dit artikel stelt Knight-Jadczyk een 'kosmisch mechanisme' voor waardoor tijdperken en beschavingen worden 'gereset' en dus opnieuw beginnen...
Vorig jaar op de 4e juli reden we naar het plaatselijke winkelcentrum om naar het vuurwerk te kijken. We kochten kant-en-klaar maaltijden bij Colonel Sanders en luisterden naar Vivaldi terwijl de avondhemel veranderde in een kosmisch sprookjesland vol magie en mysterie. We hadden geen idee dat dit de laatste 4 juli zou zijn die we zouden vieren. Zeven maanden later zaten we in een vliegtuig en vertrokken uit de VS - waarschijnlijk voorgoed - en toen ik voor het laatst naar mijn geboorteland keek, voelde mijn hart bezwaard bij het besef van hetgeen het land van de vrijen en het thuis van de dapperen in de toekomst waarschijnlijk te wachten staat.
Wat bedoel ik daarmee?
Op 13 mei schreef ik iets over de Planeet X-hoax: Zal de wereld op donderdag vergaan? Zoals ik aan het einde van deze opmerking schreef: "De honden blaffen, maar tegen de verkeerde boom."
We worden al zo veel jaren om de oren geslagen met hoaxes en paniekzaaierij over het "einde van de wereld" dat het inmiddels behoorlijk vermoeiend en vervelend begint te worden. Wanneer was de laatste keer dat je iets over die onzin van de fotongordel hebt gehoord? Die was een tijdje behoorlijk populair. Iedereen ging los, terwijl tientallen mensen veel geld verdienden aan boeken en "ascensie"-cursussen om mensen te helpen de "verlichting" van de planeet te overleven.
Nou, die "fotongordel" bleek een domper te zijn... en toen kwam de Hale Bopp-gekte, die tot een aantal massa-zelfmoorden en een algemene sfeer van paranoia leidde. Wat veel mensen niet opmerkten, was dat er een aantal zeer vreemde dingen gebeurden hier op onze blauwe planeet terwijl Hale Bopp onze hemel opsierde - het weer veranderde drastisch en Europa kreeg te maken met wat "de zondvloed van het millennium" werd genoemd. Je vraagt je af of de Hale Bopp-kwestie niet gewoon een of andere manoeuvre was om de aandacht af te leiden van wat er werkelijk gaande was - een soort kosmisch O.J. Simpson-proces?
Nadat Hale Bopp uit beeld raakte, kwam de paniek rond Planet X op gang en Nancy Leider - bedot of oplichtster, wie zal het zeggen? - wordt mogelijk geconfronteerd met rechtszaken omdat ze mensen daarmee op het verkeerde been had gezet. Ons onderzoek naar mindcontrol-projecten van de geheime regering suggereert dat Nancy en anderen eigenlijk niet verantwoordelijk zijn voor hun waanzin: het werd op touw gezet en wel opzettelijk.
Terwijl dat allemaal gaande was, draaide de politieke wereld natuurlijk door en zitten we nu op een planeet die als een kruitvat wacht tot iemand achteloos een sigaretje opsteekt...
Wat ons in SOTT's Newsroom het meest heeft beziggehouden, is de schijnbare onverschilligheid van degenen die daadwerkelijk iets zouden kunnen DOEN om de vernietigende kracht van de wereldwijde vernietiging die onze planeet besluipt, een halt toe te roepen. In dit verband hebben we uitgebreid gesproken over de beschouwingen van Richard Dolan in zijn boek UFOs and the National Security State. In mijn recensie van dit boek schreef ik:
Dolan beschrijft het falen van burgergroepen bij hun pogingen om echt "een einde te maken aan de geheimhouding rond UFO's." NICAP had prominente en actieve leden, banden met leden van het Congres en het leger, en hun strijd duurde meer dan tien jaar. NICAP vocht hard voor hoorzittingen in het Congres, maar telkens wanneer ze het onderwerp "bijna" openbaar aan de orde konden stellen, trokken de congresleden zich terug en hun steun in.Hoewel Dolan over UFO-onthullingen sprak, lijkt hetzelfde principe van toepassing te zijn op het terugbrengen van het Amerikaanse staatsschip op de koers van vrijheid en democratie. Vooral in de huidige tijd lijkt het van toepassing te zijn op elk soort onderzoek naar de beginselen en verantwoordelijken achter de huidige politieke waanzin. In een discussie over de aanval op het Pentagon kwam er een soort antwoord op deze vraag naar boven:
Wat voor groep kan op zo'n manier macht over onze regering uitoefenen?
Een meer diepgaande vraag zou kunnen zijn: wat voor groep kan macht over de media, het leger, de CIA, de FBI, de NSA en zelfs de president uitoefenen? Hoe intimideren en domineren zij ethische en invloedrijke personen op gezaghebbende posities? Wat het ook is, we zouden het graag willen weten, omdat het suggereert dat zij iets verbergen dat zó belangrijk is dat zelfs hints daarover achter gesloten deuren de machtigste congresleden met de staart tussen de benen doet wegvluchten.
V: (A) Ik heb een technische vraag, want als [vlucht 77] ergens is geland, is de vraag of de normale militaire verkenningssatellieten, of wat het ook zijn, de locatie kennen, of dat hij volledig verdween voor de landing plaatsvond, volgens normale satelliet-, of liever gezegd, militaire waarnemingen?Wie de Adventures-serie heeft gelezen, is al bekend met het onderzoek dat we hebben gedaan naar "wie er op de eerste plaats staat" op deze planeet. Een van de meest verontrustende dingen die we hebben ontdekt, is dat Amerikaanse belastingcenten - of misschien wel geld van geheime operaties - wordt gebruikt om te onderzoeken hoe je met zo min mogelijk energie zo veel mogelijk mensen kunt doden. Er bestaat ook iets dat "maximale duurzame menselijke bevolking" wordt genoemd en men vraagt zich af wat het verband tussen deze twee concepten is.
A: Hij landde op de normale manier.
V: (A) Oké, dat betekent dus dat het leger, en misschien ook het Witte Huis, weet dat het vliegtuig was geland en weet dat...
A: Het Witte Huis heeft sowieso weinig weet van hetgeen zich afspeelt.
V: (A) Juist. Maar er zijn nog andere spionagesatellieten; sommige andere landen weten misschien dat dit verhaal over vlucht 77 die op het Pentagon neerstortte...
A: Op die niveaus is er maar één "Meester."
V: (L) Die niveaus? Welke niveaus?
A: Niveaus die opdracht kunnen geven om iets te verbergen of achter te houden.
V: (L) Dus jullie zeggen dat zelfs Franse, Russische of Chinese satellieten die misschien iets hebben waargenomen, dat er een bepaald niveau van controle bestaat dat opdracht kan geven om dergelijke informatie te verbergen of achter te houden... (A) En dat die opdracht wordt uitgevoerd? Waarom?
A: Degenen die zich op dat niveau bevinden, werden omgekocht door hen zowel informatie over komende catastrofale gebeurtenissen te geven als hen overleving en machtsposities voor de periode daarna te beloven. Het is niet moeilijk om te beseffen dat er al een groep van dit soort mensen op machtsposities zit. Macht is niet alleen aantrekkelijk voor dit soort mensen, zij zijn ook het meest vatbaar voor corruptie door macht.
Terugkomend op de kwestie van onverschilligheid. Naast de macht die moet worden uitgeoefend op overheidsfunctionarissen wereldwijd om te voorkomen dat er echt verzet ontstaat tegen de huidige waanzin, speelt ook mee dat de verschillende mensenmassa's in verschillende mate van een slaaptoestand lijken te verkeren. Dit kan het gevolg zijn van de implementatie van mindcontrol-projecten. De groep die het diepst lijkt te slapen, zijn de Amerikanen als geheel, hoewel er uitzonderingen bestaan. De Amerikanen die WEL wakker zijn, lijken beter te begrijpen wat er in de VS gaande is dan Europeanen, die George Bush over het algemeen gewoon zien als de dorpsidioot die de baas over de wereld wil spelen. De wakkere Amerikanen zien het ECHTE probleem tenminste als de opkomst van gevaarlijk fascisme dat niet alleen wil domineren, maar letterlijk de wereld wil overnemen en REGEREN.
Althans, zo lijkt het...
Desalniettemin is die kwestie van onverschilligheid verontrustend. We kunnen natuurlijk suggereren dat veel Amerikanen wakker zijn en de propaganda en leugens doorzien - en dat de enige reden waarom we daar niets van weten, is omdat de reguliere media consequent en opzettelijk alle berichten over activisme wegfilteren om andere activisten psychologische steun en een gevoel van solidariteit te ontnemen. Maar ik kan nog steeds niet het gevoel van me afschudden dat het negeren ervan en hopen dat het vanzelf verdwijnt, de voorkeursreactie is.
Laatst werd ik 's ochtends wakker met de volgende gedachte in mijn hoofd: de huidige wereldwijde waanzin is als een Trojaans paard - een vehikel dat de instrumenten van vernietiging met zich meedraagt. Zoveel mensen lijken op herten die door de koplampen van de jager verblind worden - gefascineerd door het schouwspel en zich totaal niet bewust van de dreigende vernietiging.
Deze gedachte kwam niet uit het niets en niet zonder reden. Het was het resultaat van vele dagen diep nadenken en discussiëren hier op SOTT Centraal. Wat aanleiding gaf tot die discussies is waar ik het hier over wil hebben: de mogelijkheid van wereldwijde vernietiging die op de loer ligt en dat de politieke manipulaties op deze wereld bedoeld zijn om onze aandacht af te leiden van signalen en indicaties dat dit ophanden is.
Zoals we al meerdere malen hebben opgemerkt in het commentaar op SOTT, lijkt het absoluut buitenissige gedrag van de Bush-criminelen die een staatsgreep in Amerika hebben gepleegd, evenals de geënsceneerde reacties van de leiders van andere landen wereldwijd, gebaseerd te zijn op de vaste overtuiging dat ze nooit voor hun misdaden zullen hoeven boeten. Hun gedrag lijkt verontrustend veel op dat van een gewetenloos persoon die te horen heeft gekregen dat hij in de laatste fase van een terminale ziekte verkeert.
Als dat het geval is, wat geeft hen dan het vertrouwen om zich er gewoonweg niets van aan te trekken dat hun verkrachting, plundering en roof van de wereld zelfs voor de domste mensen duidelijk wordt?
Regelmatige lezers van deze website zijn op de hoogte van ons onderzoek naar het probleem van cyclische extincties. Over het algemeen wordt dit toegeschreven aan een "poolverschuiving."
In zijn boek Pole Shift beschreef John White de theorie van een poolverschuiving als de "ultieme ramp." White somde talrijke paranormale voorspellingen op die duidelijk een poolverschuiving beschrijven en probeerde deze te relateren aan wetenschappelijke denkbeelden. Eén bron beweert dat de eilanden van Hawaï zullen stijgen en de toppen zullen worden van een grote bergketen op een nieuw continent dat in de Stille Oceaan zal oprijzen. Een andere bron voorspelt dat de eilanden van Hawaï onder de golven van de zee zullen verdwijnen. Dergelijke tegenstrijdigheden tussen paranormaal begaafden worden vaak handig verklaard door de theorie van het "vertakkende universum" met een twist: beide zijn waar, ze verwijzen alleen naar verschillende perioden in de toekomstige geschiedenis.
Het bleek dat de meeste paranormale voorspellingen die John White analyseerde betrekking hadden op de periode rond het jaar 2000. Nou, dat jaar is voorbij, de pool is niet omgekeerd en we leven nog steeds.
Het feit dat de magnetische polen van de aarde tijdens de loop der "geschiedenis" al vele malen van positie zijn gewisseld, is inmiddels een algemeen aanvaard wetenschappelijk feit. Maar dit zegt eigenlijk helemaal niets over het "omdraaien" van de planeet zelf. Het betekent alleen maar een omkering van het magnetisch veld. Zoals we nu weten, keert de zon haar magnetisch veld regelmatig en op cyclische wijze om, zonder dat dit duidelijke catastrofale gevolgen heeft. Een eenvoudige omkering van het magnetisch veld kan dus niet worden gebruikt om een fysieke en letterlijke "poolverschuiving" te onderbouwen.
Uiteindelijk is het belangrijkste probleem van alle "einde van de wereld"-theorieën dat van het "triggermechanisme." Waardoor wordt de machine aangedreven?
Om een idee te krijgen van een "trigger" is het belangrijk om de gegevens die we kunnen verzamelen te ordenen en te bepalen of een poolverschuiving überhaupt mogelijk is en, zo ja, of het een geleidelijke, uniformitaire gebeurtenis is, of een plotselinge en cataclysmische?
Tegenwoordig wordt door wetenschappers algemeen aanvaard dat er een "uitstervingscyclus" bestaat. Tot voor kort probeerde men die echter zo ver in het verleden en de toekomst te plaatsen dat deze onmogelijk van invloed kon zijn op onze huidige beschaving. Pas sinds kort komen er aanwijzingen en hints boven drijven die tot het publieke bewustzijn doordringen - een soort "proefballonnetje" - hoewel er zoals gewoonlijk veel discussie over bestaat. Over het algemeen benaderen degenen die zeggen dat cyclische uitstervingen WEL voorkomen - en nogal vaak - het onderwerp vanuit het oogpunt van het verzamelen en presenteren van gegevens. De tegenstanders benaderen het onderwerp over het algemeen vanuit het oogpunt van het "wegredeneren" van de gegevens als "foutief" of "verkeerd begrepen." Ze hebben ook de neiging om emotioneel te worden en de persoonlijkheden van degenen die de gegevens presenteren aan te vallen. Toch komen er steeds meer feiten, gegevens en betrouwbare informatie aan het licht. Overweeg in het bijzonder de volgende passage uit mijn boek The Secret History of The World:
Er gebeurde iets rampzaligs met de grote zoogdieren die tijdens het Pleistoceen over de wereld zwierven. Wollige mammoeten, mastodonten, toxodons, sabeltandtijgers, wollige neushoorns, reuzengrote grondluiaards en vele andere grote Pleistocene dieren zijn gewoonweg niet meer onder ons. Feit is dat meer dan 200 diersoorten volledig verdwenen aan het einde van het Pleistoceen, zo'n 12.000 jaar geleden, tijdens de zogenaamde "Pleistoceen-extinctie."De conclusie luidt dat het einde van de ijstijd, de uitsterving tijdens het Pleistoceen, het einde van het laat-Paleolithicum, het Magdalénien, het Perigordien, enzovoort, alle zo'n 12.000 jaar geleden tot een wereldwijde, catastrofale afloop hebben geleid. En toevallig is dit, nog voordat dit bewijs aan het licht kwam, ongeveer dezelfde datum die Plato gaf voor het zinken van Atlantis. Toeval?
Terwijl paleontologen worstelen met de verontrustende notie van zo'n recente massa-uitsterving, worden geologen geconfronteerd met het bewijs van angstaanjagende geologische veranderingen die plaatsvonden: grootschalige vulkanische activiteit en aardbevingen, vloedgolven, smeltende gletsjers, stijgende zeespiegels, enzovoort. Het Pleistoceen eindigde zeker niet met een sisser. Het eindigde met een daverende knal.
Geologen en paleontologen houden niet van catastrofisme - daar liggen ze 's nachts wakker van. Ze hebben lang en hard tegen de catastrofisten gestreden. Maar tegenwoordig moeten wetenschappers in beide vakgebieden erkennen dat de catastrofisten vanaf het begin grotendeels gelijk hadden, ook al gingen ze misschien te ver en verklaarden alles in termen van catastrofes. Het is duidelijk dat er "geleidelijke" veranderingen plaatsvinden, maar dat de meeste ingrijpende veranderingen op onze aarde een catastrofaal karakter hebben.
Een van de belangrijkste feiten waarmee zowel paleontologen als geologen en archeologen geconfronteerd werden, is het enorme aantal bevroren kadavers in Canada en Alaska in het westen, en in Noord-Rusland en Siberië in het oosten - alle gedateerd op zo'n 12.000 jaar geleden. Dit suggereert natuurlijk dat er iets vreselijks op de planeet gebeurde en dat de gevolgen daarvan op het noordelijk halfrond ernstiger waren dan op het zuidelijk halfrond.
In de jaren veertig leidde Dr. Frank C. Hibben, hoogleraar archeologie aan de Universiteit van New Mexico, een expeditie naar Alaska om menselijke resten te zoeken. Hij trof geen menselijke resten aan, maar wel kilometerslange ijzige modder vol met mammoeten, mastodonten, verschillende soorten bizons, paarden, wolven, beren en leeuwen. Net ten noorden van Fairbanks, Alaska, keken de leden van de expeditie met afgrijzen toe hoe bulldozers de half gesmolten modder in sluisbakken duwden voor de winning van goud. Dierentanden en botten rolden voor de bladen op "als spaanders voor een gigantisch vliegtuig." De kadavers werden in alle mogelijke doodshoudingen aangetroffen, de meeste waren "uit elkaar getrokken door een onverklaarbare prehistorische catastrofale ontwrichting."
Het overduidelijke geweld waarmee deze massa's dieren om het leven waren gekomen, in combinatie met de stank van rottend vlees, was bijna ondraaglijk, zowel om te zien als om te bedenken wat daarvan de oorzaak zou kunnen zijn geweest. De slachtvelden strekten zich letterlijk honderden kilometers in alle richtingen uit. Er waren bomen en dieren, lagen turf en mos, vervormd, verstrengeld en verminkt alsof een kosmische mixer ze 12.000 jaar geleden allemaal had opgezogen en ze vervolgens onmiddellijk tot een stevige massa had bevroren.
Even ten noorden van Siberië bestaan hele eilanden uit de botten van dieren uit het Pleistoceen die vanaf het continent naar het noorden werden meegesleurd en in de ijskoude Noordelijke IJszee belandden. Volgens een schatting liggen er langs de rivieren in Noord-Siberië zo'n tien miljoen dieren begraven. Duizenden en duizenden slagtanden zorgden voor een grootschalige ivoorhandel voor de meester-beeldsnijders uit China; allemaal afkomstig van de bevroren mammoeten en mastodonten in Siberië. De beroemde mammoet van Beresovka vestigde voor het eerst de aandacht op de conserverende eigenschappen van snel invriezen toen er boterbloemen in zijn bek werden aangetroffen.
Wat voor verschrikkelijke gebeurtenis overviel deze miljoenen wezens binnen één enkele dag? Het bewijs suggereert dat er een enorme tsunami over het land raasde, dieren en begroeiing samenpersend, om uiteindelijk voor de komende 12.000 jaar snel te worden ingevroren. Maar de uitsterving bleef niet beperkt tot het Noordpoolgebied, ook al bleef het bewijs van de razernij van de natuur door de bevriezing bewaard.
Paleontoloog George G. Simpson beschouwt het uitsterven van het Pleistoceenpaard in Noord-Amerika als een van de meest mysterieuze episodes uit de zoölogische geschiedenis en geeft toe dat "niemand het antwoord weet." Hij is ook eerlijk genoeg om toe te geven dat er sprake is van een groter probleem, namelijk het uitsterven van vele andere soorten in Amerika tijdens dezelfde periode. Het paard, reuzenschildpadden die in het Caribisch gebied leefden, het reuzengordeldier, de sabeltandtijger, de glyptodont en de toxodon. Dat waren allemaal tropische dieren. Deze dieren stierven niet door het "geleidelijk intreden" van een ijstijd, "tenzij men bereid is te veronderstellen dat de temperaturen aan de evenaar afkoelden tot onder het vriespunt, maar een dergelijke verklaring roept duidelijk vragen op."
In Florida werden enorme stapels botten van mastodonten en sabeltandtijgers aangetroffen. In Venezuela werden in berggletsjers mastodonten, toxodons, reuzengordeldieren en andere dieren gevonden die snel bevroren waren. Wollige neushoorns, reuzenmiereneters, reuzenbevers, reuzenjaguars, grondluiaards, antilopen en tal van andere soorten werden alle tegelijkertijd volledig uitgeroeid, aan het einde van het Pleistoceen, zo'n 12.000 jaar geleden.
Dit was een wereldwijde gebeurtenis. De mammoeten van Siberië stierven tegelijkertijd uit met de reuzenneushoorns van Europa, de mastodonten van Alaska, de bizons van Siberië, de Aziatische olifanten en de Amerikaanse kamelen. Het is duidelijk dat de oorzaak van deze uitsterving voor beide halfronden dezelfde moet zijn geweest en dat die niet geleidelijk verliep. Een "uniformitaire ijstijd" zou geen uitsterving hebben veroorzaakt, omdat de verschillende dieren simpelweg betere weidegronden zouden hebben opgezocht.
Wat we zien is een verrassende gebeurtenis van ongecontroleerd geweld. Met andere woorden, 12.000 jaar geleden, een tijdperk dat we tijdens ons onderzoek steeds weer tegenkwamen, gebeurde er iets vreselijks - zo vreselijk dat het leven op aarde binnen één dag bijna volledig werd weggevaagd.
Harold P. Lippman geeft toe dat de enorme hoeveelheden fossielen en slagtanden die in de Siberische permafrost liggen ingekapseld een "onoverkomelijke hindernis" vormen voor de theorie van het uniformitarianisme, aangezien geen enkel geleidelijk proces kan leiden tot het behoud van tienduizenden slagtanden en complete exemplaren, "zelfs als ze in de winter waren gestorven." Vooral omdat veel van die exemplaren onverteerd gras en bladeren in hun maag hebben. De pleistoceen-geoloog William R. Farrand van het Lamont-Doherty Geological Observatory, die tegen elke vorm van catastrofisme is, stelt: "De plotselinge dood blijkt uit de gezonde conditie van de dieren en hun volle magen ... de dieren waren sterk en gezond toen ze stierven." Helaas lijkt deze arme man, ondanks deze erkenning, niet in staat te zijn geweest om de realiteit van een wereldwijde calamiteit onder ogen te zien, die wordt vertegenwoordigd door de miljoenen botten die aan het einde van het Pleistoceen overal op deze planeet werden opgeworpen. Hibben vat de situatie in één zin samen: "Het Pleistoceen eindigde in de dood. Dit was geen gewone uitsterving van een vaag geologisch tijdperk dat op onzekere wijze ten einde kwam. Deze dood was catastrofaal en allesomvattend."
Aan de rand van Brno, Moravië, ligt een steengroeve waar arbeiders de botten van een wolharige mammoet hebben gevonden. Daar, in de steengroeve, werd een bijna 50 meter diepe opeenvolging van meerdere bodemcycli ontdekt. Elke klimaatcyclus van warm naar koud kwam tot uiting in een opeenvolging van gradaties in bodemtypes, die de verandering weerspiegelden van een vochtig, loofrijk bos naar een dorre, bevroren toendra, doorkruist door diep doordringende permafrost. Halverwege elke cyclus zien we talrijke lagen fijn, door de wind meegevoerd stof, dat waarschijnlijk afkomstig is van monsterlijke stormen op continentale schaal. Deskundigen vermoeden dat dit stof de aarde weken- of maandenlang heeft bedekt en een verkoelend effect op het Europese klimaat moet hebben gehad. In het koudere deel van elke cyclus was de natuur zó droog geworden dat zelfs grote rivieren waren opgedroogd.
Het lijkt erop dat de ijskappen die herhaaldelijk naar het zuiden oprukten, gepaard gingen met de ontwikkeling van uitgestrekte, maar tijdelijke, woestijnen in heel Rusland en Oekraïne en die zich zelfs tot in Zuidoost-Europa en tot aan de kusten van de Zwarte Zee uitstrekten. Elke overgang van ijskoude naar warme omstandigheden verliep in elke cyclus abrupt.
Een team met oceanografen uit Turkije, Rusland, Bulgarije en de Verenigde Staten bestudeerde de Zwarte Zee. Met behulp van geluidsgolven en boorapparatuur ontdekten ze dat de Zwarte Zee ooit een enorm zoetwatermeer was. Glenn Jones van het Woods Hole Oceanographic Institution dateerde de monsters van de bodem van de Zwarte Zee en bevestigde dat zo'n 7500 jaar geleden de zeeën door de Bosporusvallei waren gebroken en het zoute water van de Middellandse Zee met onvoorstelbare kracht het meer was binnengestroomd. Dit gebeurde overduidelijk plotseling en vrijwel onmiddellijk. Ook werd vastgesteld dat de enorme hoeveelheden zout water die de Zwarte Zee binnenstroomden, zuurstofarm waren.
Om 20.00 uur op 5 juni 8498 v.Chr. sloegen delen van de kern van asteroïde A het eerste beslissende gat in de breukzone van de Atlantische Rug. De krachten van de hel werden ontketend. Door deze twee nieuw gevormde openingen schoot het gloeiend hete magma met enorme snelheid omhoog en vermengde zich met het water erboven: het water van de Atlantische Oceaan. Dit creëerde alle omstandigheden voor een onderzeese vulkaanuitbarsting van de grootst mogelijke intensiteit. De breuklijn werd uit elkaar gescheurd. De bodem van de zee barstte open. Alle bestaande vulkanen werden geactiveerd en er ontstonden nieuwe openingen. Aards vuur en oceaanwater raakten verstrikt in een steeds groter wordend volume. Magma vermengde zich met stoom. De vuurketen liep volledig tussen de twee continenten, van de Beerenberg-vulkaan op Jan Mayen in het noorden tot Tristan de Cunha in het zuiden.Deze nogal theatrale beschrijving op de achterkant van Otto Mucks boek - The Secret of Atlantis - is gebaseerd op zijn theorieën over het causale verband tussen isothermen en het gunstige klimaat in Noordwest-Europa en de onbelemmerde stroming van de Golfstroom over de Atlantische Oceaan. Muck probeert aan de hand van deze stroming aan te tonen dat er vroeger een groot landmassief in de Atlantische Oceaan had gelegen waarvan de verzakking de oceaanstromingen veranderde en de Britse eilanden ongeveer 10.500 jaar geleden, op een dag of twee na, opwarmde. Op basis van een gevarieerde en interessante verzameling hard bewijs suggereert Muck dat het onderzeese massief van de Azoren ooit boven water lag en de Golfstroom zou kunnen hebben geblokkeerd en afgebogen, waardoor de circulatie van het warmere water werd verhinderd en zo bijdroeg aan de ijskoude temperaturen op de Britse eilanden.
Er zijn andere oplossingen voor het probleem van de isothermen, waaronder huidig onderzoek dat aantoont dat dit het gevolg kan zijn van de opwarming van de aarde. Hoewel we niet ontkennen dat een dergelijke ernstige verstoring van de lithosfeer mogelijk is, zoals Muck suggereert, en we de idee van massavernietiging van soorten niet bagatelliseren, lijkt het erop dat een gebeurtenis die zou leiden tot het volledig wegzakken van zo'n uitgestrekt stuk land, een gebeurtenis zou zijn waarbij absoluut niets op aarde zou overleven.
Niettemin vestigt Otto Muck onze aandacht op de meteorietkraters in de [Amerikaanse] Carolinas. De Carolina-baaien zijn mysterieuze landvormen die vaak begroeid zijn met laurierbomen en andere moerasvegetatie. Vanwege hun ovale vorm en consistente opstelling worden ze door sommige autoriteiten beschouwd als het resultaat van een omvangrijke meteorenregen die zo'n 12.000 jaar geleden plaatsvond. Het meest verbazingwekkende is het aantal ervan. Er zijn meer dan 500.000 van deze ondiepe bekkens verspreid over de kustvlakte van Georgia tot Delaware. Dat is een angstaanjagend aantal.
Laat me dat nog eens benadrukken: er zijn meer dan 500.000 van die ondiepe bekkens.
In tegenstelling tot vrijwel alle andere watermassa's of hoogteverschillen volgen deze topografische kenmerken een betrouwbaar en onmiskenbaar patroon. Carolina Bays zijn cirkelvormige, doorgaans langgerekte, elliptische bodemdepressies, die met hun lange as van noordwest naar zuidoost zijn georiënteerd. Ze worden verder gekenmerkt door een verhoogde rand van fijn zand rondom de omtrek. [...]Robert Kobres, een onafhankelijk onderzoeker uit Athens, Georgia, bestudeert Carolina Bays al bijna 20 jaar in combinatie met zijn bredere interesse in inslaggevaren vanuit de ruimte. Zijn recente, zelf gepubliceerde onderzoeken hebben verstrekkende gevolgen voor de studie van de Carolina Bays en vragen om onderzoek door de academische wereld als serieuze, relevante en voorheen niet onderzochte nieuwe informatie. De essentie van Kobres' theorie is dat het zoeken naar "puin" en het vergelijken van Bays met "traditionele" inslagkraters ten onrechte en naïef veronderstelt dat cirkelvormige kraters met daarin buitenaards materiaal het enige aardse bewijs vormen van eerdere confrontaties met objecten die de aardse atmosfeer waren binnengedrongen.
Kobres gaat een logische stap verder door te veronderstellen dat krachten die verband houden met binnenkomende lichamen, voornamelijk intense hitte, ook zichtbare sporen op aarde zouden moeten achterlaten. En ten slotte dat de natuurkunde niet vereist dat er noodzakelijkerwijs een "botsing" van de lichamen plaatsvindt om enorme veranderingen op aarde teweeg te brengen. We hoeven niet verder te kijken dan de zogenaamde "Tunguska-gebeurtenis" om vast te stellen dat dergelijke confrontaties buiten het natuurkundig lab mogelijk zijn.
Op 30 juni 1908 verwoestte een enorme explosie in de buurt van de Tunguska-rivier, diep in Siberië, in een oogwenk een gebied van 2.000 vierkante kilometer toendra. Miljoenen bomen werden geveld en lagen vanuit een centraal gebied alle in dezelfde richting. In nieuwsberichten van die dag werd gemeld dat Londenaren dagenlang kranten konden lezen bij het licht van de nachtelijke hemel. Seismografen over de hele wereld registreerden een duidelijke ramp in Siberië. Helaas (of gelukkig, al naargelang het geval) vond de explosie plaats in een afgelegen gebied en tijdens een periode van politieke onrust, waardoor geen enkele onderzoeker gedurende meer dan twintig jaar de vermoedelijke inslagplaats kon lokaliseren of zelfs maar kon bereiken. Pas toen de Russische pionier op het gebied van meteorietenonderzoek, Leonard Kulik, in 1927 toegang kreeg tot het onherbergzame gebied, konden anderen dan de lokale stammen de verwoesting en de bijzondere aard ervan met eigen ogen aanschouwen.
In het epicentrum van de explosie lag niet een grote krater met een "rots" erin, zoals te verwachten zou zijn, maar niets meer dan een aantal "keurig ovale moerassen." In de literatuur over Tunguska worden de moerassen over het algemeen slechts terloops vermeld, aangezien Kulik er tijdens opgravingen niet in slaagde enig bewijs van een meteoriet te vinden en vervolgens andere aspecten van de explosie onderzocht.
Laten we nu eens naar een ander punt kijken:
De radiokoolstofdatering van pleistocene overblijfselen in het noordoosten van Noord-Amerika geeft in het westen van het land maar liefst een datering die 10.000 jaar jonger is. [...] Materialen van de Gainey Paleoindian-locatie in Michigan, waarvan de radiokoolstofdatering 2880 v.Chr. aangeeft, krijgen op basis van TL-datering een leeftijd van 12.400 v.Chr. toegekend. Er lijken zoveel van dit soort anomalieën in het noorden van de VS en in Canada te zijn gemeld, dat ze niet kunnen worden verklaard door oude afwijkingen in de atmosfeer of andere koolstofdateringsreservoirs, noch door verontreiniging van gegevensmonsters. [...]Het bewijs van een nucleaire ramp roept natuurlijk de vraag op wat de oorzaak daarvan was. Firestone en Topping proberen het toe te schrijven aan de gevolgen van een supernova. Vreemd genoeg doet het echter denken aan Plato's verhaal over Atlantis, waarin wordt gezegd dat er vlak voor een wereldwijde ramp een oorlog tussen supermachten werd uitgevochten.
Ons onderzoek wijst uit dat het hele gebied van de Grote Meren (en daarbuiten) werd blootgesteld aan een bombardement van deeltjes en een catastrofale nucleaire straling die secundaire thermische neutronen produceerde door interacties met kosmische straling. De neutronen produceerden buitengewoon grote hoeveelheden Pu239 en veranderden de natuurlijke uraniumverhoudingen aanzienlijk [...] Scherpe stijgingen in C14 zijn zichtbaar in de mariene gegevens van 4000, 32.000-34.000 en 12.500 v.Chr. Deze stijgingen vallen samen met geomagnetische schommelingen. [...] De enorme energie die vrijkwam bij de ramp in 12.500 v.Chr. zou de atmosfeer boven Michigan tot meer dan 1000°C hebben kunnen verhitten, en de neutronenflux op meer noordelijke locaties zou aanzienlijke hoeveelheden gletsjerijs hebben doen smelten. De stralingseffecten op planten en dieren die aan de kosmische straling werden blootgesteld, zouden dodelijk zijn geweest, vergelijkbaar met een bestraling in een reactor van 5 megawatt gedurende meer dan 100 seconden.
Het algemene patroon van de catastrofe komt overeen met het patroon van massa-extinctie vóór het Holoceen. Het westelijk halfrond werd zwaarder getroffen dan het oostelijk halfrond, Noord-Amerika zwaarder dan Zuid-Amerika en het oosten van Noord-Amerika zwaarder dan het westen. De extinctie in het gebied van de Grote Meren verliep sneller en was ingrijpender dan elders. Grotere dieren werden zwaarder getroffen dan kleinere, een patroon dat overeenkomt met de verwachting dat blootstelling aan straling grotere lichamen zwaarder treft dan kleinere. [Firestone, Richard B., Topping, William, Terrestrial Evidence of a Nuclear Catastrophe in Paleoindian Times, proefschriftonderzoek, 1990 - 2001.]
Timaeus en Critias, geschreven door Plato rond 360 v.Chr., zijn de enige bestaande geschreven verslagen die specifiek naar Atlantis verwijzen. De dialogen bestaan uit gesprekken tussen Socrates, Hermocrates, Timaeus en Critias. Blijkbaar als reactie op een eerdere lezing van Socrates over ideale samenlevingen, besluiten Timaeus en Critias om Socrates te vermaken met een verhaal dat "niet op fictie maar op een waargebeurd verhaal" berust.
Het verhaal gaat over het conflict tussen de oude Atheners en de Atlantiërs 9.000 jaar vóór Plato's tijd. De Atheners uit Plato's tijd leken de kennis over de oudheid te zijn vergeten, en in Plato's verslag werd het verhaal over Atlantis door Egyptische priesters aan Solon verteld. Solon vertelde het verhaal vervolgens aan Dropides, de overgrootvader van Critias. Critias hoorde het van zijn grootvader, die ook Critias heette, de zoon van Dropides.
Plato beschreef Atlantis als een "eilandrijk" dat "in één dag ... in de diepten van de zee verdween." Maar hij vertelt ons ook dat dit "eiland" groter was dan Libië en Klein-Azië samen. We merken meteen dat zijn termen enigszins afwijken van wat wij zouden gebruiken. We zouden kunnen denken dat zijn term "eiland" simpelweg betekende dat dit stuk land niet verbonden was met Eurazië of Afrika - dat het om een afzonderlijk stuk land ging dat omringd was door water - ware het niet dat hij nog iets anders toevoegde: Plato vertelde ons ook dat Atlantis "de weg was naar andere eilanden, en van daaruit kon je naar het hele tegenoverliggende continent reizen." Dit doet ons denken aan een ongebruikelijke landformatie - een landengte.
Zijn uitspraak dat het "in de diepten van de zee verdween," was waarschijnlijk bedoeld om te suggereren dat het werd weggevaagd door enorme tsunami's als gevolg van een of andere cataclysmische gebeurtenis. Dus, gezien deze aanwijzingen - de enorme omvang, de definitie van de term "bevaarbaar" en de gedachte dat "verdwijnen in de diepten van de zee" zeer waarschijnlijk betekende dat het werd weggevaagd door angstaanjagende muren van water - nemen we een kijkje door de Zuilen van Hercules. Wat zien we? Nou, we zien Amerika. We zien Noord- en Zuid-Amerika verbonden door een landengte. We zien ook veel kleine eilandjes in het Caribisch gebied.
Een andere aanwijzing die Plato ons geeft, is dat er in Atlantis veel olifanten waren. Wat trof professor Hibben in Alaska aan? Kilometerslange rijen olifantenkarkassen.
Keer op keer ontdekken we vreemde aanwijzingen die wijzen op een oude beschaving die meer dan tienduizend jaar geleden heeft bestaan. Hierover woedt al generaties lang een heftige controverse tussen voor- en tegenstanders van Atlantis. Er lijken voldoende archeologische overblijfselen te bestaan om een serieus wetenschappelijk onderzoek op basis van een dergelijke hypothese te rechtvaardigen. Archeologie en etnologie, waarnemingswetenschappen en geen experimentele wetenschappen, hebben hun hele raamwerk op de studie van die overblijfselen gebaseerd. En als we goed kijken naar de reeks ontdekkingen op die gebieden, ontdekken we stukjes en beetjes van culturen van bijna onbeschrijfelijke ouderdom. Het feit dat de uniformitaristische wetenschap de idee van cataclysmische vernietiging nauwelijks toestaat als onderdeel van de hypothese, verlamt archeologen en zet hen uiteindelijk misschien allemaal voor schut.
Zonder het algoritme van cyclische cataclysmen kunnen archeologen niet volledig begrijpen wat ze waarnemen, noch kunnen ze de hier en daar voorkomende anomalieën verklaren, evenals het ontbreken van ander bewijsmateriaal dat hier en daar aanwezig zou moeten zijn (als men uitgaat van een zeer oude beschaving zonder cataclysmen). Het lijkt erop dat wat er nog overblijft aan archeologische restanten uit de tijd van meer dan 7.000 jaar geleden, onderhevig was aan geologische en kosmische cataclysmen van bijna onvoorstelbare kracht, waardoor er maar weinig belangrijke restanten overblijven om te bestuderen. Die weinige restanten worden echter als anomalieën van de archeologie en etnologie terzijde geschoven, en hun bestaan wordt begraven of ontkend in een poging om het kaartenhuis dat door die wetenschappen zo moeizaam werd opgebouwd, niet te laten instorten.
Niettemin zien we dat deze studies, op enkele uitzonderingen na, overal ter wereld bijna volledig stuklopen rond 7000 tot 10.000 v.Chr., waar ze te maken krijgen met wat wiskundigen "discontinuïteit" noemen. Onmiddellijk na deze discontinuïteit verschijnen alle hotspots van de oude beschaving die archeologen als geldig accepteren plotseling zonder enige aanwijzing van een geleidelijke, uniformitaire ontwikkeling. Bovendien lijken er aanzienlijke aanwijzingen te bestaan dat deze ontwikkelingen gedegenereerde overblijfselen waren van iets dat al in de nevelen van de oudheid verloren was gegaan.
Hele bibliotheken werden geschreven om deze oudheid van de mens en zijn beschavingen aan te tonen, maar dit werd tot dusver door geen enkele tak van de wetenschap aanvaard, zelfs niet in theorie. De wetenschappelijke gedachtenpolitie verzet zich tegen elke vorm van cataclysmische verandering in de structuur van de aarde en zal tot het uiterste gaan om te voorkomen dat men het bewijs ervan zal accepteren.
Of misschien is het WERKELIJKE probleem dat iemand WEL het bewijs heeft geaccepteerd, maar dat men dit gewoon niet openbaar maakt, zelfs niet op de hogere niveaus van de regering.
Naast wat men zou kunnen omschrijven als meer "oude" komeetgebeurtenissen, komt er elke dag meer en meer informatie boven water drijven die aantoont dat die gebeurtenissen met een angstaanjagende frequentie voorkomen, en dat zou ons aan het denken moeten zetten. De volgende nieuwsberichten trokken onlangs mijn aandacht:
Robert Matthews, wetenschapsjournalist, The Telegraph - Londen 11/04/2001
Wetenschappers hebben het eerste bewijs ontdekt dat een verwoestende meteorietinslag in het Midden-Oosten meer dan 4.000 jaar geleden mogelijk de oorzaak was van de mysterieuze ineenstorting van beschavingen.
Studies van satellietbeelden van Zuid-Irak hebben een cirkelvormige bodemdepressie van 3 km breed aan het licht gebracht, die volgens wetenschappers alle kenmerken van een inslagkrater vertoont. Als dit wordt bevestigd, zou dit erop wijzen dat het Midden-Oosten werd getroffen door een meteoriet met een kracht die gelijkstaat aan honderden atoombommen.
De huidige krater ligt op wat 4.000 jaar geleden een ondiepe zee zou zijn geweest, en elke inslag zou verwoestende branden en overstromingen hebben veroorzaakt.
De catastrofale gevolgen hiervan zouden het mysterie kunnen verklaren waarom zoveel vroege culturen rond 2300 v.Chr. plotseling in verval raakten.
Hieronder vallen de ondergang van de Akkadische cultuur met zijn mysterieuze, semi-mythologische keizer Sargon in centraal Irak, het einde van de vijfde dynastie van het Oude Rijk van Egypte na de bouw van de Grote Piramiden, en de plotselinge verdwijning van honderden vroege nederzettingen in het Heilige Land.
Tot dusver hebben archeologen een groot aantal afzonderlijke verklaringen voor deze gebeurtenissen aangedragen, variërend van lokale oorlogen tot veranderingen in het milieu. Onlangs hebben sommige astronomen gesuggereerd dat meteorietinslagen een verklaring zouden kunnen bieden voor dergelijke historische mysteries.
De vage contouren van de krater werden ontdekt door Dr. Sharad Master, geoloog aan de Universiteit van Witwatersrand in Johannesburg, op satellietbeelden van de regio Al 'Amarah, zo'n 16 kilometer ten noordwesten van de samenvloeiing van de Tigris en de Eufraat en de thuisbasis van de Moerasarabieren.
"Het was een puur toevallige ontdekking," vertelde Dr. Master vorige week aan The Telegraph. "Ik las een tijdschriftartikel over de kanaalbouwprojecten van Saddam Hoessein, en daar stond een foto op met veel formaties, waarvan er één bijzonder cirkelvormig was."
Uit een gedetailleerde analyse van andere satellietbeelden die sinds het midden van de jaren tachtig werden genomen, bleek dat er jarenlang een klein meer in de krater had gelegen.
Door het droogleggen van het gebied, als onderdeel van Saddams campagne tegen de Moerasarabieren, is het meer sindsdien geslonken, waardoor een ringvormige richel in de grotere komvormige depressie zichtbaar is geworden - een klassiek kenmerk van meteorietinslagkraters.
De krater lijkt ook, in geologische termen, zeer recent te zijn. Dr. Master zei: "De sedimenten in deze regio zijn erg jong, dus wat de kraterachtige structuur ook heeft veroorzaakt, het moet in de afgelopen 6.000 jaar zijn gebeurd." [...]
De ontdekking van de krater heeft onder wetenschappers grote belangstelling gewekt.
Dr. Benny Peiser, die colleges geeft over de gevolgen van meteorietinslagen aan de John Moores University in Liverpool, zei dat het een van de belangrijkste ontdekkingen van de afgelopen jaren was en dat het zijn onderzoek en dat van anderen zou bevestigen.
Volgens hem dateren recentelijk in Argentinië ontdekte kraters uit ongeveer dezelfde periode, wat erop wijst dat de aarde rond dezelfde tijd door een regen van grote meteorieten werd getroffen.
AARDE DOOR DE GESCHIEDENIS HEEN GETROFFEN DOOR KOMETENAl duizenden jaren worden kometen in verband gebracht met rampen en ongeluk. Ze zijn voorbodes van plagen, aardbevingen, overstromingen, natuurrampen en oorlogen. Het passeren van een komeet gevolgd door oorlog kwam zelfs zo vaak voor dat kometen de bijnaam "De zwaarden van de hemel" kregen. Volgens de overlevering zijn kometen verantwoordelijk voor dood en vernietiging, ziekte en verval, nederlagen en verdelging, de dood van koningen en de val van rijken. Je zou kunnen zeggen dat geen enkel hemels fenomeen zo algemeen en wijdverbreid gevreesd wordt.
Robert S. Boyd, San Jose Mercury News, 08/17/1999
Recente wetenschappelijke ontdekkingen werpen een nieuw licht op de vraag waarom grote rijken zoals Egypte, Babylon en Rome ten onder gingen, waardoor plaats werd gemaakt voor de periodieke "donkere tijden" die de menselijke geschiedenis kenmerken.
Ten minste vijf keer gedurende de afgelopen 6.000 jaar ondermijnden grote milieurampen beschavingen wereldwijd. Sommige onderzoekers zeggen dat deze rampen verband lijken te houden met inslagen van kometen of fragmenten van kometen, zoals de komeet die deze zomer vijf jaar geleden uiteen brak en op spectaculaire wijze op Jupiter insloeg.
De inslagen produceerden vele megaton aan explosieve energie en veroorzaakten enorme rook- en stofwolken die jarenlang rond de aarde cirkelden, waardoor de zon werd verduisterd, de temperaturen daalden en hongersnood, ziekte en dood teweeg werden gebracht. [...]
Zo'n laatste wereldwijde crisis vond plaats tussen 530 en 540 n.Chr. - aan het begin van de donkere middeleeuwen in Europa - toen de aarde door een zwerm kosmisch puin werd geteisterd. [...]
Volgens onderzoekers hebben zich rond 3200 v.Chr., 2300 v.Chr., 1628 v.Chr. en 1159 v.Chr. soortgelijke milieurampen voorgedaan. Elk daarvan leidde tot de ondergang van stedelijke samenlevingen in wijdverspreide delen van de wereld. [...]
Hoewel het bewijs omstreden is, beweren steeds meer onderzoekers dat de meeste, zo niet alle, ecologische rampen verband houden met bombardementen vanuit de ruimte. [...]
"Na een inslag verspreidt de compacte stofwolk die door de inslag wordt gevormd zich door de atmosfeer en blokkeert het zonlicht," aldus Rampino. "Dit stopt de fotosynthese en zorgt ervoor dat het koud en donker wordt, wat leidt tot het massaal uitsterven van grote aantallen organismen." [...]
NASA en de Amerikaanse luchtmacht speuren naar kometen en asteroïden die mogelijk op een ramkoers met onze planeet liggen. Gelukkig is er al minstens een eeuw lang niets van gevaarlijke omvang - willekeurig gedefinieerd als meer dan een kilometer in diameter - gesignaleerd dat onze kant op komt. Maar volgens astronomen is een grote inslag onvermijdelijk.
"De aarde bevindt zich momenteel in een rustige periode," aldus Robert Shoch, geoloog aan de Boston University. "Maar rond 2200 n.Chr. is het waarschijnlijk (sic!) dat een nieuwe stroom komeetfragmenten in een baan om de aarde terechtkomt en een reële bedreiging voor onze planeet vormt.
We komen nu terug op het vinden van de bron van het triggermechanisme. Zoals ik elders heb geschreven:
Het relatieve belang van een denkbeeld en de mogelijke conclusies die daaruit kunnen worden getrokken, zouden bepalend moeten zijn voor de mate van de aandacht die aan dat denkbeeld wordt besteed. Het feit wil dat de gedachte dat er iets met regelmatige tussenpozen door ons zonnestelsel raast een concept is dat zó belangrijk is, dat het eenvoudigweg niet genoeg kan worden benadrukt. [...]Het feit dat dergelijke gebeurtenissen een cyclisch karakter hebben - regelmatige golven van uitroeiing - suggereert dat er één initiërende factor is. Deze kwestie van de cyclus van deze vermeende "terugkeer" is van het grootste belang. Als we de kleine kans dat dit gaat gebeuren in overweging nemen en als we begaan zijn met het lot van de mensheid, dan moeten we onderzoeken of er een verband bestaat tussen cyclische geologische veranderingen in het verleden en de toekomst van de aarde, en wat die cyclus zou kunnen inhouden.
Als we ook maar één seconde denken dat er ook maar één procent kans bestaat dat dergelijke gebeurtenissen cyclisch zijn en dat zo'n gebeurtenis zich wellicht binnenkort zal voordoen, dan zouden we al onze wetenschappelijke kennis en alle knappe koppen van onze beschaving moeten inzetten om dit te onderzoeken. Maar dat doen we NIET. Onze wereldleiders erkennen het in ieder geval niet als een reële, mogelijk op handen zijnde dreiging, ook al gedragen ze zich alsof het "einde van de wereld" nadert en gaan ze uitbundig feesten en "viool spelen terwijl Rome in brand staat."
De meeste theorieën over de "oorzaak" van regelmatige cyclische kometenregens hebben te maken met iets dat een "verstoring" van de Oortwolk oplevert - een huls van kometen die ons zonnestelsel omringt. Sommige ideeën die hiertoe hebben geleid, ontstonden als gevolg van waarnemingen van orbitale afwijkingen bij enkele buitenplaneten.
Afwijkingen in de baanbeweging van Neptunus en Uranus hebben veel wetenschappers ervan overtuigd dat er een grote kans bestaat dat er enig groot hemellichaam in de ruimte buiten Pluto bestaat dat een sterke zwaartekracht uitoefent op de buitenste planeten en dat volgens een regelmatige cyclus terugkeert.
In augustus 1996 brachten de Cassiopaeërs [de C's) ons op de idee dat onze zon een "donkere ster-metgezel" heeft, die als "trigger" voor cyclische kometenregens fungeert, waaronder cataclysmische komeetbombardementen op onze planeet door duizenden of honderdduizenden kosmische raketten.
Wat de C's voorstelden, bleek later volledig te kloppen met wetenschappelijke studies over de mogelijkheid dat onze zon een metgezel heeft. Volgens deze theorieën kwamen periodieke kometen in het zonnestelsel terecht door een donkere ster, een " broertje" of "zusje" van onze eigen zon, die een lange, elliptische baan heeft die waarschijnlijk miljoenen jaren beslaat.
Als het een begeleidende ster is, toont de huidige wetenschap vrij duidelijk aan dat deze een zeer lange periode moet hebben, anders zouden we dit vrij duidelijk merken aan bepaalde soorten baanverstoringen. In werkelijkheid is het computermodel dat het best past bij de verschillende dynamieken dat van een baan van 27 miljoen jaar. En dit brengt ons natuurlijk bij een aanzienlijke moeilijkheid: de terugkeerperiode van de donkere ster, in tegenstelling tot de periode van rampen. Het is duidelijk dat een hemellichaam met een baan van 27 miljoen jaar waarschijnlijk niet zal worden onthouden. Een oude, geavanceerde wetenschap zou dit echter zeker hebben ontdekt en het zou zijn onthouden en doorgegeven via fantastische mythen en legendes.
J. G. Hills van het Los Alamos National Laboratory schrijft:
Twee groepen hebben onlangs gesuggereerd dat de zon mogelijk een begeleidende ster met een geringe massa of een zwarte dwergster heeft, Nemesis, met een omlooptijd van 26 miljoen jaar (Davis, Hut en Muller, 1984, Whitmire en Jackson, 1984). Zij merken op dat de periheliumpassage van Nemesis door de door Hills (1981) veronderstelde binnenste kometenwolk een intense kometenregen in het binnenste planetaire systeem zou veroorzaken. Sommige kometen zouden op de aarde inslaan en ernstige omgevingsstress veroorzaken. Zij stellen dat deze opgewekte kometenregens verantwoordelijk zijn voor de periodieke uitstervingen die worden gesuggereerd door de gegevens van Raup en Sepkoski (1984).1Het werk van deze deskundigen suggereert dat de waarnemingen van andere binaire systemen het model voor de door hen beschreven geprojecteerde scheiding bevestigen. Dergelijke gekoppelde sterren zijn "fysiek verbonden systemen" en deze bruine dwergen "branden," zij het non-nucleair.
De minimale massa die nodig is om de binnenste Oortwolk te verstoren en dergelijke regens te veroorzaken, bedraagt volgens Hills 0,01 procent van de massa van de zon.
Hills schrijft:
In deze paper gebruik ik computersimulaties om de mogelijke schade te onderzoeken die wordt veroorzaakt door de passage van een Nemesis-achtig object door het planetenstelsel. Ik gebruik deze computerresultaten en het kennelijke gebrek aan schade aan de banen van de planeten om grenzen te stellen aan het aantal en de massa's van andere zwarte dwergen (of grote planeten) in de Oortwolk.1LBL- (Lawrence Berkeley National Laboratory) natuurkundige Richard Muller bedacht de Nemesis-theorie2 om de regelmaat van de massa-extincties die door Raup en Sepkowski3 werden ontdekt, te verklaren. Volgens deze theorie verstoort een begeleidende ster, ook wel de kosmische terrorist Nemesis genoemd, die rond de zon draait, elke 26 miljoen jaar de Oortkometenwolk, waardoor er komeetregens in het zonnestelsel ontstaan. Muller meent dat Nemesis hoogstwaarschijnlijk een rode dwergster is, met een magnitude tussen 7 en 12, die met een verrekijker zichtbaar zou moeten zijn zodra hij gelokaliseerd wordt.
In 1999 publiceerden Matese, Whitman en Whitmire een paper4 waarin ze tot een soortgelijke conclusie kwamen door een statistische analyse van 82 nieuwe klasse I-kometen uit de Oortwolk. De volgende paper, getiteld Supportive Evidence for a Brown Dwarf Solar Companion5, maakt gebruik van een uitgebreide databank waarin het aantal kometen van 82 naar 89 werd opgevoerd. De veronderstelde bruine dwerg bevindt zich naar verwachting ergens langs de boog van 135 en 135+180=315 graden van de galactische lengtegraad:

Dat wil zeggen dat de onzin die door de voorstanders van de opvattingen over "Planeet X" en "Nibiru" wordt verspreid, wetenschappelijk onhoudbaar is.
Ark: In 1985 publiceerde J.G. Hills, wetenschapper in Los Alamos, een paper [1] waarin hij de mogelijke gevolgen analyseerde van de passage van een hypothetische begeleidende ster, "Nemesis." Hij schatte de kans dat de baan ervan door een passerende ster zou worden verstoord op 15%. Gezien het ontbreken van duidelijke schade aan de banen van de planeten (alle banen zijn bijna cirkelvormig, met enkele onregelmatigheden voor Neptunus en Pluto), concludeerde Hills dat er geen zwarte dwerg met een massa groter dan 0,02 van de massa van de zon vanuit de interstellaire ruimte het planetenstelsel is binnengekomen. Dat sluit niet uit dat Nemesis cyclisch komeetregens naar het binnenste zonnestelsel kan sturen. Bovendien zijn zijn conclusies gebaseerd op de veronderstelling dat er geen correcties zijn op de standaardwetten van de zwaartekracht, een veronderstelling die in de toekomst kan veranderen wanneer er meer gegevens beschikbaar komen van sondes in de verre ruimte en wanneer we meer te weten komen over de rol van elektrische en magnetische interacties van kosmische lichamen en van ruimteplasma.Het volgende punt dat we willen bespreken betreft hetgeen Mike Baillie in zijn boek Exodus to Arthur schrijft:
Om de details te ontdekken is onderzoek nodig. En onderzoek vereist een hypothese. En een hypothese vereist het erkennen van mogelijkheden en het doen van waarnemingen die niet uitgaan van veronderstellingen die keer op keer ontoereikend zijn gebleken om de orde van het universum te verklaren. Op dit moment zijn er maar heel weinig "deskundigen" die zich überhaupt bezighouden met de vraag of onze zon een metgezel heeft. Die zijn op één hand te tellen.
Er zijn twee soorten fysieke objecten die de aarde kunnen raken, namelijk kometen en asteroïden. In het verleden zagen en registreerden mensen uit de oudheid kometen; de heldere gaspluim die door de zon wordt verlicht, werd vaak beschreven als een boog, een zwaard of een arm in de lucht. Er zijn geen duidelijke verslagen van asteroïden, kleine donkere lichamen die zonder telescoop vrijwel onzichtbaar zijn en zelfs met grote telescopen niet zo gemakkelijk te zien zijn. Astronomen hebben veel tijd besteed aan asteroïden omdat, vanuit het oogpunt van gevaar, de meest interessante asteroïden in banen in het binnenste zonnestelsel gevangen zitten. Maar misschien wordt de belangstelling juist gewekt door het feit dat de meeste vroege asteroïden bij toeval ontdekt werden en sommige in banen draaien die die van de aarde kruisen. [...]We observeren al enige tijd het gedrag van de Bush-club en andere politieke intriges op deze planeet. We hebben de onverschilligheid van de mensheid in het algemeen waargenomen. We hebben onderzoek gedaan en volgden het ene spoor na het andere, zo ver als we konden, en we hebben dag in dag uit, tot vervelens toe, krachtig aan de alarmbel getrokken.
Nu weten we dat de kometen die we zien afkomstig zijn uit wat in feite een huls van kometen is, de Oortwolk, die zich ver aan de rand van het zonnestelsel bevindt. Van tijd tot tijd verdringen zwaartekrachteffecten van passerende sterren of veranderingen in de positie van onze zon ten opzichte van het galactische vlak kometen uit de Oortwolk naar het zonnestelsel; sommige van die kometen dringen door tot in het binnenste zonnestelsel waar wij wonen.
Zoals reeds opgemerkt, vormen objecten die zich binnen het binnenste zonnestelsel bewegen een duidelijk gevaar voor de bewoners van deze planeet. Eenvoudig gezegd zitten we gevangen in het midden van een schietschijf, draaien in een baan dicht bij de roos (de zon) en van tijd tot tijd worden er objecten naar het midden van de schietschijf afgevuurd.
Om het spel nog interessanter te maken, is er vervolgens een deflector (in dit geval de reuzenplaneet Jupiter) waarvan het zwaartekrachtveld sterk genoeg is om de meeste inkomende raketten op te vangen en ze ofwel te vangen ofwel terug te schieten, weg van het doelwit. Helaas is de deflector niet 100 procent succesvol en stimuleert in feite een deel van het materiaal om het doelwit te bereiken. Erger nog, soms breekt hij de raket en schiet een aantal brokstukken naar het doelwit. Hoewel de werkelijkheid veel gecompliceerder is dan dit eenvoudige model, volstaat het model om een idee van het probleem te krijgen. [...]
[NB: merk op dat Baillie heeft gemeld dat Jupiter een "aantrekker van kometen" is. Houd dat in gedachten in het licht van alle recente ontdekkingen van "nieuwe manen" van Jupiter, waarvan het aantal bijna dagelijks toeneemt!]
Kometen zijn losjes samengeperste, maar diep bevroren, harde massa's van gesteente, ijs en organisch materiaal, restanten van de vorming van het zonnestelsel. De gangbare term 'vuile sneeuwbal' dekt slechts gedeeltelijk de lading. [...] Een sneeuwbal wordt doorgaans met een snelheid van ongeveer tien meter per seconde gegooid; een komeet reist doorgaans met een snelheid van 20 tot 50 km per seconde! Denk dus niet aan vuile sneeuwballen, maar aan psychopathische ijsballen. [...]
Terwijl de asteroïdenpopulatie in het binnenste zonnestelsel relatief stabiel is en de asteroïden zelf als brokken gesteente of nikkel-ijzer vrij stabiel zijn, hebben kometen een wat grotere diversiteit. Ze zijn normaal gesproken enkele kilometers breed en kunnen worden gevangen in vrij stabiele banen die lang of kort kunnen zijn - enkele jaren of duizenden jaren. Deze over lange tijd terugkerende types verschijnen normaal gesproken uit het niets en verschillen niet veel van een volledig nieuwe komeet [...]
Dan zijn er nog gigantische kometen met een diameter van honderden kilometers. [...] Als ze lang genoeg in een baan blijven draaien, zullen alle vluchtige stoffen van de komeet uiteindelijk verbranden en blijft alleen de rotsachtige kern over, die in feite niet te onderscheiden is van een asteroïde. Er zijn dus minstens twee grote categorieën gevaren die kometen met zich meebrengen: interactie tussen een levende komeet en de aarde en interactie tussen een dode komeet en de aarde, waarbij de laatste niet te onderscheiden is van het gevaar van asteroïden. [...]
We moeten wat dieper nadenken over dit concept van geraakt worden - wat betekent dat in werkelijkheid?
Nou, er zijn inslagen en er zijn bijna-inslagen. We kunnen ons het eenvoudige geval voorstellen. Een rotsblok suist binnen en raakt de aarde rechtstreeks met hoge snelheid. Afhankelijk van de grootte van het rotsblok en de snelheid, ontstaat er een explosie die varieert van het equivalent van enkele kiloton tot honderden miljoenen megaton. Het is duidelijk dat er in de afgelopen paar miljoen jaar niets van de laatste categorie is voorgekomen, hoewel we in juli 1994 wel getuige waren van dergelijke inslagen op Jupiter. In dit scenario van een directe inslag doet het er niet toe of het object een asteroïde was of een dode of levende komeet; alleen de grootte en snelheid zijn van belang. Bijna-inslagen zijn echter een geheel andere tak van sport.
Een bijna-botsing met een asteroïde is precies dat: "zoefff - dat was op het nippertje," en zoals gezegd, hebben we daar de afgelopen tijd meerdere van gehad.
Een bijna-botsing met een komeet, of deze nu dood of levend is, kan heel anders zijn. Omdat komeetkernen "losjes samengepakt" zijn, hebben ze de neiging om uit elkaar te worden getrokken door de zwaartekrachtvelden van de zon of de planeten in elke situatie waarin ze dichtbij komen.
We kunnen er dus vrij zeker van zijn dat komeetkernen niet alleen reizen; er is waarschijnlijk een hele hiërarchie van fragmenten. Dit kan tijdens een enkele passage gebeuren of gedurende een aantal banen. Een dergelijke activiteit kan leiden tot een vervuiling van de aardse atmosfeer met stof en misschien zelfs vluchtige stoffen en, zoals Clube en Napier, Bailey en Steel, Verschuur en anderen zouden beweren, tot de mogelijkheid van meerdere inslagen van de Tunguska-klasse - de 'kosmische zwerm.' Eenvoudige wiskunde leert ons dat voor elke komeet die ons zou raken, er zo'n 4.000 dichter bij ons langs komen dan de afstand tussen de aarde en de maan.
Deze inleiding tot de gevaren van kometen leert ons dat het echte probleem op de tijdschaal van de beschaving uit het puin bestaat dat gepaard gaat met een 'dichtbij passerende' komeet, ongeacht of de komeet dood of levend is. Zoals we zullen zien, zou de komeet je vrijwel zeker versteld doen staan. [...]
Wat zou er eigenlijk gebeuren als een komeet dichtbij zou komen, vroeg ik me af. Ik zocht Gerry McCormac op, een collega die was opgeleid en had gewerkt als atmosferisch natuurkundige. [...] Toen ik hem vroeg wat er volgens hem zou gebeuren als een komeet heel dicht bij de aarde zou komen, was zijn antwoord verrassend:
Als hij binnen de magnetosfeer van de aarde zou komen, zou dat waarschijnlijk spectaculair zijn ... de lucht zou paars of groen kleuren, deeltjes van de komeet zouden langs de krachtlijnen naar beneden kringelen en waarschijnlijk zou je prachtige aurora's en gekleurde slierten te zien krijgen...
Opeens ontstonden tal van nieuwe mogelijkheden. Je moest je een komeet of iets dergelijks voorstellen die door de magnetosfeer van de aarde scheerde en misschien een prachtig, bewegend, kleurrijk schouwspel veroorzaakte. Dus vroeg ik of er nog andere bijbehorende verschijnselen waren, zoals geluid misschien? Hij antwoordde: "Nou, de Eskimo's zeggen dat ze tijdens het noorderlicht soms een sissend geluid horen ... maarrr! ... wetenschappers die gevoelige luisterapparatuur gebruikten, konden niets opvangen." [...]
Er bestaat heel wat literatuur over noorderlichtgeluiden en zelfs over geluiden die rechtstreeks van boliden en zelfs kometen worden gehoord. Colin Keay heeft uitgebreid over deze verschijnselen geschreven. [...]
Mensen hebben beweerd dat ze een naderende vuurbal hebben gehoord en zich zelfs hebben omgedraaid om hem te zien. Daar zit de tegenstrijdigheid: de lichtflits van de vuurbal reist veel sneller dan enig gerelateerd geluid.
Volgens traditionele wijsheid kunnen we vuurballen niet horen aankomen, maar horen het gerommel en de explosie pas enige tijd later, meestal nadat we ze hebben gezien. Keay heeft informatie verzameld waaruit blijkt dat sommige mensen vuurballen wel degelijk horen aankomen voordat ze ze zien: hoe kan dat? Het plasmaspoor van een grote vuurbal kan extra lage of zeer lage frequentie radio-emissies genereren; als een waarnemer toevallig naast een geschikt object staat (of misschien als hij een geschikt object zoals een bril of hoofddeksel draagt), kan dat object fungeren als een omvormer voor het elektromagnetische signaal - waardoor de waarnemer de naderende vuurbal daadwerkelijk 'hoort' wanneer deze de atmosfeer binnenkomt, voordat hij 'm ziet.
De technische naam voor dit fenomeen is 'geofysische elektrofonie.' [Baillie, Exodus to Arthur, Batsford; Londen, 1999]
We hebben dit niet gedaan omdat we dachten dat het '"de wereld zou redden" of iets wezenlijks zou veranderen. We weten gewoon dat het gebouw in brand staat en we willen proberen om een paar anderen die dat ook weten in veiligheid te brengen op weg naar de uitgang.
In het algemeen waren we, sinds de C's ons bepaalde gegevens over de begeleidende ster hadden gegeven, geneigd te denken dat die gebeurtenis "in de toekomst" zou liggen en dat de tijd tussen het verschijnen en verdwijnen van de tweeling kort zou zijn, waarna de tijd tussen het verdwijnen ervan en de komst van het nieuwe kometencluster slechts enkele jaren zou bedragen. Bijvoorbeeld: waarneming van de Tweelingzon in 2005 en kometen in 2009 of iets dergelijks. Dit zou kunnen kloppen, hoewel de cijfers misschien niet helemaal correct zijn.
De C's zeggen dat de Begeleidende Ster het dichtst bij de baan van Pluto komt. Pluto ligt op 6.000.000.000 km van de aarde. Als je met een gemiddelde snelheid van 108.000 km/u reist, kun je Pluto in pakweg 10 jaar bereiken. Omgekeerd zou iets in diezelfde periode van Pluto naar hier kunnen komen - ervan uitgaande dat dat iets op een specifiek punt het zonnestelsel binnenkomt en in een rechte lijn reist.
Daarbij wordt echter geen rekening gehouden met de mechanica van de beweging van de verstoorde kometen in de Oortwolk. Er speelt nog een ander probleem dat onlangs aan het licht kwam en tot enkele verrassende nieuwe ideeën leidde. De e-mail die ik aan de leden van de Quantum Future School schreef, legt deze kwestie het beste uit:
We hebben alle vermeldingen van [de begeleidende ster] in de transcripties opnieuw bekeken en vastgesteld welke vragen vol veronderstellingen zaten en daardoor een dubbelzinnig of "verwarrend" antwoord opleverden, en we hebben geprobeerd uit te zoeken wat de C's eigenlijk probeerden duidelijk te maken.Bij het doorspitten van de literatuur op zoek naar bewijs voor het verschijnen van een andere "zon," is vooral de 17e eeuw interessant. In haar boek Comets and Popular Culture and the Birth of Modern Cosmology schrijft Sara J. Schechner:
Zoals een van de medewerkers gisteravond opmerkte, is de informatie van de C's min of meer "afgestemd" op mijn eigen denken en als ze aanwijzingen geven in een soort "code" om 1) de vrije wil niet te schenden en 2) geen destructieve superluminaire communicatie in de paradoxen van het verleden te creëren, dan zal de informatie op zo'n manier worden overgebracht dat ik het alleen op bepaalde punten kan '"snappen" als de juiste '"triggers" in de omgeving worden geactiveerd.
In dit geval was dat pas eergisteren - en als gevolg van het bericht over het onderwerp dat het zonnemaximum zo verdomd lang duurt. Het had al lang geleden voorbij moeten zijn en de '"deskundigen" blijven hun verklaringen '"uitbreiden" om het feit te verdoezelen dat de zon zo actief is en niemand kan verklaren waarom.
We begonnen erover te praten en er werd opgemerkt dat de zon misschien "reageerde op de nadering" van de begeleider. Maar toen zei iemand dat de C's toch hadden gezegd dat wanneer dit gebeurde, de zwaartekracht van de zon zou toenemen en zonnevlekken en de daaruit voortvloeiende uitbarstingen van zonnemassa zouden worden onderdrukt?
Ja, klopt. Dat zeiden de C's inderdaad. En dat was het probleem. Als de metgezel van de zon dichterbij kwam, hoe kon je dan beide hebben: geen zonnevlekken en meer zonnevlekken??? Dat kan niet.
Nou, we probeerden dit uit te leggen door te zeggen: "De kometen moeten hiervoor verantwoordelijk zijn." Maar de kometen zouden pas op de agenda staan NADAT de metgezelster was waargenomen.
En dan is er nog de altijd aanwezige kwestie - die naar mijn mening niet wordt opgelost door uit te gaan van superluminaire reizen van kometen! - van de afstanden en de "tijd" die nodig is voor hun reis van de baan van Pluto naar het binnenste zonnestelsel.
Oké. Er was een probleem en ik ging wandelen en terwijl ik aan het wandelen was, bleef ik nadenken over die "toename van de zwaartekracht van de zon" en toen realiseerde ik me dat dit AL GEBEURD WAS tijdens de periode die bekend staat als het Maunder Minimum. Ik herinnerde me ook dat er een vreemde ster door Flamsteed was waargenomen, die door veel astronomen werd uitgelegd als een supernova, maar geen van hun verklaringen waarom de waarnemingen van Flamsteed simpelweg niet overeenkomen met enige supernovarestanten die we kennen, is logisch. Nou, de informatie over deze ster kwam voort uit het onderzoek naar mogelijke supernova's - wat vervolgens leidt tot de vraag WAAROM de C's me aanspoorden om supernova's te bestuderen.
En toen realiseerde ik me dat als onze veronderstellingen de antwoorden of onze interpretatie van de antwoorden van C's "kleurden," we dit onderwerp serieus opnieuw en met een frisse blik moesten bekijken.
Bovendien biedt dit idee een betere verklaring voor de volgende vraag: Hoe kan een begeleidende ster die door de Oortwolk raast op een bepaald moment verschijnen, zich vervolgens terugtrekken en ons dan binnen enkele jaren met kometen bestoken? Dat is niet logisch.
MAAR, als de begeleidende ster 323 jaar geleden verscheen, een heleboel kometen in zijn kielzog meesleepte en vervolgens in zijn baan ronddraaide en de kometen onze kant op slingerde, dan hebben ze ongeveer 300 jaar gehad om deze weg af te leggen. En als het "meesleep"-effect zich in de loop der tijd heeft voorgedaan - wat zeker het geval moet zijn geweest - terwijl de Oortwolk draait, zou dat kunnen betekenen dat ze vanuit ALLE richtingen het zonnestelsel binnenkomen... en dat sommige kometen de draaiende beweging van de Oortwolk volgen en rondjes draaien.
Voilà! Het begint allemaal duidelijk te worden.
Het betekent natuurlijk ook dat we midden in de kalkoenenjacht zitten en dat WIJ de kalkoen zijn.
En vervolgens, gezien Baillie's informatie over Jupiter als een "verzamelaar" van kometen, moet men zich ook afvragen hoe het komt dat er plotseling zoveel extra manen van Jupiter werden ontdekt. Is het alsof Jupiter als een gek een aantal van die hemellichamen vangt... betekent dat dan dat een groot deel van het cluster zich op dit moment in de baan van Jupiter bevindt - of sommige zelfs nog dichterbij????
Hoe lang?????
"Kometen werden, net als andere wonderen, door polemici in boeken over wonderbaarlijke verschijnselen misbruikt. In 1661-1662 publiceerden radicale Engelse dissidenten bijvoorbeeld sensationele verslagen over wonderbaarlijke verschijnselen, waaronder kometen, DIE DE TERUGKEER VAN CHARLES II SOMBERTJES VERWELKOMDEN." [...] Er waren maar liefst vijfentwintig verschijningen zichtbaar in het Europa van de zeventiende eeuw, en deze kometen kwamen regelmatig voor in de polemische kranten en pamfletten die op de markten werden verkocht..."De auteur heeft verschillende van deze boekjes gereproduceerd. Kennelijk waren er in die tijd overal kometen te zien. Een van die pamfletten bevat kometen uit 1680, 1682 en 1683. Een ander toont vijf kometen tussen 1664 en 1682. Weer een ander gaat over kometen uit 1618. Een pamflet met de titel "The Signs of The Times" toont een reeks wonderbaarlijke verschijnselen die gepaard gingen met kometen. De auteur schrijft:
"Al deze uitbarstingen hadden betrekking op specifieke politieke twisten. Sommige pamfletschrijvers stegen echter boven de lokale onrust uit om een groter perspectief te verkennen. Ze dachten dat ze het einde van de wereld snel zagen naderen en hun werken kregen een apocalyptische ondertoon. De komeet van 1580 bevestigde Francis Shakelton in zijn mening dat de Dag des Oordeels nabij was...Vervolgens bespreekt de auteur de belangrijkste maatregelen die op dat moment werden genomen om de populaire discussie over voorspellingen, interpretaties, enz. van "tekenen in de lucht" de kop in te drukken. Zo kunnen we begrijpen hoe een groot deel van deze periode van '"paniek," toen "regeringen ten val kwamen" enz. in de doofpot werd gestopt. Afgaande op het aantal pamfletten en drukwerken moet het een waanzinnige tijd zijn geweest waarin iedereen dacht dat de wereld zou vergaan. MAAR, als we deze beschrijving lezen, stuiten we op een van de meest interessante opmerkingen:
Hoewel Regiomontanus en anderen het erover eens waren dat 1588 een jaar van grote revoluties en wereldwijde veranderingen zou worden, moest Jezus nog verschijnen toen William Lilly de kometen van 1664, 1665 en 1673 als tekenen van het begin van het einde beschouwde. In kometen zoals die van 1680 zagen E. Tonge, Christopher Ness en anderen de grote "noordelijke ster," de messiaanse voorbode van de laatste dagen, voorspeld door de sibille Tiburtina en Tycho Brahe.
"Paniek en vreugde werden versterkt door de grote conjunctie van Jupiter en Saturnus in de vurige driehoek in 1682, die volgde op de verschijning van een komeet. Hoewel grote conjuncties om de twintig jaar plaatsvinden, maakte deze deel uit van een astrologisch diepgaande reeks conjuncties die begon met de climacterische conjunctie aan het einde van de zestiende eeuw. Per definitie vonden climacterische conjuncties slechts om de achthonderd jaar plaats, wanneer de grote conjunctie van Jupiter en Saturnus terugkeerde naar het teken Ram en naar de vurige driehoek. In de populaire pers werd veelvuldig geschreven dat Tycho Brahe, Johannes Kepler en Johann Heinrich Alsted historische periodes in verband brachten met climacterische conjuncties en geloofden dat deze grote veranderingen en hervormingen voorspelden [...]
"Tycho Brahe was van mening dat alle oneven maximale conjuncties gunstig waren en spoorde mensen aan om uit te kijken naar de periode van het sabbatjaar of zevende climacterische conjunctie sinds de schepping van de wereld, die volgens hem zou volgen op de conjunctie in Ram in 1583. Tijdens de conjuncties in Leeuw in oktober 1682 zouden de planeten zich naar verluidt in dezelfde configuratie bevinden als aan het begin van de wereld. Alsted meende dat dit misschien wel de laatste conjunctie van de huidige wereld zou zijn en kondigde publiekelijk aan dat het millennium in 1694 zou beginnen.
"Op zichzelf genomen, was de grote conjunctie in de vurige driehoek al een ernstige zaak, maar de kracht daarvan werd nog versterkt door verschillende andere tekenen. Mars voegde zich in 1682 bij Jupiter en Saturnus. Er was een zonsverduistering. Maar het belangrijkste was dat de grote conjunctie werd ingeluid door de kometen van 1680 en 1682, waarvan de eerste naar verluidt sinds achthonderd jaar ongeëvenaard was. Velen dachten dat de kometen de Apocalyps voorspelden... het einde van de wereld...
"In sensationele straatblaadjes maakten radicale pamfletschrijvers gebruik van deze kometen...
"Bij de terugkeer van de koning nam de kroon harde maatregelen tegen de almanakken van Lilly en anderen en beschuldigde hen ervan tijdens de burgeroorlog en het interregnum opstand en goddeloosheid te hebben aangewakkerd..."
"Het zonnige weer tijdens de kroning (van Karel II) werd gezien als de vervulling van een voorspelling. In 1630, toen Karel werd geboren, zou er een MIDDAGSTER of CONCURRENDE ZON aan de hemel zijn verschenen. [...] "Aurelian Cook legde in Titus Britannicus de betekenis ervan uit: 'Zodra hij geboren was, nam de hemel hem waar en keek naar hem met een STER, die in weerwil van de zon op het middaguur verscheen...' "Voor Cook kondigde de extra zon aan dat Karel met goddelijk recht regeerde. Bovendien was het tijdstip van de intocht van Karel in Londen op zijn verjaardag politiek gezien zodanig berekend dat hetgeen bij zijn geboorte was voorspeld, in vervulling zou gaan. Abraham Cowley, dichter, diplomaat en spion voor het hof, schreef: 'Geen enkele ster onder jullie heeft, naar mijn mening, zo'n krachtige hulp geboden als die welke dertig jaar geleden, bij de geboorte van Karel, ondanks het trotse licht van de middagzon, zijn toekomstige glorie dit jaar voorspelde. Edward Matthew wijdde een heel boek aan de vervulling van de profetie waarin Karel werd "uitgeroepen tot de machtigste vorst in het universum..." Karels terugkeer werd gezien als een wedergeboorte van Engeland en terdege vastgelegd in een speciale wet in het wetboek, waarin werd verklaard dat 29 mei niet alleen de meest gedenkwaardige geboortedag was van Zijne Majesteit als man en prins, maar ook als een daadwerkelijke koning... "Dit alles suggereert dat er op en rond 29 mei 1630 een TWEEDE ZON werd waargenomen en dat er 20 of 30 jaar later veel nieuwe kometen verschenen, precies zoals we zouden verwachten - de eerste golf die door een begeleidende ster werd voortgestuwd, die kortstondig oplichtte en iedereen op dat moment de stuipen op het lijf joeg. En we zien inderdaad dat de gevolgen van deze gebeurtenis precies overeenkomen met onze verwachtingen, alleen lijkt het alsof ze grotendeels in de historische context werden weggemoffeld en/of vergeten. Er werden bovendien pogingen ondernomen om die tweede zon te beschrijven als een "komeet." Dat is natuurlijk mogelijk, maar het lijkt erop dat in dat geval de komeet zou zijn beschreven als een "vlammende ster," wat eveneens een onheilspellend teken was. De waarnemers van die tijd maakten zonder problemen onderscheid tussen kometen en andere waargenomen anomalieën.
Waarom het dan als een "tweede zon" werd beschreven, is een interessante vraag. Zou het een supernova geweest kunnen zijn?
Als we de gegevens van de verschillende supernova's raadplegen, vinden we niets dat in deze periode past - noch Cass A, noch Kepler's SN, noch Tycho's SN... Hoe dit verband houdt met de ster van Flamsteed, wanneer hij deze daadwerkelijk had waargenomen, en andere details moeten nog worden vastgesteld door gegevens te verzamelen.
Later suggereerde John Dryden dat de kometen van 1664 en 1665 verband hielden met de zon die bij de geboorte van Karel II werd waargenomen. Hij beschreef deze verschijning als "die heldere metgezel van de zon...."
Er werden allerlei vergelijkingen naar voren geschoven die suggereerden dat de geboorte van Karel vergelijkbaar was met de geboorte van Jezus, en er werd verondersteld dat bij die gebeurtenis ook zo'n zon was verschenen. Dus zelfs als we maar weinig aanwijzingen hebben, kunnen we deze interpretaties beschouwen als een indicatie dat die "middagzon" een tijdje zichtbaar was.
Wat WEL interessant is, is dat, afgezien van dit soort commentaar, alle andere verslagen van dit fenomeen min of meer verdwenen zijn - tenzij, natuurlijk, de auteur van dit boek ze te dwaas vond en er gewoon veel heeft weggelaten.
Het lijkt er dus op dat we beschrijvend bewijs hebben gevonden dat zou kunnen '"passen" bij de hypothese dat de begeleidende zon op 29 mei 1630 in het perihelium stond, of daar dicht genoeg bij was. En dat de kometen die 20 of 30 jaar later volgden, een eerste groep was die met deze ster werd meegevoerd of naar binnen werd geduwd. Als we het bij het juiste eind hebben en de verstoring in de Oortwolk honderden jaren heeft geduurd terwijl de ster erdoorheen trok, en die verstoring ertoe leidde dat massa's kometen in een spiraalvormige beweging het zonnestelsel binnenkwamen, dan kan het zijn dat er een aantal echt grote kometen vanuit ALLE richtingen op weg zijn naar hun "doel."
De wiskundigen van de Quantum Future School zijn aan de slag gegaan met de gegevens en de voorlopige resultaten lijken erop te wijzen dat we een "treffer" hebben, geen woordspeling. Wanneer de gegevens zijn verzameld en geanalyseerd, zullen we meer details presenteren. Maar laat me voorlopig eerst wat van de dialoog tussen de QFS-leden over dit onderwerp delen:
Eerste lid: Om een idee te krijgen van wat er gebeurt als een lichaam van deze omvang dichtbij komt, heb ik op internet een java applet gevonden die een basissimulatie uitvoert van een losgeslagen ster die het zonnestelsel binnenkomt. De resultaten zijn behoorlijk spectaculair.Als dat waar is, dan zou er, als de tweeling die Flamsteed mogelijk heeft waargenomen niet dichterbij kwam dan 50 AE, weinig bewijs voorhanden zijn dat de buitenplaneten op een verdachte manier werden verstoord. Bovendien waren Uranus, Neptunus en Pluto nog niet ontdekt, dus als de buitenplaneten tussen het begin en het einde van het Maunder-minimum lichtjes werden verstoord, was er niemand om dat te observeren en hun gewijzigde banen daarna te vergelijken.
Tweede lid: Bedankt voor die link. Alles in de orde van grootte van zelfs 40 AU zorgt ervoor dat de banen van de planeten enorm destabiliseren.
FM: Als we in plaats daarvan het midden van het Maunder-minimum in 1680 als perihelium nemen, ook het jaar van Flamsteeds waarneming, dan wordt de dichtste nadering van onze tweeling verschoven naar 98 AU, wat bijna twee keer de huidige verste baan van Pluto is.
SM: Zoiets probeerde ik ook en kreeg de volgende melding van de simulatie:
INPUT FOUT!
Je hebt "90" ingevoerd voor de dichtste nadering. Dat is geen geldige invoer. Dichtste naderingen > 50 AE hebben geen drastisch effect op het buitenste zonnestelsel.
Zoals ik het begrijp, zou het cluster - terwijl het door het zonnestelsel trekt - een aantal van zijn leden verliezen. Het cluster als geheel zou dus wat kinetische energie verliezen. Dat betekent dat het niet meer zo snel zal gaan als vroeger, zodat het nooit meer naar de Oortwolk kan terugkeren. Misschien kan het alleen ver genoeg uitzwenken bij het perihelium, zodat het een baan van ~3.600 jaar krijgt. Een nieuwe cluster zou dus alleen maar losraken van de Oortwolk zonder ooit genoeg energie te hebben om terug te keren. Enigszins als het laten vallen van een basketbal: elke keer dat 'ie stuitert, stuitert hij iets minder hoog vanwege energieverlies door wrijving en geluid.
Wat betekent dit nou praktisch gezien voor ons?
Als er een bruine dwerg is die door de Oortwolk raast, en als er inderdaad een cluster kometen als een katapult op ons zonnestelsel afkomt, dan is er GEEN MOGELIJKHEID om ook maar ENIGE waarschuwing te krijgen als de regering en de wetenschappers die de observatie-instrumenten beheren niet bereid zijn hun gegevens met ons te delen. En we hebben ook absoluut geen mogelijkheid om in te schatten - of zelfs maar te raden - wanneer of waar een inslag zou kunnen plaatsvinden. Dit doet denken aan: "Niemand weet de dag of het uur..." Kortom, behalve dat we waarschijnlijk een periode ingaan waarin de aarde zeer waarschijnlijk een of meerdere keren geraakt zal worden, valt er niet veel meer te zeggen. We gaan waarschijnlijk een periode van honderd jaar in waarin de planeet lukraak getroffen kan worden.
Op basis van wat de C's hebben gezegd, ondersteund door ons huidige onderzoek, is het zeer waarschijnlijk dat we al enkele kometen van deze gebeurtenis meemaken: de nabije doortocht van de Donkere Ster meer dan 300 jaar geleden ten tijde van het Maunder Minimum.
Ik denk dat we de komende jaren getuige zullen zijn van enkele verbazingwekkende astronomische verschijnselen. "Tekenen in de zon en de maan." Ik denk dat de krachtige activiteit van de zon tijdens dit zonnevlekmaximum te wijten is aan het feit dat die kometen dichterbij komen - duizenden of honderdduizenden. Er kan meer zonneactiviteit zijn. Aardbevingen zullen de aarde doen schudden. Vulkanen zullen uitbarsten.
Natuurlijk zijn de machthebbers ervan overtuigd dat hun voorbereidingen hun voortbestaan zullen verzekeren. Ze voeren al duizenden jaren programma's voor hersenspoeling uit, te beginnen met de monotheïstische religies die de mens zijn vermogen en neiging om te denken ontnemen, waardoor hij, wanneer hij zich uiteindelijk realiseert dat hij is bedrogen, ook zijn hoop verliest. In de afgelopen 50 jaar werden deze programma's steeds complexer en effectiever. De mensheid is slaaf van haar eigen geest.
De machthebbers zijn druk bezig geweest als mieren voor een storm met het bouwen van ondergrondse enclaves waarin ze de boel "willen uitzitten." Ze denken werkelijk dat ze hierdoor beschermd zullen zijn - en dat is misschien ook zo - maar niet tegen een directe inslag van een "grote."
Via Bush en zijn club hebben de machthebbers de controle over de olie genomen, die ze willen opslaan zodat ze tijdens hun overleving kunnen blijven genieten van alle '"gemakken en comfort."
De machthebbers - ongeacht of ze aards of hyperdimensionaal zijn - hebben hun activiteiten de afgelopen twee jaar opgevoerd, waarmee ze een sterk signaal afgeven dat ze wanhopig zijn en dat er "iets kwaadaardigs op komst is."
Maar de C's hebben ons een alternatief gegeven. Wat bedoelen ze eigenlijk als ze zeggen: "Wij zijn JULLIE in de toekomst"? Ark schreef hier onlangs over:
Kunnen de C's wat duidelijker zijn? Vergeet niet dat zij "Ons in de toekomst'' zijn. Maar in WELKE toekomst? Er zijn oneindig veel toekomsten en die waarin we terechtkomen, hangt af van wat we NU doen. We hebben een zekere mate van vrije wil, hoe gering ook.Tot slot wil ik graag een passage uit mijn boek The Secret History of The World herhalen:
Dus uit welke toekomst komen de C's? Uit deze? Waarom niet uit een andere? Dat zou nergens op slaan. Daarom is het beter om te zeggen dat ze zich in de "groep van toekomsten" bevinden waarin we hebben overleefd, en dat we daarom met onszelf in het verleden kunnen communiceren.
Ze bevinden zich dus in een "groep" en die groep is vrij groot. Er zijn bepaalde dingen die de hele groep gemeen heeft, en alleen die gemeenschappelijke dingen, die universele elementen van overleven, kunnen door zo'n "groepsintelligentie" worden gecommuniceerd.
Vergeet echter niet dat ik een wetenschapper ben en dat ik van nature alles met skepsis benader en dat ik niets geloof voordat ik het heb geverifieerd.
Daarom zeg ik dat de hypothese dat de C's met ons kunnen communiceren vanuit de groep van toekomsten, hoe gek dat ook mag lijken, in overeenstemming is met de natuurkunde die ik ken, en ik zie niets verkeerds in het aannemen van deze hypothese als werkhypothese.
We moeten echter onthouden dat uiteindelijk alleen geverifieerde feiten tellen. We moeten onze beslissingen altijd baseren op feiten en op kennis die op feiten is gebaseerd, en ook op waarschijnlijkheden die we, vanwege hun subjectieve aard, toeschrijven aan verschillende hypothesen en theorieën.
Een van de belangrijkste voorstanders van de catastrofetheorie van de vorige eeuw was Immanuel Velikovsky. Kritiek op Velikovsky omvatte opmerkingen dat zijn visie "weinig respect voor de natuurkundige wetten toonde: in zijn boeken veranderen planeten van baan - een flagrante schending van de mechanische wetten - en sloegen op andere planeten in."1En de tijd dringt.
Is deze aanval werkelijk gerechtvaardigd? Is praten over springende planeten een bewijs van onwetendheid, zoals de auteurs van Three Big Bangs lijken te suggereren?
In een paper die in een bundel met de titel The Stability of the Solar System and of Small Stellar Systems werd gepubliceerd, schreef Jeno M. Barthomy2: "Het is denkbaar dat toen de aarde werd gevormd, zij zich in een hogere kwantumtoestand bevond en door energie in de vorm van zwaartekrachtgolven vrij te geven, naar haar huidige 'grondtoestand' 'sprong.' Ik wil voorlopig nog niet speculeren over een mogelijk zwaartekrachtgolfspectrum dat wordt uitgezonden door nieuw gevormde planetaire systemen in het universum."
Hoe kunnen dergelijke sprongen volgens meer conventionele concepten plaatsvinden? G.J. Sussman en Jack Wisdom schreven in 1992: "De evolutie van het zonnestelsel verloopt chaotisch. De exponentiële divergentie van nabijgelegen banen wijst op chaotisch gedrag."3
Tot dusver hebben de computersimulaties die uitgevoerd werden4 zelfs geen poging gedaan om rekening te houden met een mogelijke kosmische indringer - de bruine dwerg die de zon vergezelt en waarvan het bestaan en de eigenschappen door R. Muller en J. Matese werden onderzocht.5 Ze probeerden evenmin rekening te houden met een mogelijke fractale structuur van ruimte-tijd, het onderwerp van een reeks papers en een monografie van de Franse astrofysicus Laurent Nottale.6
Ik heb de regels van Nottale voor de kwantisering van planetaire systemen besproken in mijn aantekeningen bij dit werk. Hier volstaat te vermelden dat de fractale en multidimensionale structuur van ruimte-tijd, in overeenstemming met de ideeën van vele natuurkundigen, astronomen en astrofysici wier werken in dit boek worden geciteerd, kosmische sprongen aannemelijk maken. Mijn eigen onderzoek voegde hier nog een factor aan toe: zoals besproken in dit werk, is een van de conclusies van EEQT dat koppelingen van kwantumsystemen aan klassieke systemen in de regel chaotisch gedrag en fractaalachtige patronen van kwantumsprongen veroorzaken.7 Dat kan een van de redenen zijn waarom ruimte-tijd zowel op micro- als op macroschaal fractaalachtig is.
Het algoritme dat aan de basis ligt van EEQT kan eenvoudig worden aangepast met behulp van koppelingsconstanten op kosmische schaal om dergelijke sprongen te beschrijven in termen van een stuksgewijs deterministisch Markov-proces, wanneer langdurige periodes van continue evolutie worden afgewisseld met sprongen van willekeurige aard.
Het belangrijkste kenmerk van EEQT is dat het een algoritme biedt voor het beschrijven van de geschiedenis van een individueel systeem, waarin sprongen daadwerkelijk plaatsvinden. Daarom biedt het geschikte hulpmiddelen om niet alleen microdeeltjes te behandelen, maar ook kosmische lichamen, zoals besproken in dit huidige werk.
Het kan ons ook hulpmiddelen verschaffen die ons helpen om in te grijpen in de "gebeurtenissen" van de kosmische catastrofe.
De belangrijkste boodschap van The Secret History of The World is dat een dergelijke ononderbroken periode binnenkort ten einde zou kunnen komen en dat de beoogde kwantumtoestand na de sprong nog niet volledig vaststaat. Wat we doen, of wat we niet doen op dit moment, bepaalt de waarschijnlijkheidsverdeling van onze toekomstige leefomgeving "na de zondvloed."
Om de uitspraak van Piet Hein, vriend van Niels Bohr, uit John Archibald Wheelers Geons, Black Holes and Quantum Foam8 enigszins te parafraseren:
We moeten weten
waar dit hele spektakel
over gaat
voordat het voorbij is.
Vorig jaar publiceerden we een afbeelding van een komeet die in het veld van Jupiter terecht was gekomen en uiteindelijk op Jupiter was ingeslagen. Let op: de datum op de afbeelding is 1929. Dit betekent dat de "machthebbers" destijds in staat waren om een dergelijke inslag en een onregelmatige baan te zien en te berekenen. Sterker nog, dat iemand al in de jaren twintig naar kometen en Jupiter keek... Om te begrijpen wat er in de jaren twintig precies gaande was, lees de Secret Government Timeline en de Adventures-serie. Juist tijdens deze periode werden volgens ons de plannen voor het heden opgesteld.
Een van de vragen die naar aanleiding van de vermeende ontdekking van zoveel nieuwe manen rond Jupiter rijst, is dat wetenschappers (niet van de Universiteit van Hawaï) in 2000 een tiental nieuwe manen rond Saturnus hebben ontdekt. Saturnus staat veel verder van de zon dan Jupiter. Waarom hebben ze die nieuwe manen van Jupiter niet als eerste ontdekt? Maar nog vreemder dan dat alles is de vraag waarom deze manen niet al tientallen of zelfs honderden jaren eerder werden ontdekt. Volgens de wetenschappers uit Hawaï zijn deze nieuwe manen waarschijnlijk miljoenen jaren geleden gevangen asteroïden. Maar waarom heeft niemand ze dan eerder gezien? Hoe zit het met de satellieten die foto's van het gebied hebben gemaakt? Zou het niet net zo logisch zijn om te stellen dat deze nieuwe manen tien jaar geleden nog NIET bestonden?
Als de vele meldingen van de "nieuwe manen" van Jupiter een grove indicatie opleveren dat er veel nieuwe objecten het binnenste zonnestelsel binnenkomen, dan suggereert dit dat het probleem van de Juggernaut van de wereldoorlog en de slapende massa's van de mensheid binnenkort opgelost kan worden.
Door een vreemde speling van het lot of toeval, werd de volgende sessie op 4 juli gehouden...
04-07-98Er komt een dag waarop we onze onafhankelijkheid kunnen uitroepen en de hemel zal worden verlicht met een ander soort vuurwerk. Onthoud wat Bailie hierboven opmerkte:
V: (A) Ik probeer wat dingen over kosmologie op te schrijven en heb een aantal vragen, voornamelijk over de komende gebeurtenissen. Eerst was er het verhaal over de bruine ster die de zon vergezelt en die blijkbaar het zonnestelsel nadert, en ik zou graag, indien mogelijk, details willen weten over zijn baan; dat wil zeggen, hoe ver hij verwijderd is, wat zijn snelheid is en wanneer hij voor het eerst te zien zal zijn. Kunnen we dat weten? Baan: hoe dichtbij komt die?
A: Vlakke ellips.
V: (A) Maar hoe dichtbij komt 'ie?
A: De afstand hangt af van andere factoren, zoals de kruisende baan van de locator van de getuige.
V: (L) Hoe dicht kan hij bij de aarde komen... (A) Zonnestelsel... (L) Ja, maar welk deel van het zonnestelsel? We hebben negen planeten... welke? (A) Ik begrijp dat deze bruine ster de Oortwolk zal binnengaan... (L) Ik denk dat ze zeiden dat hij er net langs schampt en dat de zwaartekracht hem verstoort...
A: Hij passeert de Oortwolk tijdens zijn baanreis. Dat deed hij al op zijn weg "naar binnen."
V: (A) Bedoelen jullie dat hij de Oortwolk al is binnengegaan?
A: Is er doorheen gegaan.
V: (A) Dus hij zal niet dichterbij komen...
A: De Oortwolk bevindt zich op het buitenste omloopvlak op een afstand van gemiddeld ongeveer 821.000.000.000 kilometer.
V: (L) Nou, 821 miljard kilometer geeft ons wat tijd! (A) Ja, maar wat ik wil weten... die Oortwolk bevindt zich rond het zonnestelsel, dus die bruine ster, als hij eenmaal voorbij is gegaan... (L) Moet hij dan al in het zonnestelsel zijn? (A) Nee, hij kan er al doorheen gegaan zijn en misschien komt hij niet dichterbij. Komt hij dichterbij of niet? Komt hij steeds dichterbij?
A: Het zonnestelsel draait samen met de "moederster" om een begeleidende ster, een "bruine" ster.
V: (A) Dat betekent dus dat de massa van de begeleidende ster veel...
A: Minder.
V: (A) Minder?
A: Ze bewegen samen langs een vlak, elliptisch baanvlak. De buitenste regionen van het zonnestelsel worden doorbroken door de passage van de bruine begeleidende ster, wat de recent ontdekte anomalieën met betrekking tot de buitenplaneten en hun manen verklaart.
V: (A) Maar ik begrijp dat de afstand tussen de zon en de bruine ster in de loop van de tijd verandert. Een elliptische baan betekent dat er een perihelium en een aphelium is. Ik wil weten wat de dichtstbijzijnde afstand tussen deze bruine ster en de zon zal zijn, of was, of is? Wat is het perihelium? Kunnen we dit weten, zelfs bij benadering? Is het ongeveer een lichtjaar, of minder of meer?
A: Minder, veel minder. De afstand van de dichtstbijzijnde passage komt ongeveer overeen met de afstand van de baan van Pluto tot de zon.
V: (A) Oké. Nu, deze dichtstbijzijnde passage, is dit iets dat gaat gebeuren?
A: Ja.
V: (A) En het gaat gebeuren binnen de komende 6 tot 18 jaar?
A: 0 tot 14.
[In het bovenstaande antwoord noemen de C's het getal "0." We denken nu dat ze dit deden om tegemoet te komen aan onze veronderstelling dat de begeleidende ster zelf een "toekomstige" gebeurtenis was, terwijl ze toch een tijdsbestek gaven waarin andere gerelateerde gebeurtenissen zouden kunnen plaatsvinden. Het volgende verduidelijkt dit.]
V: (A) Oké, dat is het. Ik begrijp het ongeveer. Nu begrijp ik dat er, door toeval of per ongeluk, twee dingen vrijwel tegelijkertijd zullen gebeuren. Dat is het passeren van die bruine ster en de komeetcluster. Zijn dit twee verschillende dingen?
A: Ja. Verschillend, maar gerelateerd.
V: (L) Is er een cluster van kometen dat in een soort eigen baan werd geslingerd en dat blijft ronddraaien...
A: Ja.
V: (L) En naast dat cluster van kometen zijn er ook nog andere kometen die door de passage van deze bruine ster in het zonnestelsel zullen worden geslingerd?
A: Ja.
V: (A) Ik begrijp dat de grootste ramp door dat cluster van kometen zal worden veroorzaakt...
A: Rampen hebben te maken met cycli in de menselijke ervaringscyclus die overeenkomen met de passage van het cluster van kometen.
V: (A) Ik begrijp dat dit cluster van kometen cyclisch is en elke 3.600 jaar terugkomt. Ik wil graag iets weten over de vorm van dat cluster van kometen. Ik kan me nauwelijks voorstellen...
A: De vorm is variabel. De invloed ervan hangt af van hoe dichtbij de passage plaatsvindt.
V: (L) Dus het kan zich uitstrekken... (A) We vroegen een keer waar het vandaan zou komen. Het antwoord was dat we naar een spirograaf moesten kijken.
A: Ja.
V: (A) Nu suggereert de spirograaf dat deze kometen niet uit één richting zullen komen, maar uit vele richtingen tegelijk. Klopt dat?
A: Heel goed!!!
V: (A) Oké, ze zullen vanuit vele richtingen komen...
A: Maar in eerste instantie is het zichtbaar als een enkel, massief lichaam.
V: (A) Weten we wat de afstand tot dit lichaam op dit moment is?
A: We raden jullie aan je ogen open te houden!
V: (A) Ik houd mijn ogen open.
A: Hebben jullie het belang begrepen van het antwoord over het tijdschema van het cluster en de bruine ster? De menselijke cyclus weerspiegelt de cyclus van rampen. De aarde profiteert hiervan in de vorm van een periodieke reiniging. Het is tijd om aandacht te gaan schenken aan de tekenen. Die nemen toe. Ze kunnen zelfs door jullie en anderen worden "gevoeld" als jullie opletten.
"Als hij binnen de magnetosfeer van de aarde zou komen, zou dat waarschijnlijk spectaculair zijn ... de lucht zou paars of groen kleuren, deeltjes van de komeet zouden langs de krachtlijnen naar beneden kringelen en waarschijnlijk zou je prachtige aurora's en gekleurde slierten te zien krijgen..."Dat zou een dijk van een vuurwerkshow zijn, denk je niet?
Onafhankelijkheidsdag komt eraan.
Verwijzingen
- Hills 85
- Muller 88, Muller 96
- Raup 86
- Matese 99
- Matese 00
- Wat een belachelijke interpretatie! Straks gaan ze nog beweren dat de mensen in de oertijd brullende woestelingen waren die berenvet in hun haar smeerden!
- We merken op dat de auteurs niet ingaan op deze veelzeggende toespeling!
- Dit toont duidelijk aan in hoeverre het broeikaseffect wordt overschat in vergelijking met de bijdrage van de zon aan klimaatverandering, die de belangrijkste factor blijkt te zijn.
- Muller 96
- Barthomy 74
- Wisdom 92
- Wisdom 01
- Matese 99, 00, Mueller 88, 96
- Nottale 93, Nottale 97
- Blanchard 00, 01
- Wheeler 98
Observatorium (ESO). Met dank aan "ESA, ESO, Astrovirtel en Gerhard Hahn (German Aerospace Center, DLR)".
Leden van de groep wetenschappers die bij deze waarnemingen betrokken zijn, zijn: Gerhard Hahn (Duits lucht- en ruimtevaartcentrum, DLR, Berlijn; http://earn.dlr.de/daneops/), Claes-Ingvar Lagerkvist (Universiteit van Uppsala, Zweden; http://www.astro.uu.se/planet/asteroid/), Karri Muinonen, Jukka Piironen en Jenni Virtanen (Universiteit van Helsinki, Finland; http://www.astro.helsinki.fi/~spa/), Andreas Doppler en Arno Gnaedig (Archenhold Sternwarte, Berlijn, Duitsland) en Francesco Pierfederici (ST-ECF/ESO).





Commentaar: Lees ook de Nederlandse vertaling van het boek van Pierre Lescaudron:
Massa-Extincties, Evolutionaire Sprongen en Virale Informatie