"Wie twijfelt aan het feit dat die natievorming en politieactiviteiten hier in de Verenigde Staten niet reëel en zeer effectief zijn geworden, kan volstaan met een bezoek aan het gebied rond Fort Bragg om een van de vroege paramilitaire CIA-georiënteerde specialisten, generaal Tolson, te vinden, die zijn Amerikaanse soldaten het platteland op stuurt met programma's voor natievorming voor de burgers van de Verenigde Staten. Als dergelijke tactieken worden voortgezet, is het mogelijk dat een uitbreiding van een dergelijk programma zou kunnen leiden tot een pacificatieprogramma van gebieden in de Verenigde Staten, zoals de CIA en het Amerikaanse leger in Indochina hebben uitgevoerd."
- Col. Fletcher Prouty "The Secret Team" (1972). Prouty diende tussen 1955 en 1963 als verbindingsofficier tussen het Pentagon en de CIA.
"Onder Phoenix, of Phung Hoang, zoals het door de Vietnamezen werd genoemd, was een eerlijk proces volstrekt non-existent. Zuid-Vietnamese burgers wier namen op zwarte lijsten stonden, konden worden ontvoerd, gemarteld, twee jaar lang zonder proces worden vastgehouden of zelfs vermoord, louter op basis van de verklaring van een anonieme informant... Op het hoogtepunt werden door de managers van Phoenix quota opgelegd van achttienhonderd neutralisaties per maand aan de mensen die het programma in het veld uitvoerden, waardoor het programma vatbaar werd voor misbruik door corrupte veiligheidsfunctionarissen, politieagenten, politici en afpersers, die allen onschuldige burgers en VCI [Viet Cong Infrastructure] afpersten... Door het [Phoenix]-programma als een symbool van de donkere kant van de menselijke psyche onder de loep te nemen... [zal het helpen] om de subtiele manieren waarop de Vietnamoorlog de manier waarop Amerikanen over zichzelf denken heeft veranderd, onder woorden te brengen. Dit... gaat over terreur en de rol ervan in politieke oorlogsvoering... hoe, naarmate opeenvolgende Amerikaanse regeringen steeds dieper wegzakken in de draaikolk van geheime operaties - ogenschijnlijk om terrorisme en communistische opstanden te bestrijden - het Amerikaanse volk geleidelijk het contact verliest met de democratische principes die ooit hun nationale zelfbeeld bepaalden. Dit...stelt [de vraag] wat er gebeurt als Phoenix zich thuis zal wreken."[Dit is Deel III in de serie "How Panama Became the SKYNET for Orwellian Totalitarianism in the Americas." Zie hieronder voor Deel I en II.]
- Douglas Valentine "The Phoenix Program"
How Panama Became the SKYNET for Orwellian Totalitarianism in the Americas
The Enemy Within: A Story of the Take-Over of the US Military and the Birth of the Perpetual War Machine - Counterinsurgency
Tegenwoordig bestaat er terecht bezorgdheid over het toenemende aantal migranten dat vanuit Midden- en Zuid-Amerika de Verenigde Staten binnenkomt. Volgens de meest recente statistieken van de Customs and Border Protection (CBP) kwamen er in 2022 meer dan 2,7 miljoen migranten de Verenigde Staten binnen en in 2023 meer dan 2,8 miljoen. Volgens The New York Times heeft de Verenigde Staten sinds 2021 te maken met het hoogste aantal illegale grensoverschrijdingen sinds ten minste 1960.
De vraag rijst wie er voor deze situatie verantwoordelijk is, waarom dit gebeurt en wat de agenda hierachter is. Dat is het doel van deze serie, waarin we deze vragen proberen te beantwoorden.
In Deel I van deze serie werd Operatie Condor geïntroduceerd. In de jaren zeventig begon iets wat in West-Europa al was geïmplementeerd onder Operatie Gladio en in Vietnam onder het Phoenix-programma, met de uitbreiding van deze modellen van Orwelliaanse parallelle staten en clandestiene oorlogsvoering in Midden- en Zuid-Amerika, die onder een gecentraliseerd computernetwerk werden georganiseerd dat door de Amerikanen in Panama was opgezet, bekend als CONDORTEL (dat specifiek verband hield met Operatie Condor) en COPECOMI (als een breder Amerikaans werkterrein), dat toezicht hield op en verbinding maakte tussen al deze parallelle staten in de Amerika's, in onderlinge coördinatie, en zgn. hunter-killer-teams implementeerde naar het voorbeeld van de Groene Baretten (special forces) van het Phoenix-programma.
Operatie Condor maakte de vorming van parallelle staten in Zuid-Amerika mogelijk, die steunden op de implementatie van parastatale structuren, zoals reeds uitgelegd in Deel I van deze serie: "...parastatale structuren als de strijdkrachten en infrastructuur van 'geheime' speciale operaties. Dit verborgen deel van de staat... de parallelle staat - omvat parapolitie- en paramilitaire troepen, die door de staat worden gehuisvest en aangestuurd, met toegang tot een uitgebreide schaduwinfrastructuur, waaronder geheime gevangenissen, vloten van ongemarkeerde auto's en niet-geregistreerde vliegtuigen, onofficiële begraafplaatsen, beveiligde communicatiesystemen en andere parallelle structuren die met 'geheime fondsen' worden gefinancierd.
In Latijns-Amerika versterkte de parallelle staat de moorddadige capaciteiten van de militaire dictaturen, terwijl deze hun schijn van legitimiteit en een zekere rechtmatigheid konden behouden." [1]
Dit complete netwerk van parallelle staten in Amerika werd georganiseerd en kreeg instructies vanuit een centraal knooppunt in Panama met behulp van de geautomatiseerde systemen van CONDORTEL/COPECOMI en diende als oefenterrein voor de doodseskaders die naar het voorbeeld van de Groene Baretten in het beruchte Vietnam Phoenix-programma waren opgezet. Al deze activiteiten in Panama en het bredere Amerika werden uitgevoerd onder leiding van de CIA en het Amerikaanse leger, alsmede bepaalde leden van de Amerikaanse regering [de centrale rol van Kissinger bij Operatie Condor zal in een volgend artikel in deze serie worden besproken].
De huidige situatie moet dus beslist met deze informatie in het achterhoofd worden bekeken.
Operatie Condor en CONDORTEL/COPECOMI hadden een geavanceerde en uiterst nauwkeurige controlestructuur in beide Amerika's opgezet, die vandaag de dag nog steeds functioneert. Deze omvat grenscontrole via een gecentraliseerd computersysteem dat door de CIA en het Amerikaanse leger wordt aangestuurd. In tegenstelling tot wat ons wordt wijsgemaakt, is de migrantencrisis dus allesbehalve natuurlijk en valt allesbehalve buiten de "controle" van het Amerikaanse leger.
Aangezien Operatie Condor gebaseerd was op het Phoenix-programma van de Groene Baretten, dat weer gebaseerd was op een nieuwe vorm van oorlogsvoering die men anti-oproer noemde en die een revolutie teweeg zou brengen en de wijze waarop oorlog gevoerd zou worden in dit nieuwe tijdperk voorgoed zou veranderen, is het belangrijk dat we begrijpen wat dit in feite was en hoe het erin slaagde de traditionele operaties, dienstverlening en filosofie van het Amerikaanse leger die tot dat revolutionaire moment hadden bestaan, volledig over te nemen en te vervangen.
Dit is vooral relevant omdat Vietnam het eerste Amerikaanse laboratorium zou zijn dat een kunstmatige migrantencrisis creëerde die de Vietnamoorlog aanwakkerde en de inzet van het Amerikaanse leger rechtvaardigde.
Over geopolitiek, contraspionage, revisionistische geschiedenis en culturele oorlogsvoering.
Door Cynthia Chung
De mannen van de koning: Ridders van de ronde tafel
In Deel II van deze serie werd uiteengezet dat, in tegenstelling tot wat ons vandaag de dag wordt voorgespiegeld, de Groene Baretten niet door de regering-Kennedy waren opgericht, maar in feite het gevolg waren van de Tweede Wereldoorlog en bedoeld waren als tegenhanger van de Britse special forces, de Special Air Service (SAS), die in 1941 was opgericht en in 1950 als korps werd gereorganiseerd en nog steeds actief is.
Opmerkelijk is dat zowel de SAS als Gladio het zwaard (gladio betekent zwaard) als gemeenschappelijk embleem hebben, wat een verwijzing lijkt te zijn naar de kruisvaarders. Voor meer informatie over Gladio's verering van de kruistochten, zie mijn artikel "A Modern Day Crusade for the Holy Land." (Een moderne kruistocht voor het Heilige Land). En voor meer informatie over Gladio, zie "Operation Gladio: How NATO Conducted a Secret War Against European Citizens and Their Democratically Elected Governments." ("Operatie Gladio: Hoe de NAVO een geheime oorlog voerde tegen Europese burgers en hun democratisch gekozen regeringen.")
De SAS stond voornamelijk in dienst van de Britse Special Operations Executive (SOE). Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden voorbereidingen getroffen voor het geval Duitsland zou winnen en in heel Europa werden 'stay-behind'-guerrilla-eenheden gestationeerd. Het model was gestoeld op de Britse Special Operations Executive, of SOE, een uiterst geheime guerrillacommando-eenheid die in 1940 was opgericht. Deze kwam voort uit de koker van Winston Churchill en werd 'Churchills geheime leger' genoemd. Dit programma zou uiteindelijk door de NAVO worden overgenomen. Na de overwinning van de geallieerden werden deze 'stay-behind'-eenheden niet ontbonden, maar in vrijwel alle Europese landen versterkt en uitgebreid, met directe steun en aanmoediging van de Verenigde Staten.
Deze geheime legers, ook wel 'stay-behind'-eenheden genoemd, werden later onderdeel van de geheime legers van de NAVO die Operatie Gladio uitvoerden. De geheime legers werden tegen de Europese bevolking ingezet, waarbij ze valse vlag-operaties en terroristische aanslagen organiseerden en deze in de schoenen van de communisten schoven om zo steun voor extreemrechtse regeringen te beïnvloeden.
Als Amerikaanse tegenhanger hiervan werden de Groene Baretten, de Amerikaanse special forces, opgericht.
Frank Wisner, directeur van de afdeling geheime operaties van de CIA, het Office of Policy Coordination (OPC), was in feite bezig met de opzet van geheime stay-behind-legers in heel West-Europa en werkte daarbij nauw samen met de MI6-afdeling Special Operations van kolonel Gubbins. De SAS en de Amerikaanse Groene Baretten, die getraind waren om clandestiene speciale missies in vijandelijk gebied uit te voeren, waren tijdens de Koude Oorlog in talrijke gevallen wapenbroeders en trainden onder andere ook de geheime stay-behind-legers.
De SAS werd aan het einde van de oorlog in oktober 1945 opgedoekt, maar werd in 1947 opgekalefaterd en ingezet om achter de vijandelijke linies in Maleisië te vechten. Bij hun meest omvangrijke inzet sinds de Tweede Wereldoorlog dienden SAS-eenheden in 1991 in de Golf en trainden en bewapenden samen met de Amerikaanse Groene Baretten in het geheim de strijdkrachten van het Kosovo Bevrijdingsleger (KLA) voor en tijdens de NAVO-bombardementen in 1999 op de Servische provincie van wat destijds Joegoslavië was. [2]
Daniele Ganser schrijft in zijn boek "NATO's Secret Armies":
"Beide paramilitaire eenheden werkten nauw samen. Als teken van hun nauwe samenwerking droegen de leden van de Amerikaanse special forces sinds 1953 officieus de kenmerkende groene baret, in navolging van hun SAS-idolen die dat insigne al lang gebruikten... Als eerbetoon koesterden ook de Britten de alliantie met de special forces en benoemden in 1962 de commandant van de Amerikaanse Groene Baretten, legerofficier generaal-majoor William Yarborough, tot erelid van de SAS."De reputatie van de SAS zou worden overschaduwd door hun vertrouwelijke missies wereldwijd, waaronder de training van Pol Pots troepen binnen de Rode Khmer. SAS-eenheden waren gestationeerd in Noord-Ierland, waar Ierse republikeinen de SAS als niets minder dan terroristen beschouwden. "Er valt veel voor te zeggen dat zelfs vanuit Brits perspectief de SAS in Noord-Ierland deel uitmaakte van het probleem, in plaats van de oplossing."[3]
De relevantie van de SAS voor de activiteiten van de Groene Baretten zal voor onze discussie in dit stuk bijzonder groot zijn, aangezien het Orwelliaanse model van de SAS vanuit hun taak in Maleisië (toen nog Malaya genoemd) in feite als voorbeeld voor het Phoenix-programma diende.
Deze Britse imperialistische ideologie beschouwde zichzelf als apotheose van een natuurlijke hiërarchie in de wereld, en wie die zich tegen deze 'natuurlijke orde' verzette, werd als 'vijand' van de veiligheid van het beoogde sociale evenwicht beschouwd.
Bedenk dat Orwell zelf deel uitmaakte van dit beoogde evenwichtssysteem ten behoeve van een 'natuurlijke hiërarchie.' Orwell schreef '1984' na zijn ervaringen als imperialistisch politieagent in Birma, waar hij toezicht hield op en deelnam aan marteltechnieken die tegen het Birmese volk werden gebruikt ten behoeve van het Britse Rijk. Orwell, die na zijn ervaring in Birma voor de Britse inlichtingendienst bleef werken, waarschijnlijk niet geheel vrijwillig, was tegelijkertijd de kwelgeest-programmeur en de gekwelde-geprogrammeerde geworden. Met andere woorden, zowel het personage O'Brien als Winston waren verschillende aspecten van Orwell zelf, een verzameling van ervaringen die hij als politieman in Birma had opgedaan en toegebracht, weergegeven in een zogenaamde 'dystopische toekomst' in '1984,' terwijl dit in werkelijkheid al realiteit was geworden binnen het Britse Rijk en het leger van de Oost-Indische Compagnie.
Het was Edward Lansdale, mede-oprichter van het Phoenix-programma dat werd gevolgd door Operatie Mongoose alsook de man achter het Groene Baretten-programma uit de jaren zestig, die zoveel zou doen om deze erfenis voort te zetten (onder een Gladio-structuur) voor de secundaire positie van de Verenigde Staten op de troon (de Groene Baretten werden immers door hun Britse idolen geïnstrueerd).
Deze Amerikaanse gladiatoren, die in de periode na de Tweede Wereldoorlog onder Eisenhower op de reservebank terecht waren gekomen, kregen door Lansdale onder het CIA-directeurschap van Allen Dulles nieuw leven ingeblazen. Zoals besproken in Deel II van deze serie, waren deze gladiatoren (Amerikaanse special forces/Groene Baretten) niet ondergeschikt aan het Amerikaanse leger, maar aan de CIA. Ze stonden niet in dienst van de Amerikaanse regering of haar bevolking, maar functioneerden eerder als een geheim leger dat gespecialiseerd was in geheime operaties waarover maar weinig mensen geïnformeerd werden, behalve degenen die tot het kleine clubje binnen de inlichtingenkringen van Allen Dulles en Frank Wisner behoorden, de OPC-afdeling (waarvan Lansdale lid was, terwijl hij daarvoor, tijdens de Tweede Wereldoorlog, lid van de OSS was).
Die geheime operaties van de OPC ondersteunden de Gladio-structuur, die eigenlijk uit fascisten bestond die na het verlies van de Tweede Wereldoorlog ondergronds waren gegaan. Deze mannen streefden naar een pro-imperialistische, pro-monarchistische Volkenbond-wereld en rechtvaardigden hun heimelijke activiteiten onder een pro-democratisch/anti-communistisch mom.
Dit was een old boys-clubje. Mannen met Ivy League-opleidingen, Wall Street-bankiers en advocaten, of in het geval van Lansdale, Madison Avenue. Dit waren de mannen van de koning, een echte aristocratisch "herenclubje," althans, zo zagen ze zichzelf graag. Gentlemen-spionnen à la James Bond, drinkers van "shaken not stirred" martini-cocktails, die zich prachtig uitgedost in smoking en met een verfijnd zelfvertrouwen in de hoogste kringen van de samenleving konden begeven.
De OPC-groep van Frank Wisner beschouwde zichzelf als sociale elites, zowel qua afkomst als qua naam. Velen van hen waren afkomstig uit 'voorname' families uit de hogere klasse, waaronder de families van Allen Dulles en James Angleton. Ook James Burnham, de vader van het neoconservatisme, was zo'n prestigieus OPC-lid.
Dit clubje binnen de CIA beschouwde zichzelf als de Ridders van de Ronde Tafel. Zoals we later in deze serie zullen ontdekken, waren de meeste mensen die bij de Gladio-netwerken betrokken waren lid van de Soevereine Militaire Orde van Malta en stonden bekend als de Ridders van Malta.
De Soevereine Militaire Orde van Malta (SMOM), officieel de Soevereine Militaire Hospitaalorde van Sint-Jan van Jeruzalem, van Rhodos en van Malta, werd tijdens de Eerste Kruistocht in Jeruzalem opgericht. Hun lidmaatschap bestaat nog steeds. Het is een katholieke lekenorde, die aanspraak maakt op aansluiting bij de Hospitaalridders, die rond 1099 door de zalige Gerard in het Koninkrijk Jeruzalem werd opgericht. De orde wordt geleid door een gekozen prins en grootmeester.
Het is interessant dat het kruisvaardersinsigne van de Ridders van Malta grote gelijkenis vertoont met de SAS- en Gladio-insignes...
Wederom duikt het kruisvaardersthema op uit de schaduwwereld van spionage en intrige...
Zoals besproken in Deel II van deze serie, was het Lansdale die het Groene Baretten-programma nieuw leven inblies en hervormde, en de eerste belangrijke functie ervan zou in Vietnam worden uitgevoerd. Hiermee ging ook een hervorming van het militaire onderwijs gepaard. Nieuwe rekruten in het Amerikaanse leger kregen ideologieën, filosofieën en functies bijgebracht die zij als een voortzetting van hun patriottische erfenis beschouwden, terwijl zij in feite een geheel nieuwe oorlogsdoctrine leerden, onder de vlag van anti-oproeroperaties, waarvan het doel niet was om oorlog te beëindigen en vrede te handhaven, maar om permanente oorlog te voeren totdat centrale controle was bereikt - wereldwijd.
En zo werd de uitdrukking "zet het dorp in de fik om het dorp te redden" wereldwijd bekend. Het programma was immers naar de feniks vernoemd, die met de zon wordt geassocieerd [misschien een Apollinische zon - vanuit het perspectief van het old boys-'Facisti'-clubje?]. Volgens de mythe herrijst de feniks uit de as nadat hij in een vuurzee om het leven is gekomen, om vervolgens herboren te worden.
De bovenstaande afbeelding van de feniks met dynamiet is het officiële embleem van het Phoenix-programma van de CIA in Vietnam (minus de schedels onder zijn poten).
Zie hier een voorbeeld van een Vietnam-oorlogsembleem voor het Phoenix Patrol-programma van de CIA.
Zo zou het Amerikaanse leger, onder direct toezicht van de CIA in Vietnam, de volgende generatie rekruten (in de jaren zestig) indoctrineren met de boodschap dat hun taak niet alleen zou bestaan uit het uitschakelen van de vijand middels 'pacificatieprogramma's' als het Phoenix-programma, maar ook uit het deelnemen aan de hervorming van dat land op alle niveaus, inclusief politiek, economisch en cultureel. Steeds meer kwam alles wat met politieactiviteiten te maken had onder de CIA te vallen. Ook politieactiviteiten binnen de Verenigde Staten, waar Groene Baretten in toenemende mate het management en de leiding van de politie binnen hun eigen land overnamen met behulp van tactieken die niet op de veiligheid van de Amerikaanse burger gericht waren.
Het duurde niet lang voordat het leger, de marine en de luchtmacht allerlei special forces hadden opgezet die zich in clandestiene operaties specialiseerden, zoals Special Air Warfare-eskaders en SEAL-teams (Sea, Air, Land). Deze werden overal waar ze welkom waren naar toe gestuurd. De teams bestonden voor een groot deel uit CIA-agenten die onder de operationele verantwoordelijkheid van de CIA actief waren voor het merendeel van hun aansturing ter plekke. Het Phoenix-programma werd internationaal uitgevoerd en geleid en beveiligd door special forces, gestoeld op het voorbeeld van de Britse SAS ten behoeve van een wereldwijd imperium.
Vietnam zou het eerste experiment worden waarbij dit op grote schaal werd toegepast. Het zou de eerste poging zijn om een geheel nieuwe natie te creëren die uit de as zou herrijzen, nadat het land van zijn culturele verleden, waarden en tradities was ontdaan.
Commentaar: En waar hebben we dit sindsdien nog meer gezien?
Vietnam zou het eerste land zijn dat een shocktherapie zou ondergaan, zoals de CIA dat met mensen had gedaan in het kader van het MK Ultra-programma. Ze waren ervan overtuigd dat ze de macht hadden om de geschiedenis opnieuw te schrijven, alle herinneringen aan het verleden uit te wissen en een schone lei te creëren waarop ze konden schrijven wat ze wilden, waarbij ze niet alleen de herinneringen van één persoon uitwisten, maar van een heel volk.
Die herschrijving van herinneringen en identiteit door het CIA-programma MK Ultra onder leiding van Allen Dulles, werd zeker in Orwelliaanse termen opgevat: dat het verleden is wat het heden dicteert, want als dat niet zo was, zou het de basis voor het heden kunnen ondermijnen.
Om het heden te behouden, moet het verleden dus in dienst staan van het heden.
Anti-oproeroorlogsvoering en de uitvoerders daarvan, de Amerikaanse special forces, stonden nooit in dienst van het Amerikaanse volk, zoals in deze serie op ongemakkelijke wijze duidelijk zal worden, aangezien deze technieken voor het eerst in Vietnam werden toegepast met de bedoeling en het doel om ze ook in Amerika toe te passen, waar ze zich nu eindelijk wreken.
Voor de koning en het rijk... en de jezuïeten?: De oorsprong van Orwells gedachtenpolitie
"We hebben geen eeuwige bondgenoten en we hebben geen eeuwige vijanden. Onze belangen zijn eeuwig en blijvend, en het is onze plicht om die belangen na te streven."Aangezien een van de doelstellingen van het Phoenix-programma was om een nieuwe, moderne Orwelliaanse staat op te bouwen op basis van wat voorheen een eeuwenoud systeem van rijstboeren was, moeten we de volgende vragen stellen: 1) Waarom Vietnam? en 2) Hoe kon zo'n vindingrijk en efficiënt verzet, dat schijnbaar uit het niets was ontstaan en door zogenaamde "achterlijke mensen" werd gevoerd, de strijd aanbinden met de enorme Amerikaanse oorlogsmachine?
- Henry John Temple, alias Lord Palmerston (Brits premier van 1855-1858 en 1859-1865), was als hoofd van het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken verantwoordelijk voor de Eerste Opiumoorlog (1839-1842) en als Brits premier voor de Tweede Opiumoorlog (1856-1860) tegen China.
Laten we eerst ingaan op de laatste vraag. Kort gezegd was de reden achter het fenomenaal effectieve verzet van de Vietnamezen dat zij al lang voordat het communisme bestond, en lang voordat de Amerikanen ten tonele verschenen, een oorlog aan het voeren waren...
In zijn boek The Phoenix Program stelt Douglas Valentine de vraag: "Wat is de VCI [Viet Cong Infrastructure]? Is het een boer in een veld met een schoffel in zijn hand en een granaat in zijn zak, een gestoorde opstandeling die vrouwen en kinderen als schild gebruikt? Of is het een zichzelf respecterende patriot, een vrijheidsstrijder die door corrupte collaborateurs en een onderdrukkend buitenlands bezettingsleger ondergronds werd gedreven?"
[Bedenk dat de Amerikaanse militaire terminologie voor "infrastructuur" met betrekking tot de Vietcong verwijst naar elke persoon die ervan verdacht werd de Vietcong te steunen of er sympathie voor te koesteren.]
Een "zelfrespecterende patriot?" Dat lijkt zelfs voor degenen die uiteindelijk de oorlog in Vietnam veroordeelden nogal vergezocht.
In zijn getuigenis over het Phoenix-programma voor de Senaatscommissie voor Buitenlandse Betrekkingen in februari 1970 definieerde voormalig directeur van de CIA William Colby de VCI als "zo'n 75.000 autochtone zuiderlingen" die in 1954 "door de communisten naar het noorden werden gebracht voor training in organisatie, propaganda en ondermijning." Volgens Colby keerden deze groepen terug naar het zuiden, "bliezen de netwerken die ze in 1954 hadden achtergelaten nieuw leven in" en vormden in de loop van enkele jaren het Nationaal Bevrijdingsfront (NLF), de Revolutionaire Volkspartij, bevrijdingscomités die "zich voordeden als lokale overheden in plaats van louter politieke organen," en de "voorgewende Voorlopige Revolutionaire Regering van Zuid-Vietnam. Al deze organisaties en hun lokale groeperingen tezamen vormen de VC-infrastructuur."
Uiteraard wilde Colby de VCI niet in een sympathiek daglicht stellen en door veelvuldig gebruik te maken van het woord ''voorgewend,'' verdraait hij opzettelijk de aard en oorsprong van de revolutionaire krachten die onder de algemene term 'VCI' worden geschaard.
Douglas Valentine schrijft in zijn boek The Phoenix Program:
"Om Phoenix en zijn prooi goed te begrijpen, is een meer gedetailleerd en objectief verslag nodig. Een dergelijk verslag kan niet beginnen in 1954 - toen de Sovjet-Unie, China en de Verenigde Staten Vietnam langs de zestiende breedtegraad verdeelden en de Verenigde Staten voor het eerst in Vietnamese aangelegenheden ingrepen - maar moet rekening houden met honderd jaar Franse koloniale onderdrukking. Want juist door het kolonialisme was de VCI ontstaan, met haar strategie van langdurige politieke oorlogsvoering en haar guerrilla- en terreurtactieken."En hier begint ons verhaal...
Vietnam zou in de zeventiende eeuw aan de Franse verovering worden onderworpen met de komst van de jezuïeten. Die jezuïeten vormden de Vereniging van Franse Missionarissen, waartoe ook hun zakelijke financiers behoorden die niet alleen uit Franse imperialistische bedrijven bestonden, maar ook uit bedrijven die zaken deden met de Britse Oost-Indische Compagnie.
Gedurende deze periode begon Groot-Brittannië, middels zijn piratenbedrijf de Oost-Indische Compagnie, met investeringen in de opiumproductie in India. India moest immers iets produceren voor zijn Britse meesters nadat de Britten de Indiase textielindustrie hadden vernietigd om te voorkomen dat India een concurrent zou worden op de wereldmarkt voor katoen - de belangrijkste bron van inkomsten voor het Britse Rijk voordat het de wereldmarkt voor opium op touw zette.
Ook de Amerikanen werden hierbij betrokken middels de op slavenarbeid gebaseerde katoenplantages in het zuiden, die waren opgezet ten behoeve van Britse bedrijven. Dit leidde tot de duurste en dodelijkste oorlog die de Amerikanen ooit hebben gevoerd. De Britten waren sterk afhankelijk van hun katoenmarkt in het zuiden van Amerika en waren bereid om namens de Confederatie deel te nemen aan de burgeroorlog, ware het niet dat de Russen zich ten gunste van Lincoln in het conflict mengden.
India zou, onder het mandaat van Britse zakelijke belangen, de grootste producent van opium ter wereld worden en was aanvankelijk sterk afhankelijk van de export van zijn product naar Zuidoost-Azië, voornamelijk China, dat door de Britten tot grootste afnemer was gekozen op basis van hun dubbelzinnige zogenaamde "vrijhandel," in de zin van "doe wat ik zeg, niet wat ik doe" (de Britten pasten immers zelf protectionisme toe terwijl ze de rest van de wereld vrijhandel oplegden). Dit leidde tot de twee Opiumoorlogen.
De Britten wonnen deze oorlogen tegen China, waarmee volgens de Chinezen hun "eeuw van vernedering" begon, aangezien de Britten niet alleen het "recht" hadden verworven om China te blijven overspoelen met heroïne, maar ook het bezit van belangrijke havensteden op het Chinese vasteland, waaronder Shanghai en Hongkong, waar de Britse opiumbank HSBC (Hong Kong Shanghai Banking Corporation) werd gevestigd om de opiumhandel van het Britse Rijk in stand te houden - die tot op de dag van vandaag op internationale schaal en ten dienste van de City of London, waar het hoofdkantoor is gevestigd, onder deze bevoegdheid opereert.
Zoals in het volgende artikel in deze serie zal worden besproken, zou Vietnam hierdoor een centrale rol op de wereldmarkt voor heroïne gaan spelen, terwijl de jezuïeten bij de totstandkoming hiervan essentieel bleken.
In feite behoorde zakendoen ten behoeve van het Vaticaan en zijn vijf congregaties in Italië, Duitsland, Frankrijk, Spanje, Engeland en Amerika tot een van de belangrijkste taken van de jezuïetenorde. Dit voorrecht werd in de 16e eeuw door paus Gregorius XIII (1572-1585) bekrachtigd, die de jezuïetenorde het recht verleende om handel te drijven en bankzaken te doen, een recht waarvan tot op heden uitgebreid gebruik van wordt gemaakt.
De vorming van een wereldreligie: Van jezuïeten, vrijmetselaars & antropologen tot MK Ultra & de tegencultuurbeweging
Wie bekend is met de Tempeliers, kan niet anders dan de opvallende gelijkenis opmerken tussen de twee religieuze ordes en hun recht om handel te drijven en te bankieren. De Tempeliers stonden bekend als een van de eerste, zo niet de eerste, corporatie.
Is het dan verwonderlijk dat Albert Pike, stichter van de Schotse Ritus Vrijmetselarij, in zijn Moraal en Dogma zou schrijven dat "de Tempeliers onintelligente en daarom onsuccesvolle jezuïeten waren?"
De lezer moet weten dat, aangezien het Vaticaan deze functie om namens het Vaticaan zaken te doen aan de jezuïetenorde heeft toegekend, de jezuïetenorde door geen enkele regering kan worden vervolgd. Ze staan boven nationale wetgeving en zelfs boven het internationaal recht en zijn alleen verantwoording verschuldigd aan de wetgeving van het Vaticaan, wat in wezen neerkomt op de wet van de paus.
De Londense City is ook een voorbeeld van een ''Corporatie'' die boven de wet staat. In dit geval gaat het om een oud financieel centrum in het midden van Londen dat op de een of andere manier zijn voortbestaan buiten de Britse wet om heeft gerechtvaardigd en geen verantwoording hoeft af te leggen aan de Britse regering. Dit geldt dus ook voor de drugsbank HSBC.
Drugshandel en de kroon: Een zeer Britse rijkdom van naties
In feite overlapten veel zakelijke transacties tussen de jezuïeten namens het Vaticaan in grote mate die van leden van de Orde van Malta en de heroïnemarkt ten behoeve van Gladio, vooral in het katholieke Midden- en Zuid-Amerika, maar ook, zoals we zullen zien, in Zuidoost-Azië, waaronder Vietnam.
De jezuïeten staan ook bekend als inspiratiebron voor de vader van de moderne hersenspoeling, William Sargant, die hielp bij de ontwikkeling van de Tavistock- en MK Ultra-programma's voor "mind-bending" en vol bewondering schreef over de jezuïtische discipline. Voor meer informatie over dit verhaal, zie hier en hier.
Sterker nog, de jezuïeten, die zowel in Britse als Franse imperialistische kringen in Zuidoost-Azië actief waren, liggen aan de basis van de Orwelliaanse technieken die door de Fransen en vooral de Britten werden toegepast om controle uit te oefenen over hun koloniale onderdanen, onder meer in Orwells Birma en het Britse Malaya, dat als inspiratiebron voor het Phoenix-programma diende. En het is geen toeval dat Birma (nu Myanmar) een van de drie landen zou worden in de Gouden Driehoek, die het grootste deel van de wereldwijde heroïnemarkt bevoorraadde.
Deze vormen van Orwelliaanse controle en manipulatie werden lang voordat het communisme als ideologie ontstond door de Britten en Fransen in Zuidoost-Azië toegepast.
In de twee eeuwen na de Franse verovering van Vietnam raakten de jezuïetenpriesters verwikkeld in de Vietnamese politiek, wat uiteindelijk een voorwendsel verschafte voor militaire interventie. Toen in 1845 een Franse priester werd gearresteerd wegens samenzwering tegen de keizer van Vietnam, bombardeerde de Franse marine de stad Da Nang, waarbij honderden mensen omkwamen, terwijl de priester ongedeerd naar Singapore was gevlucht.
Al snel was er sprake van een openlijke oorlog. In 1859 waren Franse soldaten van het vreemdelingenlegioen in grote getale gearriveerd en hadden versterkte posities bij grote steden ingenomen, die ze verdedigden tegen slecht bewapende nationalisten die vanuit bases op het platteland verrassingsaanvallen uitvoerden.
In 1861 werden de Vietnamese nationalisten door de Fransen verslagen en vorderde een Franse admiraal Saigon op voor Frankrijk, waarbij de Vietnamezen die zich verzetten zware verliezen leden. Uit angst dat de losgeslagen Fransen de hele stad zouden uitmoorden, deed de keizer afstand van drie provincies die aan Saigon grensden, tezamen met het eiland Con Son, waar de Fransen onmiddellijk een gevangenis voor rebellen bouwden.
Kort daarna werden de Vietnamese havens opengesteld voor Europese handel, kregen katholieke priesters toestemming om te prediken waar boeddhistische, taoïstische of confucianistische zielen in het donker op de loer lagen, en kreeg Frankrijk onvoorwaardelijke controle over heel Cochin-China. [4]
Commentaar: Terugkomend op de Fransen, dit is te zien in de documentaire uit 1980 getiteld VIETNAM: THE 10,000 DAY WAR op Youtube hier, of op Dailymotion hier.
Overzicht:
Douglas Valentine schrijft inThe Phoenix Program:
Verzet tegen de Franse bezetting was het sterkst in het noorden, nabij Hanoi, waar nationalisten samenwerkten met de Chinezen... De ruige bergen van de Centrale Hooglanden vormden een natuurlijke buffer voor de Fransen, die zich hadden verschanst in Cochin-China, het zuidelijke derde deel van Vietnam met als centrum Saigon.
Toen de grenzen eenmaal waren getrokken, begon de pacificatie van Vietnam in alle ernst in 1883. De Franse strategie was eenvoudig en begon met een schrikbewind: zoveel mogelijk nationalisten werden opgepakt en onthoofd. Vervolgens werd de keizerlijke stad Hue geplunderd in wat Karnow "een orgie van moorden en plunderingen" noemt.
Commentaar: Zie het SOTT.net-interview met Douglas Valentine:
The Truth Perspective: Interview with Douglas Valentine: The CIA As Organized Crime
Douglas Valentine: The CIA - 70 Years In Ukraine (Highlights)
De Fransen ontbonden de Raad van Mandarijnen van de keizer en vervingen deze door Franse adviseurs en een bureaucratie die bemand werd door supplétifs [aanvullende troepen] - egoïstische Vietnamezen, meestal katholieken, die collaboreerden in ruil voor macht en status.
De crème de la crème van de supplétifs studeerde in Frankrijk en werd daar staatsburger. Het Vietnamese leger stond onder bevel van Franse officieren, terwijl de Vietnamese supplétif-officieren aan de Franse militaire academie waren opgeleid. In de twintigste eeuw werden alle provincies van Vietnam bestuurd door supplétifs en was ook de keizer een marionet van de Fransen.
Supplétifs werden ook bij de politie en veiligheidsdiensten aangesteld, waar ze namens de Fransen de scepter zwaaiden over prostitutienetwerken, opiumhuizen en gokcasino's.
Vanaf de jaren 1880 konden nationalisten niet langer rekenen op wettelijke bescherming. Hun trots werd bestraft met een verblijf in de kerkers van de Con Son-gevangenis, marteling en de dood. Omdat ze in hun eigen land in de minderheid waren en buiten de wet stonden, namen de nationalisten hun toevlucht tot terrorisme: kogels in de buik en bommen in cafés. Terwijl de wrede pacificatiecampagnes van de Fransen de Vietnamese plattelandsbevolking verhinderden om hun akkers te bewerken, gold dat niet voor terroristische acties.
De eerste nationalisten - de grondleggers van de VCI - verschenen al in 1859 in gebieden als het schiereiland Ca Mau, de Plain Reeds en de Rung Sat - door malaria geteisterde moerassen die ontoegankelijk waren voor de Franse strijdkrachten. Hier verfijnden en perfectioneerden de nationalisten de guerrillatactieken die het handelsmerk zouden worden van de Vietminh en later de Vietcong.
Het leiderschap van de VCI ontstond dan ook in de Con-Son-gevangenis, ook wel bekend als de Ho Chi Minh-universiteit. Daar transformeerden vastberaden nationalisten donkere kerkers in klaslokalen en gewone criminelen in hardnekkige kaders. Omdat hun leven afhing van hun vermogen om spionnen en provocateurs op te sporen die de Fransen in de gevangenissen hadden geïnfiltreerd, werden deze voorvaderen van de VCI meesters in spionage en intrige en geduchte tegenstanders van het gevreesde Deuxieme Bureau.
Voor alle duidelijkheid: de Vietnamese nationalisten (met andere woorden, degenen die weigerden een koloniale bezitting van Frankrijk te blijven) begonnen hun oorlog tegen de Franse koloniale onderdrukking dus al halverwege de 19e eeuw, waarbij ze een bondgenootschap met de Chinezen waren aangegaan. Dit alles viel samen met de strijd van China tegen Groot-Brittannië in de Opiumoorlogen.
Deze strijd begon dus al lang voordat het communisme bestond en draaide om een nationalistische strijd om vrij te leven, zonder koloniale onderdrukking. Bijna honderd jaar later werd deze strijd tegen de Franse kolonialisten, gevoerd door de Vietnamese nationalisten, voortgezet door de communisten, die door de vorige generaties nationalisten waren getraind in oorlogsvoering en spionage.
Dit is waarom de Vietnamezen zo bedreven waren in het bestrijden van koloniale oorlogsstrategieën. Ze hadden bijna 100 jaar ervaring. En zoals we zullen zien, baseerden de Amerikaanse special forces hun training volledig op de tactieken van de Britse special forces en de "pacificatiemethoden" van de Franse commando's in Algerije. De Vietnamezen hadden al tientallen jaren ervaring met het bestrijden van "pacificatietactieken" in hun oorlog tegen het imperialistische Frankrijk.
Aan het einde van de 19e eeuw begonnen de Japanners, die ook een imperialistische ideologie en later een imperialistische fascistische ideologie aanhingen, een oorlog met China, de Chinees-Japanse oorlogen. De Eerste Chinees-Japanse Oorlog werd gevoerd van juli 1894 tot april 1895. China verloor deze oorlog, maar kon vrede sluiten en moest een deel van zijn grondgebied afstaan.
De Tweede Chinees-Japanse Oorlog (1937-1945) viel samen met de Tweede Wereldoorlog en China's eigen 22 jaar durende burgeroorlog (1927-1949) tussen Mao Zedong en Chiang Kai-shek. In dezelfde periode waren de Japanners ook Vietnam binnengevallen om het te bezetten en collaboreerden met de Franse legionairs die het fascisme steunden. Bedenk dat de Fransen de nazi's zonder slag of stoot Frankrijk binnen hadden gelaten en dat de pro-nazistische Franse Vichy-regering werd gevormd zonder dat er noemenswaardig verzet werd geboden. Pas later werd als reactie hierop het Franse verzet, bekend als "La Résistance," opgericht om terug te vechten tegen de Franse fascisten die het land hadden overgenomen. President De Gaulle was een van degenen die heldhaftig aan de kant van het verzet vochten en zou later meer dan 30 moordaanslagen overleven toen hij president van Frankrijk was omdat hij niet meeging in de fascistische imperialistische agenda waar Frankrijk geacht werd aan mee te doen. Ook schopte hij het NAVO-hoofdkwartier eruit, samen met het hoofdkwartier van het geheime Gladio-leger, dat arrogant in Frankrijk was gestationeerd terwijl ze herhaaldelijk probeerden De Gaulle te vermoorden. Voor meer informatie hierover, zie hier.
Hoofdstuk 6: Operatie Gladio: Hoe de NAVO een geheime oorlog tegen Europese burgers en hun democratisch gekozen regeringen voerde
In tegenstelling tot wat ons wordt wijsgemaakt,
was Chiang Kai-shek geen nationalist, maar een krijgsheer en had genoeg sympathie voor de fascistische imperialistische ideologie van de Japanners dat dit een bekend probleem was voor de meer welwillende Amerikanen binnen de OSS, aangezien Chiang in de Verenigde Staten intensief werd gepaaid en gepromoot als een lieveling in tijdschriften als Time Magazine, waarvan hij herhaaldelijk de cover sierde.
De laatste coverafbeelding is van Life Magazine en toont Chiang's vrouw Soong Mei-ling, die vloeiend Engels sprak en methodist was. Zowel Time als Life Magazine waren eigendom van Henry Luce, die voor de CIA werkte, en dus is de boodschap glashelder: Chiang had de zegen van Allen Dulles.
De belangrijkste reden waarom Chiang werd beschouwd als een lieveling van de OSS en later van de CIA-inlichtingendiensten onder Allen Dulles, was omdat hij, zoals we in een volgend artikel zullen zien, een belangrijke rol speelde in de heroïnemarkt van Zuidoost-Azië en tot de club behoorde, dat wil zeggen iemand met een pro-imperialistische, fascistisch georiënteerde visie.
Chiang was nooit een nationalist, maar stond er tijdens de Tweede Wereldoorlog om bekend dat hij voortdurend elke gecoördineerde oorlogsinspanning om de Japanse fascisten te bestrijden saboteerde, terwijl bepaalde leden van de OSS oprecht probeerden China te helpen in de strijd tegen de Japanse fascisten en een route door Birma naar China creëerden voor oorlogsmateriaal en basisgrondstoffen. Zo weigerde Chiang herhaaldelijk om zelfs maar met de OSS tegen de Japanners samen te werken.
Chiang rechtvaardigde zijn "oorlogsstrategie" door te beweren dat het een uitputtingsstrategie was. In feite was Chiang de eerste die de Amerikanen het motto "zet het dorp in de fik om het dorp te redden," bijbracht. Chiang stond erom bekend dat hij letterlijk grote stadscentra in China, die oude stadscentra vol met Chinees erfgoed, zonder enige waarschuwing in brand stak terwijl het Chinese volk sliep, met het argument dat de Japanners de stad anders gewoon zouden hebben veroverd en de hulpbronnen ervan zouden hebben gebruikt. Het Chinese volk werd door Chiang en masse als vervangbaar beschouwd. Zo verbrandde en verwoestte Chiang de ene na de andere grote Chinese stad als onderdeel van zijn "patriottische" plicht. Chiang vermeed ook zoveel mogelijk directe gevechten met de Japanse fascisten, wat meestal het geval was (Chiang was duidelijk niet bereid om zijn kaarten op tafel te leggen en was bereid om samen te werken met wie uiteindelijk ook maar de macht zou krijgen in de regio, inclusief de Japanse fascisten, om zijn deel van de koek te krijgen - en daarbij het Chinese volk te verraden). Wie zou Chiang na zulke heldendaden niet als president van de Republiek China willen? In plaats daarvan moest hij genoegen nemen met het besturen van zijn kleine eiland, Taiwan, en zichzelf toch tot president van heel China uitroepen, ondanks het feit dat de bevolking van het Chinese vasteland hem heel nadrukkelijk had afgewezen.
Het was immers niet Chiang die de oorlog tegen de genocidale wreedheid van de Japanners won, maar de echte nationalisten (van de Sun Yat-sen-school) die samenwerkten en een bondgenootschap vormden met de communisten die onder leiding van Mao vochten (niet iedereen die in die tijd tegen Chiang vocht, was een communist). Chiang was echter een ware dictator en vond dat hij de steun van het volk niet nodig had om tot hun heerser te worden uitgeroepen. Voor meer informatie hierover, zie hier.
De ware mondiale agenda die oorlog met China wil
Dit was in feite het enige wat Chiang tijdens de oorlog bereikte, afgezien van zijn heroïnehandel, tot grote frustratie van de meer welwillende OSS-leden, naast het aanvallen van de echte Chinese nationalisten die tegen de Japanse fascisten vochten.
De Japanse fascisten wilden China en de hele oostkust van Azië etnisch zuiveren. Ho Chi Minh leidde de moedige strijd tegen de Japanse fascisten in Vietnam. De Japanse fascisten pleegden de meest meedogenloze genocide voor wat betreft marteling en wreedheid, wellicht ooit begaan, bekend als de Aziatische holocaust, waar westerlingen veelal totaal geen weet van hebben.
Douglas Valentine schrijft in The Phoenix Program:
In 1941 verzamelde Ho Chi Minh, de communistische zoon van een mandarijn, de verschillende nationalistische groeperingen onder de vlag van de Vietminh en riep alle goede revolutionairen op om "op te staan en zich te verenigen met het volk en de Japanners en Fransen te verdrijven." De aanval werd geleid door generaal Vo Nguyen Giap en zijn Eerste Gewapende Propagandadetachement - vierendertig lichtbewapende mannen en vrouwen die begin 1945 twee Franse buitenposten hadden veroverd en het evangelie volgens Ho predikten aan iedereen die onafhankelijkheid ambieerde. Halverwege 1945 had de Vietminh zes provincies in de buurt van Hanoi in handen en werkte samen met de voorloper van de CIA, het Office of Strategic Services (OSS), om neergestorte piloten van de Amerikaanse 14e luchtmacht te redden [Opmerking van de auteur: Mao zou hetzelfde doen voor de Amerikaanse luchtmacht in China]. Ho, die de Amerikaanse democratie bestudeerde, riep Vietnam in september 1945 uit tot onafhankelijk land.In feite hadden de meer welwillende OSS-leden tijdens de Tweede Wereldoorlog met Ho Chi Minh samengewerkt in de strijd tegen de Japanse fascisten. Ho Chi Minh veronderstelde dat deze alliantie met de Amerikanen na afloop van de oorlog zou worden voortgezet en dat Vietnam eindelijk als volk bevrijd zou worden van koloniale onderdrukking.
Lord Louis Mountbatten (die de feniks als zijn patch gebruikte) en de Britten kregen de leiding in het zuiden. De Britten verboden vervolgens Ho's Comité van het Zuiden en arresteerden de leden ervan. Uit protest hielden de Vietnamezen een algemene staking. Op 23 september lieten de Britten de Franse legionairs vrij die tijdens de bezetting met de nazi's hadden gecollaboreerd en samen met de Japanners Vietnam hadden bestuurd. De legionairs gingen los in Saigon en vermoordden straffeloos Vietnamezen. Zodra ze de controle over de stad hadden herwonnen, reorganiseerden de Fransen hun collaborateurs en geheime politie. De Britten vertrokken en de supplétif Bao Dai [de keizer van Vietnam die vanuit zijn Franse resort aan de Rivièra regeerde] werd werderom als keizer geïnstalleerd.
In 1946 raakte de Vietminh opnieuw in een oorlog met Frankrijk verwikkeld en halverwege dat jaar haalden de Fransen hun oude trucs weer uit de kast, en met harde hand. Ze bombardeerden Haiphong, waarbij zesduizend Vietnamezen omkwamen. Ho dook onder. De Vietminh, die in het nadeel was qua wapens, voerde ondertussen zijn strategie van langdurige oorlogvoering uit. Er werden geheime cellen opgericht en guerrillagroepen gevormd om Franse eenheden te volgen en lastig te vallen, buitenposten aan te vallen, boobytraps te plaatsen en gewapende propagandateams te organiseren. Het vermoorden van collaborateurs hoorde ook bij hun takenpakket. Eveneens werden eenheden ter grootte van een compagnie of bataljon gevormd om de Fransen in grote veldslagen te verslaan.
In 1948 konden de Fransen hun konvooien niet meer tegen hinderlagen beschermen en de Vietminh-bases niet meer lokaliseren.
De [Franse] GCMA's [composite airborne commando group] werden tegelijkertijd met de Eerste special forces van het Amerikaanse leger in Fort Bragg, North Carolina, opgericht. [Opmerking van de auteur: denk aan Deel II van deze serie, waarin wordt vermeld dat, behalve de Britse SAS, ook de Groene Baretten gebaseerd waren op de wrede oorlogstactieken van de Franse commando's in Algerije.]
Begin jaren vijftig vochten Amerikaanse soldaten samen met de Fransen en was de 350 leden tellende US Military Assistance and Advisory Group (MAAG) in Saigon aanwezig om de Amerikaanse bijdragen te verdelen en te verantwoorden.
Ngo Dinh Diem, een katholieke mandarijn uit Hue... [samen met] zijn broers Nhu, Can en Thuc (aartsbisschop van Hue), controleerde daarna tienduizenden Can Lao-aanhangers via een ingewikkeld netwerk van clandestiene cellen in het leger, de politie en veiligheidsdiensten, de regering en particuliere ondernemingen.
Op 2 september 1945 ondertekende Ho Chi Minh als president van de nieuwe natie de onafhankelijkheidsverklaring van Vietnam, die een directe verwijzing was naar de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring. Hoe ongelooflijk het vandaag de dag ook mag lijken, de Vietnamese verklaring begon met de beroemde regels: "Alle mensen zijn gelijk geschapen. Zij zijn door hun Schepper begiftigd met bepaalde onvervreemdbare rechten, waaronder het recht op leven, vrijheid en het nastreven van geluk..." Het document vervolgde: "Een volk dat zich meer dan tachtig jaar lang moedig heeft verzet tegen de Franse overheersing, een volk dat de afgelopen jaren zij aan zij met de geallieerden tegen de fascisten heeft gevochten - zo'n volk moet vrij en onafhankelijk zijn."
Volgens het Britse en Franse imperialistische buitenlandse beleid, waarbij Allen en John Foster Dulles het Britse rijk dienden, was dit volstrekt onaanvaardbaar. Als dit zich zou verspreiden over de Aziatische landen en naar Afrika, zou dat het einde betekenen van al hun koloniale bezittingen, wat een compleet bankroet en uitholling van de Britse en Franse rijken zou hebben opgeleverd.
Daarom moesten ze hun eigen man selecteren om hun imago van democratie en vrijheid te vertegenwoordigen tegenover de Westerse bevolking, die grotendeels onbekend was met de treffende woorden van Ho Chi Minh.
Ze kozen Ngo Dinh Diem, een man die zowel bij de Vietnamezen als bij de rest van de wereld volkomen onbekend was. Diem werd geboren in een vooraanstaande katholieke familie. Zijn vader was tijdens het Franse koloniale tijdperk een hooggeplaatste mandarijn van keizer Thành Thái. Diem was opgeleid aan Franstalige scholen en overwoog om in de voetsporen van zijn broer Ngo Dinh Thuc te treden en katholiek priester te worden, maar koos uiteindelijk voor een carrière bij de overheid. Thuc werd aartsbisschop van Hue in Vietnam en speelde een belangrijke ondersteunende rol tijdens Diems bewind.
Volgens het verhaal, dat zeer twijfelachtig is, maakte Diem snel carrière in de ambtenarij toen hij plotseling besloot de toenmalige keizer van Vietnam, Bao Dia, te hekelen als een marionet van Frankrijk, wat deze inderdaad was. Diem werd vervolgens in het begin van de jaren dertig uit Vietnam verbannen en leefde tijdens zijn jarenlange ballingschap in Japan en de Verenigde Staten tot 1953, waarna hij zijn ballingschap uit Vietnam voortzette... in een benedictijnenklooster in België. (bron: Prouty's boek JFK)
[Opmerking: Uit de Orde der Benedictijnen ontstonden tijdens de eerste kruistocht zowel de Tempeliers als de Hospitaalridders (ook bekend als: de Soevereine Orde van Malta), en net als Ignatius Loyola, die 1000 jaar later de Sociëteit van Jezus (ook bekend als: de jezuïeten) stichtte, isoleerde Sint-Benedictus zich in een 'heilige grot' waar hij gedurende drie jaar een mystieke ervaring doormaakte die leidde tot de stichting van zijn nieuwe orde in 529. Ook opmerkelijk was dat het juist in het benedictijnenklooster van Onze-Lieve-Vrouw van Montserrat in Spanje was, dat de Spaanse huurling Ignatius Loyola zich toelegde op de oprichting van zijn nieuwe genootschap.]
Dan, schijnbaar uit het niets, wordt Diem op 18 juni 1954 door keizer Bai Dai gekozen tot premier van de Vietnamese regering.
Kolonel Fletcher Prouty schrijft in zijn boek The CIA, Vietnam and the Plot to Assassinate John F. Kennedy:
"Diem arriveerde op 26 juni 1954 in Saigon, ontmoette Lansdale op 27 juni en trad op 7 juli 1954 formeel in functie. Na een zorgvuldig door de CIA en Lansdale voorbereide verkiezingscampagne werd Diem in oktober 1954 president van Zuid-Vietnam."De president van een land dat enkele seconden daarvoor niet bestond.
En Lansdale zou de eerste jaren van de Vietnamoorlog de naaste Amerikaanse adviseur van Diem blijven. Diem had geen congres, geen leger, geen politie, geen belastingstelsel - niets van hetgeen dat essentieel was voor het bestaan van een natie.
Het was de ideale uitgangssituatie voor Lansdale's menselijke laboratorium.
Edward Lansdale's menselijke laboratorium: De militaire missie in Saigon - Een kunstmatige migrantencrisis
Het was Allen Dulles die voorstelde om Edward Lansdale toe te voegen aan de groep Amerikaanse verbindingsofficieren die generaal Henri Navarre, de Franse commandant, in Indochina had aanvaard. Het comité accepteerde deze regeling en gaf Dulles toestemming om zijn man, Lansdale, in de Military Assistance Advisory Group (MAAG) in Saigon te plaatsen.
Dit wordt in het volgende artikel in deze serie besproken. Een van Lansdale's belangrijkste doelstellingen was het veiligstellen van de heroïnemarkt onder Anglo-Amerikaanse controle, die op dat moment onder controle van de Fransen stond.
Lansdale had eerder voor de OSS gewerkt met goedkeuring van Allen Dulles en Frank Wisner en werd later in november 1949 gerekruteerd voor het old boys-clubje van de OPC-afdeling die verantwoordelijk was voor geheime operaties. Daar werkte hij onder leiding van een ervaren expert op het gebied van het Verre Oosten, kolonel Richard G. Stilwell, op de afdeling Verre Oosten/Plannen.
Op 20 januari 1954 gaf de CIA Lansdale toestemming om de Saigon Military Mission (SMM) op te richten. Deze eenheid stond onder leiding van de Amerikaanse special forces en werd door Lansdale aangestuurd. In juli 1954 werd de SMM operationeel, net op tijd om steun te verlenen aan de nieuwe president Ngo Dinh Diem van het nieuwe land Zuid-Vietnam. In mei 1954 versloeg het leger van Ho Chi Minh de Franse troepen bij Dien Bien Phu. De Conferentie van Genève werd bijeengeroepen om een akkoord tussen de nieuwen landen Noord- en Zuid-Vietnam te sluiten. Onder de voorwaarden van dat akkoord mocht elke inwoner van het noorden die dat wilde naar het zuiden verhuizen, en vice-versa. [5]
Op 8 maart 1955 verklaarde minister van Buitenlandse Zaken John Foster Dulles in een toespraak die landelijk werd uitgezonden: "Tot nu toe zijn ongeveer zeshonderdduizend mensen uit Noord-Vietnam gevlucht en voordat de uittocht voorbij is, zal dat aantal waarschijnlijk oplopen tot een miljoen. Het zijn berooide en straatarme mensen." Het aantal vluchtelingen kwam uiteindelijk uit op meer dan een miljoen, in totaal ruim 1.100.000.
De Saigon Military Mission (SMM), geleid door Amerikaanse special forces onder aansturing van Lansdale, rekruteerde Vietnamezen om deel te nemen aan psychologische oorlogsvoering om een grootschalige migratie van Noord-Vietnamezen te provoceren, zodat zij hun voorouderlijke dorpen zouden verlaten waar zij al eeuwenlang hadden gewoond. Meer dan een miljoen Noord-Vietnamezen werden door Lansdale's SMM naar Zuid-Vietnam gedreven, de grootste massamigratie die ooit zo direct door een ander land werd gefaciliteerd. Deze noorderlingen werden overgehaald om naar het zuiden te reizen, waar hen veiligheid werd beloofd tegen alles wat hen er destijds toe had gebracht het noorden in paniek te verlaten, dankzij de psychologische oorlogstactieken van de Amerikaanse SSM-special forces. [6]
Meer dan 660.000 mensen werden onder toezicht van de CIA's SMM met schepen van de Amerikaanse marine vervoerd. Circa 300.000 mensen reisden met vliegtuigen van de CIA's Civil Air Transport, terwijl anderen de tocht te voet aflegden.
Lansdale, voorheen werkzaam in de reclame, zou bekend worden om zijn excentrieke en duivelse psychologische oorlogstactieken, waarbij hij inspeelde op de culturele bijgelovigheden van de mensen tegen wie hij oorlog voerde. In de Filippijnen, waar Lansdale vóór Vietnam gestationeerd was, verspreidde hij geruchten dat er Aswangs, bloedzuigende demonen uit de Filippijnse folklore, in de jungle rondzwierven. Zijn mannen zouden vervolgens een vijandelijke soldaat gevangen nemen en het bloed uit zijn lichaam halen, waarna ze het lijk achterlieten op een plek waar het gezien kon worden. Deze tactiek werd met groot succes toegepast en zorgde ervoor dat de communistische Huks de regio ontvluchtten.
Lansdale was met dergelijke tactieken op de Filippijnen uiterst succesvol, maar ook met zijn Fun and Games-capriolen, waarbij nepgevechten werden opgevoerd om politieke steun voor Ramon Magsaysay te winnen bij de nietsvermoedende dorpelingen. Deze 'Fun and Games'-capriolen werden later uitgebreid om bepaalde personen (die over het algemeen geen verstand hadden van oorlogsvoering), zoals Robert McNamara, vanaf een veilige afstand in een helikopter rondleidingen door Vietnam te geven, teneinde de Amerikaanse misvatting over de oorlog te versterken.
We kunnen ons dus wel voorstellen wat voor soort gewelddadige psychologische oorlogstactieken Lansdale gebruikte om meer dan een miljoen noorderlingen te overtuigen hun huizen en dorpen waar ze al eeuwen geleefd hadden te verlaten en naar het zuiden te migreren, waar hen veiligheid en voorzieningen werden beloofd. Kort nadat ze in Zuid-Vietnam waren gedumpt, brak er echter chaos uit.
Prouty schrijft:[7]
[De SMM]...leden onderwezen nu "paramilitaire" tactieken - tegenwoordig "terrorisme" genoemd - en deden alles wat ze konden om de verhuizing van honderdduizenden "katholieke" Vietnamezen uit het noorden te bevorderen met beloften van veiligheid, voedsel, land en vrijheid in het zuiden onder dreigementen dat ze door de communisten van Noord-Vietnam en China zouden worden afgeslacht als ze in het noorden zouden blijven.Men vraagt zich ongetwijfeld af of soortgelijke tactieken vandaag de dag overal in Midden- en Zuid-Amerika worden toegepast om de migratiecrisis te veroorzaken die de Verenigde Staten momenteel teistert...
Deze verplaatsing van katholieken - of inheemse bewoners die de SMM "katholieken" noemde - vanuit Vietnams noordelijke provincies naar het zuiden, op grond van de bepalingen van het Verdrag van Genève, werd de belangrijkste activiteit van de Saigon Military Mission en een van de hoofdoorzaken van de Vietnamoorlog. De verschrikkelijke last die deze 1.100.000 berooide vreemdelingen oplegden aan de even arme autochtone bewoners van het zuiden, zorgde voor een druk op het land en de regering van Diem die overweldigend bleek.
Wat Amerikanen zich niet realiseren, is dat de autochtone bevolking van Zuidoost-Azië niet mobiel is. Ze verlaten hun voorouderlijke dorpen niet. Ze zijn sterk betrokken bij voorouderverering en het dorpsleven; beide beschouwen zij als heilig.
Niets had hen meer schade kunnen berokkenen dan hen zó bang te maken dat ze dachten dat ze hun huizen en dorpen moesten verlaten.
Prouty vervolgt:
Deze straatarme autochtonen, zo'n 660.000 of meer, werden door de Saigon Military Mission naar Haiphong gedreven en aan boord van transportschepen van de Amerikaanse marine gezet. Ongeveer 300.000 reisden met vliegtuigen van de Civil Air Transport van de CIA, en anderen gingen te voet. Ze werden als vee naar het zuidelijkste deel van Vietnam vervoerd, waar ze, ondanks beloften van geld en andere basisvoorzieningen, aan de lokale bevolking werden opgedrongen. Deze noorderlingen waren Tonkinezen, meer Chinees dan de Cochinezen uit het zuiden. Onder normale omstandigheden hebben zij zich nooit onder elkaar begeven.Douglas Valentine voegt hier het volgende aan toe:[8]
"Als chef van de SMM gebruikte Lansdale de exodus om operaties tegen Noord-Vietnam op te zetten. Daartoe huurde hij de Filipijnse Freedom Company in om paramilitaire teams te trainen, die zich voordeden als vluchtelingenhulporganisaties die werden bevoorraad door de luchtvaartmaatschappij Civil Air Transport, eigendom van de CIA, en die stay-behind-netwerken activeerden, elektriciteitscentrales saboteerden en valse geruchten verspreidden over een communistisch bloedbad. Wat dit laatste betreft, verzon een [katholieke] missionaris met de naam Tom Dooley lugubere verhalen over Vietminh-soldaten die zwangere katholieke vrouwen opensneden, priesters castreerden en bamboestukjes in de oren van kinderen staken zodat ze het Woord van God niet konden horen. Dooley's angstaanjagende verhalen zorgden voor Amerikaanse steun voor Diem, maar kwamen in 1979 aan het licht tijdens een onderzoek van het Vaticaan naar heiligverklaring."De evacuatie van de meer dan een miljoen katholieke Tonkinezen was begonnen in de gebieden van de Rode Rivierdelta in Tonkin, op aandringen van de katholieke bisdommen van That Dien en Bui Chu.
Met het vertrek van de Fransen was alle politiemacht verdwenen. De economie was verwoest door de verdrijving van de Chinezen als reactie op een decreet van Diem. En het land had geen eigen leger om zijn "leider" te beschermen of de republiek te verdedigen.
In deze chaos kwamen 1,1 miljoen vluchtelingen terecht.
Aangezien Diem een fervent katholiek was en zijn regering door de katholieke kerk werd gesteund, kregen deze noordelijke katholieken voorrang boven de lokale Zuid-Vietnamese bevolking. De katholieke migranten kregen al snel belangrijke functies binnen de regering van Diem en werden ingezet als handhavers van de Orwelliaanse structuur.
Kenmerkend voor de manier waarop de zaken zich ontwikkelden, werd Dr. Tran Kim Tuyen, een noordelijke katholiek die Tonik Chin in 1954 had verlaten, benoemd tot chef van het Bureau voor Politieke en Sociale Zaken, het geheime overheidsapparaat dat door de CIA was opgezet om dissidenten in de gaten te houden. [9]
Dit was een onderdrukkende, alomtegenwoordige interne spionageorganisatie die leerkrachten gebruikte om informatie te verzamelen van kinderen, van vrouwen om hun mannen te verklikken en van werkgevers om informatie over hun werknemers te verstrekken. Duizenden van deze noordelijke katholieken werden door de CIA en de regering van Diem in dergelijke verantwoordelijke posities geplaatst. [9a]
Het duurde niet lang voordat de noordelijke katholieken volgens de gebroeders Diem en hun CIA-achterban in Saigon "vrienden" waren en de autochtone zuiderlingen "vijanden."
Degenen die niet door de regering van Diem in dienst waren genomen, de meerderheid van de vluchtelingen uit het noorden, hadden geen andere keuze dan hun toevlucht te nemen tot banditisme in de zuidelijke dorpen om te kunnen overleven. De zuiderlingen, die comfortabel genoeg leefden zodat voedseltekort geen echt probleem was, hadden nog steeds niet genoeg om de honderdduizenden mensen te voeden die absoluut geen toegang hadden tot voedsel of water en in de bossen moesten leven.
Ongelooflijk genoeg waren het in deze vreselijke situatie juist de zuiderlingen die door de regering-Diem als de nieuwe vijand, de Vietcong, werden bestempeld, terwijl de autochtone Zuid-Vietnamese dorpelingen herhaaldelijk werden geteisterd door deze wanhopige horden noordelijke boeren die hun toevlucht tot banditisme hadden moeten nemen.
In januari 1955 startte Lansdale zijn Civic Action-programma, waarbij hij gebruik maakte van deze hervestigde katholieke vluchtelingen die door Lansdale's Freedom Company waren opgeleid als kaderleden. Hij omschreef het als een "cyclus die niet alleen politieke indoctrinatie, fysieke training en het leren omgaan met gereedschap in het trainingskamp omvatte, maar ook een verdere periode van dienstbaarheid in een gehucht of dorp... en hulp bij het opzetten van zelfbestuur."[10]
Met andere woorden, deze katholieke vluchtelingen zouden de civiele handhavers van het Orwelliaanse systeem van de regering-Diem worden.
Lansdale zou Orwelliaanse titels voor zijn programma's gebruiken, zoals het "Extended Arms for Brotherhood"-programma, "Operation Brotherhood," "Citizens' Retraining Camp," ook wel bekend als het "Strategisch Hamlet"-prgramma, het "Civic Action Program," "Peoples' Arms of Brotherhood" en de "White Dove Resistance Sisters."
Ondanks het feit dat Orwells boek "1984" al in 1949 was gepubliceerd, leken dergelijke namen op bizarre wijze ten minste gedeeltelijk te hebben gewerkt om het Amerikaanse volk ervan te overtuigen dat Amerikanen Gods werk in Vietnam verrichtten.
Prouty schrijft in zijn boek JFK:
Tijdens de Tweede Wereldoorlog, nadat het Italiaanse leger zich had overgegeven, kwamen we erachter dat de steden en dorpen in Italië tijdens de fascistische dictatuur zo lang zonder effectief bestuur hadden gezeten dat ze hulp nodig hadden om weer een vorm van lokaal bestuur op te zetten. Het leger richtte hiervoor eenheden op, de zogenaamde Burgerzaken en Militair Bestuur (Civil Affairs and Military Government, CAMG). Deze CAMG-eenheden bleken dermate succesvol dat ze hun werk in Noord-Europa voortzetten toen de geallieerde legers Duitsland binnenvielen.In een poging om een nieuwe natie te stichten, deze te voorzien van de middelen om zichzelf te verdedigen met politie en een leger, de landbouw en economie te ontwikkelen en scholen en ziekenhuizen op te zetten, werden allerlei soorten Amerikanen naar Indochina gehaald om samen te werken met de CIA en haar Saigon Military Mission, met de groeiende Amerikaanse militaire adviesgroep (MAAG), en om de mankracht te vergroten van de vele eigen bedrijven van de CIA in Zuidoost-Azië en hun snelgroeiende groep huurlingen.
Toen Lansdale in 1950 naar de Filippijnen werd gestuurd, richtte hij daar een Bureau voor Burgerzaken op. Hij had president Ramon Magsaysay overgehaald om een afdeling voor psychologische oorlogsvoering op te richten als onderdeel van zijn eigen presidentiële staf en had deze vervolgens het "Bureau voor Burgerzaken" genoemd. Deze nieuwe militaire taak begon met de Tweede Wereldoorlog en ging vervolgens over in de Koude Oorlog onder auspiciën van de CIA.
Het was onvermijdelijk dat Lansdale dit concept van burgerzaken meebracht naar Vietnam [opmerking van de auteur: en later naar Midden- en Zuid-Amerika]. Onder generaal John O'Daniel, chef van de Militaire Adviesgroep (MAAG), waren er vier stafafdelingen: Landmacht, Marine, Luchtmacht en Pacificatie. Lansdale gaf leiding aan Pacificatie, dat ogenschijnlijk een rol had op het gebied van burgerzaken.
Andere onderdelen van het programma voor burgerzaken werden later bekend als het Strategische Hamlet-project. En nog voordat de oorlog voorbij was, had de CIA het Phoenix-programma opgezet, zogenaamd in het kader van burgerzaken, maar in werkelijkheid werd het een van de meest wrede en moorddadige initiatieven van de oorlog. [11]
De dwaze verordeningen van Diem verergerden de crisis waarin Zuid-Vietnam verwikkeld was aanzienlijk.
Diems verordeningen bepaalden dat de Fransen moesten vertrekken, wat betekende dat alle structuren van politie en leger en de rechtsstaat moesten verdwijnen, en dat ook de Chinezen, die eeuwenlang essentiële handel met het Vietnamese volk hadden gedreven, moesten vertrekken. Deze verordeningen zorgden voor de vernietiging van de Vietnamese dorpseconomie en levenswijze, dat wil zeggen: geen wetten en, nog belangrijker, geen voedsel en water.
Hiermee werd de weg vrijgemaakt voor de Amerikaanse landmacht, marine, luchtmacht, mariniers en kustwacht om deel te nemen aan de Vietnamoorlog, onder leiding van de plannenmakers van de CIA.
Deze commando's van de Amerikaanse special forces werden getraind in anti-guerrilla- en inlichtingenoperaties "achter de linies" als onderdeel van Lansdale's 'Civic Action'-pacificatieprogramma, dat later het Phoenix-programma werd.
Onder de dekmantel van Civic Action organiseerden de Groene Baretten in teams van twaalf leden paramilitaire eenheden in afgelegen plattelandsgebieden en SWAT-achtige veiligheidstroepen in steden. In ruil daarvoor mochten ze strategische locaties bezetten en politieke gebeurtenissen beïnvloeden.
Tegen het einde van de jaren vijftig waren steeds meer Amerikaanse special forces in Zuid-Vietnam aanwezig om de angstaanjagende zwarte kunst van de psychologische oorlogsvoering te beoefenen.
Het vijfvingersysteem
In november 1985 was William Colby, de voormalige directeur van de centrale inlichtingendienst, te gast in de late night talkshow van Larry King. Op een gegeven moment verwees King naar het handboek voor politieke moorden van de dienst dat in Nicaragua was gevonden en vroeg wat Colby daarvan vond. Colby antwoordde dat het waar was dat de CIA in het verleden politieke moorden had gepleegd, maar dat hij als directeur van de CIA van 1973 tot 1976 de Amerikanen met een gerust hart kon verzekeren dat hij persoonlijk een einde had gemaakt aan deze praktijk, waarbij hij benadrukte dat hij het niet goedkeurde om iemand in koelen bloede te vermoorden. In een schijnbaar vlekkeloze demonstratie van dubbeldenken voegde hij er echter aan toe dat dit standpunt niet gold voor de "vijand." Een vijand, zei hij, moest worden vermoord.
Dubbeldenken is een Orwelliaanse techniek waarbij iemand zich zowel bewust als onbewust moet zijn van het feit dat hij opzettelijk leugens vertelt terwijl hij die oprecht gelooft; waarbij hij het bestaan van de objectieve werkelijkheid ontkent en tegelijkertijd rekening houdt met de werkelijkheid die hij ontkent.
Nieuwspraak in de 21e eeuw: Hoe word je een modelburger in het nieuwe tijdperk van binnenlandse oorlogvoering
Colby was chef van het gevreesde Phoenix-programma in Vietnam en nam publiekelijk de eer op zich voor het feit dat minstens zestigduizend Vietnamezen "in koelen bloede" waren vermoord. [12]
Dit roept ook de vraag op wat precies de definitie is van "vijand." In het geval van de Vietnamoorlog, die zich ontpopte als een enorme chaos, werd iedereen die zich verzette tegen het Civic Action-pacificatieprogramma als vijand beschouwd, inclusief degene die geschokt keek, degene die doodsbang keek en uiteindelijk degene die wegvluchtte.
Phoenix was specifiek op burgers gericht, niet op soldaten.
De dorpen in het zuiden werd verteld dat ze op hun hoede moesten zijn voor de Vietcong die in de bossen op de loer lag: "Ze zullen proberen jullie sympathie te winnen, ze zullen proberen jullie ervan te overtuigen dat jullie hen moeten helpen. Als jullie betrapt worden terwijl jullie hen voedsel of enige andere vorm van hulp geven, zullen jullie niet als anders worden beschouwd en ook niet anders worden behandeld. Jullie lot zal niet anders zijn dan wanneer jullie zelf Vietcong zouden zijn."
De dorpshoofden kregen de opdracht om de Amerikanen te informeren als ze vermoedden dat de Vietcong in de buurt was, of als die hun dorpen overviel. Als dat gebeurde, kwamen de Amerikanen meestal enkele uren later (nadat de overval al lang voorbij was) en schoten op alles wat bewoog.
Dat was de Amerikaanse militaire strategie tegen de zogenaamde "vijand." Is het dan verwonderlijk dat de vreedzame Vietnamese boeren, die zichzelf misschien nooit als nationalisten of communisten hadden beschouwd, zich steeds vaker aansloten bij het communistische verzet om hun land terug te veroveren?
Naarmate steeds meer dorpen door de uitgehongerde immigranten uit het noorden werden overvallen, kwamen steeds meer Zuid-Vietnamezen in dezelfde situatie terecht als de noorderlingen: hun dorpen waren verwoest en ze hadden geen andere keuze dan ook in het bos te gaan wonen en te stelen om te overleven.
Zuid-Vietnam beschikt niet over drinkbaar water uit een zoetwaterbron. De meeste mensen waren afhankelijk van aardewerken kruiken die ze buiten zetten om regenwater op te vangen. Deze aardewerken kruiken waren gemaakt door de Chinezen en werden verhandeld in ruil voor Vietnamese rijstproducten.
Ongelooflijk genoeg was het beleid van Diem om, als onderdeel van hun terreur tegen de dorpelingen, op deze aardewerken kruiken te schieten. Omdat het de Chinezen verboden was om handel te drijven met de Zuid-Vietnamezen, hadden ze geen mogelijkheid om deze essentiële containers voor het opvangen van regenwater te vervangen. De mensen in het dorp werden gek van het gebrek aan water, en dit alleen al was reden genoeg voor een heel dorp om hun huizen te verlaten en hun toevlucht te nemen tot banditisme, op zoek naar andere dorpen waar regenwater was opgeslagen.
Ook dit beleid bestond uit het "creëeren van oorlog." Niemand met gezond verstand zou kunnen denken dat dergelijke fratsen vrede en stabiliteit zouden brengen aan deze mensen die eeuwenlang een vreedzaam en stabiel leven hadden geleid.
Een van de ergste Orwelliaanse psychologische oorlogsvoeringstrategieën was die van het vijfvingersysteem, ook wel bekend als het éénhandsysteem. Dit was het systeem dat de Franse commando's in Algerije gebruikten, een van de belangrijkste modellen waarop de Amerikaanse special forces waren gebaseerd en dat ook werd onderwezen aan hun Vietnamese "elitegarde," de Vietnamese special forces die waren getraind door Lansdale's Filipijnse special forces.
Prouty beschrijft de wrede psychologische methode om je "vijand" kapot te maken als volgt:
1. Een gewapende groep stormt een dorp binnen en intimideert de bevolking onmiddellijk door hutten in brand te steken en indien nodig een paar willekeurige mensen neer te schieten, waarna alle anderen in het centrum van het dorp worden samengedreven.Diem, wiens regering onder auspiciën van de katholieke kerk stond, had een broer die aartsbisschop was, Ngo Dinh Thuc. Thuc was aartsbisschop van Hue en hoofd van de katholieke clerus van tweeduizend man, waaronder vier bisschoppen die in de provincies werkzaam waren.
2. De indringers weten dat de ouderen de leiders zijn, dus kiezen ze de oudste actieve man uit en bevelen hem de leden van zijn familie aan te wijzen, waarna ze hen in één groep naast hem laten staan. De indringers hebben mogelijk een informant of agent meegebracht die deze dorpsoudste voor hen selecteert.
3. Deze eerste groep wordt de "duim," of groep 1 op een schaal van 5. Vervolgens vragen de indringers aan de dorpsoudste: 'Wie van de overgebleven dorpelingen was bevriend met de Fransen of de Chinezen? Hij wijst een paar families aan. Die worden vervolgens tot "vijand" verklaard en worden groep 5.
4. De dorpoudste wordt gevraagd wie zijn vijanden zijn of wie hij niet vertrouwt. Ook deze personen worden in groep 5 geplaatst (het heeft geen zin om te vragen: "Wie zijn de communisten?" De dorpelingen zouden dat niet weten. Ze kennen het woord niet en weten ook niet wat het betekent in de zin van "vijand").
5. Vervolgens wordt aan de anderen in het dorp gevraagd tot welke groep zij het meest behoren, en de dorpsoudste moet dit dan controleren. Deze "onbepaalde" groepen krijgen logischerwijs nummer 2 of 4. Groep 2 identificeert zich met de leider, zijn familieleden en zijn vrienden. Groep 4 identificeert zich met de "vijand," groep 5.
6. Degenen die tot geen van bovenstaande groepen behoren, worden groep 3; dit is meestal de grootste van de vijf groepen.
De indringers vertellen de gekozen dorpsoudste dat hij verantwoordelijk zal zijn voor het bestuur en de verdediging van zijn dorp. Vervolgens bevelen ze het dorpshoofd om Groepen 3 en 4 te "trainen" en hen dichter bij zijn vertrouwde kring te brengen, anders zullen ze worden geëlimineerd.
Voordat ze vertrekken, schieten de indringers de leden van groep 5 dood of binden hen vast en nemen hen mee voor "heroriëntatie" en "pacificatie." Hierdoor komt het dorp in handen van de dorpsoudste en blijven er geen "vijanden" achter. De leden van groep 5 worden nooit meer teruggezien.
In het vijfvingersysteem wordt duidelijk dat als de indringers, misschien met voorkennis, een Tonkineze "vluchteling" [een noorderling] hadden gekozen als leider van groep 1 in het dorp, de inwoners en eigenaren van het dorpsbezit automatisch in groep 5 zouden worden geplaatst en zouden worden vermoord of verwijderd. Dit zou gerechtvaardigd zijn, aangezien zij als "vijanden" zouden zijn "geïdentificeerd."
Dankzij dit proces konden de nieuwkomers veel dorpen overnemen; het systeem werd in heel Vietnam gebruikt tijdens die verschrikkelijke eerste dagen toen er nog geen echte regering was en nadat een miljoen noorderlingen waren binnengekomen, voordat iemand ooit het woord "Vietcong" en de communistische connotatie ervan had gehoord. De autochtonen werden de vijand.
Het resultaat van deze massamigratie van noorderlingen, van wie een groot deel zich als katholiek identificeerde, was voor Lansdale en zijn opzichters zeer voorspelbaar. Vrijwel vanaf het begin van zijn regime, in 1955, nam Diem maatregelen voor landhervorming door nieuwe landverordeningen uit te vaardigen. De "traditionele landeigenaren werden verplicht hun onbebouwde grond aan te geven; als ze er niet in slaagden ongebruikte grond in productie te nemen, zou de regering de grond in beslag nemen en gebruiken voor de vestiging van vluchtelingen uit het noorden. Op deze manier verwierf Diem 'legaal' een enorme hoeveelheid land voor de daadwerkelijke hervestiging van meer dan een half miljoen 'indringers.' Dergelijke acties leverden Diem geen vrienden op in het zuiden en vormden de basis voor veel van de gewelddadige rellen, 'oproer' genaamd, die zich in latere jaren ontwikkelden."[13]
Prouty schrijft:
In 1959 had Diem een ander idee geïntroduceerd. Hij richtte 'Agrovilles' op, semi-landelijke gemeenschappen waar alle gezinnen konden genieten van de voorzieningen van de stad en toch hun eigen moestuin konden hebben. Dit is een oud idee; een van de onderliggende, onuitgesproken doelstellingen van de dertigjarige oorlog in Indochina was namelijk het doorbreken van deze oude en traditionele gemeenschappelijke levenswijze.Het kernidee achter de Strategische Dorpen was om het gebied te ontdoen van oppositie door middel van '"pacificatie" en Strategische Dorpen te bouwen die zouden functioneren als nieuwe dorpen, ontdaan van de "verkeerde" soort mensen. Het lijkt erop dat Diem oprecht geloofde dat dit een eerlijke doelstelling van het Phoenix-programma en de Strategische Dorpen was, die zou leiden tot een geweldige nieuwe Vietnamese natie.
Het Agroville-concept mislukte, voornamelijk vanwege de voortdurende wrijving die werd veroorzaakt door de last van de ruim een miljoen vluchtelingen. Toen kwam er een nieuwe ontwikkeling. In november 1961, net nadat generaal Taylor Saigon had verlaten en naar Washington was teruggekeerd, werd aan Diem een plan voorgesteld voor de "pacificatie" van de meest zuidelijke regio van Vietnam, de Mekongdelta.
Het werd gesteund door R.G.K. Thompson, een Britse ambtenaar die vanuit zijn functie als permanent secretaris van Defensie in Malaya (nu Maleisië) naar Saigon was gekomen. Diem had een verzoek ingediend voor ervaren externe ambtenaren om hem te helpen met problemen rond de bestrijding van oproersituaties. Thompson kwam als onderdeel van de Britse adviesmissie naar Saigon. Hij begon met het opstellen van een plan voor de "pacificatie" van de Mekongdelta.
..."Pacificatie" werd een met bloed doordrenkte term. Het werd door de Amerikaanse special forces overgenomen van de Franse commando's in Algerije... en betekende dat een gebied zo hard mogelijk moest worden aangepakt om het tot puin te reduceren - dat wil zeggen, "gepacificeerd." "Pacificatie" werd de strijdkreet van het gevreesde Phoenix-programma dat in latere jaren onder leiding van de CIA werd uitgevoerd.
Thompson... had veel ervaring met pacificatie tijdens de jaren van opstand in Malaya, [en] predikte een programma dat beide kanten op kon gaan. Thompson reisde naar Washington af en gaf daar briefings, bijgewoond door deze auteur, over de volgende onderwerpen: (a) Britse methoden om de opstand in Malaya neer te slaan en (b) zijn plan voor de pacificatie van de Mekongdelta door de oprichting van Strategische Dorpen. Deze discussies waren uiterst vertrouwelijk.
...Vanaf het begin was duidelijk dat Thompsons mandaat beperkt zou blijven tot zaken van "burgerlijke actie"... Dit Orwelliaanse woordspelletje had veel te maken met de manier waarop het oorlogsbeleid zich in Vietnam ontwikkelde... in... het uitgestrekte Pentagon-universum was "burgerlijke actie" door de afdeling Speciale Oorlogsvoering van het leger overgenomen als een uitbreiding van wat het "onconventionele oorlogsvoering" noemde.
Uiteindelijk vond er veel '"pacificatie"' plaats, veel mensen werden vermist, gemarteld en vermoord, maar er waren niet veel functionerende nieuwe dorpen die goed beschermd waren tegen het steeds groter wordende aantal uitgehongerde mensen dat zijn toevlucht had genomen tot banditisme. Voor velen waren de Strategische Dorpen eerder concentratiekampen.
Edward G. Lansdale was een van de leiders bij de ontwikkeling van het plan voor de bestrijding van oproer in Vietnam en auteur van het nieuwe curriculum voor de special forces. Maar hij zou niet blijven om te zien hoe de situatie zich tot het einde toe zou ontrafelen. Vietnam bezweek onder het gewicht van de gigantische puinhoop waarin het terecht was gekomen, als een lijf met niets dan verbrijzelde botten. Vietnam was zeker niet veiliger en zeker niet stabieler geworden. Amerikaanse soldaten die niet in de vleesmolen van de Amerikaanse oorlogsmachine waren vernietigd, waren mentaal en spiritueel vernietigd. Ze kwamen terug met een heroïneverslaving en werden de rest van hun leven achtervolgd door beelden van hun vreselijke misdaden tegen onschuldigen. Hele Amerikaanse gemeenschappen en hun toekomstige generaties ondergingen hun eigen vorm van shocktherapie met de terugkeer van deze spookachtige mannen die voor hun dierbaren onherkenbaar waren geworden.
Maar de Vietnamoorlog leverde het old boys-clubje in ieder geval één ding op. Uit de as van het Phoenix-programma was anti-oproerbestrijding ontstaan, dat zou dienen als het nieuwe draaiboek voor moderne permanente oorlogsvoering ten behoeve van de Gladio-visie.
En dit was niet het enige succes dat voortkwam uit de puinhopen van vlees en bloed. De controle over de Zuidoost-Aziatische heroïnemarkt, voorheen in handen van Frankrijk, was nu in handen van de Anglo-Amerikanen. De Amerikanen waren gekomen onder het mom van hulp aan de Fransen in hun koloniale oorlog tegen de Vietnamezen, maar de Fransen werden verraden en verloren hun kroonjuweel in Zuidoost-Azië, de heroïnemarkt.
Dankzij Lansdale, die beide successen veiligstelde, waren de Amerikanen de baas geworden in de Gladio-hiërarchie, want wie de heroïne controleert, controleert ook de financiering voor steeds meer geheime operaties en Orwelliaanse parallelle staten.
Lansdale zou het eindresultaat van zijn programma in Vietnam niet meer meemaken, maar het was in gang gezet en veiliggesteld toen hij vertrok. Bovendien had hij veel belangrijkere zaken te doen, want zijn ultieme prestatie moest nog komen: de implementatie van het Phoenix-programma in de Amerika's, want ook de Amerika's werden bedreigd door communistische/nationalistische verzetsbewegingen, wat slecht was voor de handel, met name de heroïnehandel.
Lansdale's volgende projecten zouden dus het faciliteren van Operatie Condor zijn, wat in feite het Phoenix-programma in Midden- en Zuid-Amerika was, en Operatie Mongoose, dat zich zou richten op de grootste bedreiging voor de dominantie van Gladio en de Gladio-handel in Midden-Amerika, het Cuba van Castro, dat bezig was de Italiaanse maffia en hun heroïnemarkt te verdrijven, evenals grote bedrijven zoals de United Fruit Company, waarin de gebroeders Dulles en vele andere leden van het old boys-clubje een direct belang hadden.
Vandaag kunnen we er zeker van zijn dat deze Gladio-structuur in het grootste deel van Midden- en Zuid-Amerika en de daarmee parallelle staten volledig operationeel is. En nu de opioïdencrisis in het Westen explosief toeneemt en de winsten stijgen, wordt het budget voor geheime operaties alleen maar groter en groter voor steeds grotere, ambitieuzere Phoenix-programma's, die op dit moment in de Verenigde Staten en andere Westerse landen worden uitgevoerd.
In Deel IV van deze serie bespreken we hoe de heroïnemarkt door Lansdale en co. werd overgenomen, de rol van het Vaticaan in de heroïnemarkt en de Gladio-structuur, met inbegrip van de jezuïeten, evenals hun rol in Operatie Condor in Midden- en Zuid-Amerika.
Cynthia Chung is president van de Rising Tide Foundation en auteur van de boeken "The Shaping of a World Religion" & "The Empire on Which the Black Sun Never Set," u kunt haar werk ondersteunen door een donatie te doen en u te abonneren op haar substack Through A Glass Darkly.
Kijk ook gratis onze RTF Docu-Serie "Escaping Calypso's Island: A Journey Out of Our Green Delusion" en onze CP Docu-Serie "The Hidden Hand Behind UFOs".
Through A Glass Darkly
On matters of geopolitics, counterintelligence, revisionist history and cultural warfare.
Door Cynthia Chung
Voetnoten:
[1] J. Patrice McSherry. Predatory States (2005). Pg 8.
[2] Ganser, Daniele. (2005). NATO's Secret Armies: Operation Gladio and Terrorism in Western Europe. Frank Cass, pg. 43.
[3] British periodical Lobster, December 1995.
[4] Douglas Valentine. The Phoenix Program.
[5] Prouty, JFK: The CIA, Vietnam, and the Plot to Assassinate John F. Kennedy.
[6] "It may be noted that although National Security Council records and Department of State records show that the Saigon Military Mission did not begin until January 1954, there were other CIA activities in Vietnam, Cambodia, and Laos (such as the White Cloud teams) long before 1954, and some members of the SMM had participated in these earlier activities as far back as 1945. All of this was formally endorsed by the agreement to create the SMM in 1954. Although there was no real South Vietnamese government for the SMM to support during the early months of 1954, there was going to be one; the Dulles brothers would see to that." excerpt from Prouty's JFK book.
[7] Prouty. JFK. pg 66
[8] Valentine. The Phoenix Program.
[9] Prouty. JFK.
[9a] Prouty. JFK
[10] Prouty, JFK.
[11] Prouty, JFK
[12] Prouty. JFK. pg 88
[13] Prouty. JFK. pg 249
Zie: https://canadianpatriot.org/2025/10/01/how-the-cia-and-us-special-forces-manufactured-a-migrant-crisis-and-orwellian-police-state-in-vietnam-before-going-to-the-americas-2/


















Commentaar: Lees ook: Suiker en specerijen en al het slechte: de Sin City of London van het Britse Rijk