Israëls schandaal rond orgaandiefstal
Tel Avivs vertoon van deugdzaamheid inzake nierdonatie kan de Palestijnse lijken, forensische waarschuwingen en schandalen rond mensenhandel niet wegpoetsen; hierover moet nog steeds verantwoording worden afgelegd.

Op 25 januari stond de Israëlische president Isaac Herzog voor een menigte die vierde wat volgens Tel Aviv een wereldrecord nierdonaties was. Het evenement, dat tot stand was gekomen na een lobbycampagne bij Guinness World Records, was bedoeld om een beeld van vrijgevigheid, discipline en moreel bewustzijn uit te dragen.

Maar Guinness erkende alleen de bijeenkomst zelf als record, niet de nierdonaties die door Tel Aviv tot een pr-spektakel waren verheven.

De lichamen achter de cijfers

In Gaza, waar Israël Palestijnse lijken in zakken naartoe terugstuurt, soms in staat van ontbinding, verminkt of met tekenen van chirurgische ingrepen, werd anders gereageerd op dit feestje. Voor Palestijnse gezondheidsfunctionarissen was de vraag niet hoe Israël aan zoveel donoren was gekomen, maar of al die lichamen daar wel mee hadden ingestemd.

Niemand minder dan dr. Munir al-Bursh, directeur-generaal van het Palestijnse ministerie van Volksgezondheid in Gaza, zette een domper op Israëls "propagandafaçade." Volgens hem riepen de "recordcijfers" van Israël ernstige vragen op over de herkomst van de nieren en andere organen die nu onderwerp zijn van de feestvreugde. Hij wees op de schrijnende tegenstrijdigheid van een bezettingsstaat die Palestijnse lichamen jarenlang heeft vastgehouden op de "begraafplaatsen van nummers" en ijskasten, terwijl het zich aan de wereld als humanitair voorbeeld op het gebied van orgaandonatie presenteert.

Bursh haalde gedocumenteerde gevallen aan waarin lichamen, waarvan organen, en met name nieren, ontbraken, zonder medische rapporten, autopsiedossiers of enige juridische verantwoordingsplicht aan de families werden teruggegeven. Hij eiste een onafhankelijk internationaal onderzoek naar de vraag of de door Israël geclaimde prestatie was gebaseerd op de diefstal van Palestijnse organen.

Ruim een week later gaf Israël de verspreide stoffelijke resten van zo'n 54 Palestijnen terug aan het Al-Shifa-ziekenhuis in Gaza-stad. Forensische teams gingen onmiddellijk aan de slag om de lichamen te identificeren en de families duidelijkheid te verschaffen, maar merkten op dat veel van de lichamen duidelijke tekenen van marteling en chirurgische orgaanverwijdering vertoonden.

Dit was niet de eerste waarschuwing van deze aard sinds Operatie Al-Aqsa Flood. Tien dagen na het begin van de genocide door Israël in Gaza waren er al beschuldigingen van orgaandiefstal naar boven gekomen. Eind november 2023 riep Euro-Med Human Rights Monitor op tot een onderzoek naar de diefstal van Palestijnse organen, nadat "medische professionals bewijs hadden gevonden van orgaandiefstal, waaronder ontbrekende slakkenhuizen en hoornvliezen, evenals andere vitale organen zoals levers, nieren en harten."

Israël en zijn verdedigers probeerden de verspreiding van deze beschuldigingen te temperen met een beroep op "bloedlaster" en antisemitisme. Omdat het bewijs van Palestijnen afkomstig was, was de oproep om een internationaal onderzoek in te stellen aan dovemansoren gericht.

Een schandaal dat Israël nooit heeft kunnen verdoezelen


Dit gebeurde ook begin jaren negentig, toen Palestijnse medische professionals en de nabestaanden van de slachtoffers Israël tijdens de Eerste Intifada beschuldigden van illegale orgaanroof. Sterker nog, in 1992 had de toenmalige Israëlische minister van Volksgezondheid, Ehud Olmert, zelfs een openbare campagne voor orgaandonatie georganiseerd. Net als vandaag de dag wilde men daarmee een humanitair imago uitdragen.

In 1999 bracht de Amerikaanse antropologe Nancy Scheper-Hughes aan het licht wat lange tijd genegeerd was. Als medeoprichtster van Organs Watch, een organisatie die was opgericht om toezicht te houden op orgaanhandel en de menselijke kosten daarvan, legde zij de kwestie in 2001 aan een subcommissie van het Amerikaanse Congres voor.

De doorbraak kwam met haar gepubliceerde interview met Yehuda Hiss, de hoofdpatholoog van het Abu Kabir Forensisch Instituut - de enige Israëlische instelling die bevoegd is om autopsies uit te voeren in gevallen van onnatuurlijke dood.

Hiss gaf toe dat Abu Kabir zonder toestemming organen had geoogst uit Palestijnse lichamen.

Volgens het officiële verhaal van Israël, dat was gebaseerd op een intern onderzoek, was de orgaandiefstal niet specifiek gericht op Palestijnen, maar waren ook Israëlische soldaten slachtoffers. Het Israëlische Channel 2 zond echter een documentaire uit over deze kwestie, waarin pathologen van Abu Kabir werden geïnterviewd. Een van hen verklaarde expliciet: "We hebben nooit huid van de lichamen van Israëlische soldaten weggenomen, maar wel van de anderen."

Scheper-Hughes verklaarde in 2009 dat een groot deel van de wereldwijde illegale handel in nieren terug te voeren is op de Israëliërs. "Israël staat aan de top," zei ze, waarbij ze beweerde dat "het land zijn tentakels over de hele wereld heeft uitgestrekt." Ze rapporteerde dat Israëlische burgers, die vaak werden vergoed door het ministerie van Volksgezondheid en in het kader van een door het ministerie van Defensie gesteund project, verantwoordelijk waren voor grootschalig transplantatietoerisme.

Israëliërs maakten misbruik van kwetsbare bevolkingsgroepen van Brazilië tot de Filippijnen. Een BBC-rapportage uit 2001 beschreef zelfs een situatie waarin "honderden Israëliërs een productielijn hebben opgezet die begint in de dorpen van Moldavië, waar mannen tegenwoordig maar met één nier rondlopen."

In een voor die tijd controversieel artikel publiceerde de Zweedse krant Aftonbladet in 2009 beweringen dat Palestijnen door het Israëlische leger waren getarget en vermoord om hun organen te stelen.

Hoewel Israël en zijn aanhangers dit hele schandaal graag afdoen als een reeks op zichzelf staande gevallen, werden Hiss en zijn collega-pathologen in Abu Kabir, die openlijk orgaandiefstal toegaven, niet eens gestraft voor hun gedrag. Hiss werd niet veroordeeld tot een lange gevangenisstraf; sterker nog, hij mocht gewoon bij Abu Kabir blijven werken.

Met andere woorden, er werd nooit enige verantwoording afgelegd, alleen een intern Israëlisch onderzoek, gevolgd door beloften van het Israëlische leger en de regering dat men geen organen van Palestijnen meer zou oogsten.

De cijfers achter Tel Avivs record

De Israëlische organisatie die centraal staat in de huidige claim op het wereldrecord is Matnat Chaim, opgericht in februari 2009, kort nadat Tel Aviv wetgeving had aangenomen die orgaanhandel verbood. Jeruzalem, waar de organisatie is gevestigd, groeide daardoor uit tot de belangrijkste stad in Israël voor altruïstische nierdonaties. Tel Aviv beweert dat Matnat Chaim de grens van 2.000 transplantaties heeft overschreden, waarmee het in januari het record behaalde.

De beschikbare gegevens roepen voor de hand liggende vragen op.

Matnat Chaim meldde dat het tussen 2009 en 2021 1.000 transplantaties heeft uitgevoerd. In 2022 faciliteerde de non-profitorganisatie volgens haar eigen cijfers 202 transplantaties, een daling ten opzichte van de 215 in het jaar daarvoor. Dat betekent dat het openbaar beschikbare totaal vóór de beschuldigingen van november 2023 op 1.277 stond. Om de 2.000 te bereiken, zou de organisatie in iets meer dan drie jaar tijd 723 transplantaties hebben moeten toevoegen.

Volgens het Israëlische Nationale Transplantatiecentrum bedroeg het totale aantal transplantaties met levende donoren voor 2023, 2024 en 2025 923. In 2022, het laatste jaar waarvoor openbaar beschikbare gegevens over de specifieke bijdragen van Matnat Chaim beschikbaar zijn, voerde de organisatie 63 procent van de transplantaties met levende donoren uit. Als dat percentage gehandhaafd zou blijven, zou het aandeel over die drie jaar ongeveer 581 transplantaties bedragen, wat onder de grens van 2.000 blijft.

Dit op zich maakt Matnat Chaim nog niet schuldig. Maar het verklaart wel waarom Bursh de bewering in twijfel trok, vooral in het licht van Israëls lange geschiedenis van orgaandiefstal en de getuigenissen die uit de ziekenhuizen in Gaza boven komen drijven.

Een ander interessant feit dat de scepsis rond de extreem hoge cijfers waarmee Israël pronkt, ondersteunt, is dat slechts 14 procent van de bevolking de Adi (Ehud) Ben Dror-donorkaart heeft ondertekend. Hiermee behoort Israël tot de laagste van alle ontwikkelde landen. In de meeste westerse landen heeft gemiddeld 30 procent van de bevolking zich aangemeld om hun organen te doneren.

Onder Israëliërs staan orgaandonaties al geruime tijd ter discussie. Zo verklaarde de opperrabbijn van het door Groot-Brittannië bezette Palestina in 1931 dat de idee dat deze praktijk de doden ontheiligt "uniek is voor joden ... niet-joden [hadden] geen reden om hier bijzonder voorzichtig mee te zijn als er een legitieme reden voor is, zoals een medische reden."

In 1996 stelde de invloedrijke rabbijn Yitzhak Ginsburgh van de Chabad Lubavitch-sekte dat als een jood een lever nodig heeft, "kun je dan de lever van een onschuldige niet-jood die toevallig langskomt nemen om hem te redden? De Thora zou dat waarschijnlijk toestaan. Het joodse leven heeft oneindige waarde. Er is iets oneindig veel heiliger en unieks aan het joodse leven dan aan het niet-joodse leven."

Het huidige officiële standpunt van de hoogste religieuze autoriteiten in Israël is dat orgaandonatie voor joden is toegestaan, maar die consensus is relatief recent. Pas sinds het afgelopen decennium zien we een opvallende stijging van het aantal joodse donoren. Voor veel praktiserende joden blijft de kwestie omstreden.

Die sociale achtergrond, in combinatie met de relatief kleine bevolking van Israël, maakt het des te verdachter waarom bijvoorbeeld de Israëlische Nationale Huidbank (INSB) naar verluidt een van de grootste, zo niet de grootste ter wereld is. De INSB ressorteert onder zowel het Israëlische ministerie van Volksgezondheid als het leger.

Ontheiliging als beleid

Israël gebruikt de lichamen van Palestijnen al heel lang als machtsmiddel. In 2017 gaf Tel Aviv toe dat het geen overzicht meer had over de lichamen van Palestijnse politieke gevangenen die tijdens hun detentie waren overleden. De verklaring wees op de Israëlische praktijk om Palestijnen in anonieme graven te begraven op wat bekendstaat als de "begraafplaats van nummers," een wrede methode die bedoeld is om families de locatie van hun dierbaren te onthouden. Palestijnen hebben ook hun vrees geuit dat bij sommige van de vermiste lichamen organen werden weggehaald.

Buiten Palestina worden Israëliërs herhaaldelijk in verband gebracht met orgaanhandelzaken wereldwijd.

De enige persoon die ooit in de VS werd veroordeeld voor orgaanhandel was de Israëliër Levy Izhak Rosenbaum. De Amerikaanse districtsrechter Anne Thompson uit New Jersey beschreef hem als een "profiteur" op de zwarte markt die "handelde in menselijk leed." Hij zat slechts tweeënhalf jaar in de gevangenis en ontliep uitzetting.

In 2010 werden vijf Israëlische burgers, waaronder een gepensioneerde legergeneraal, aangeklaagd voor het runnen van een orgaanhandelnetwerk. Hun misbruikmakende praktijken werden omschreven als een "vorm van moderne slavernij," waarbij kwetsbare mensen in ontwikkelingslanden werden uitgebuit voor hun organen. De zaak legde een ongemakkelijke tegenstrijdigheid bloot binnen het Israëlische rechtssysteem: gedrag dat nu werd vervolgd, werd slechts twee jaar eerder in feite getolereerd door staatsinstanties.

In 2015 arresteerden de Turkse autoriteiten een verdachte Israëlische orgaanhandelaar in het kader van een onderzoek naar een bende die het op Syrische vluchtelingen had gemunt. Recent nog, in 2024, werden vier Israëlische staatsburgers door de Turkse politie gearresteerd tijdens een hardhandig optreden tegen een andere bende die eveneens Syrische vluchtelingen en andere kwetsbare bevolkingsgroepen in Turkije uitbuitte.

In 2018 arresteerde de politie op Cyprus de Israëlische burger Moshe Harel, die ervan beschuldigd werd een wereldwijde orgaanhandelbende te leiden, een schandaal dat teruggaat tot 2008, toen een Turkse man op de luchthaven van Pristina in elkaar zakte, zichtbaar lijdend onder de pijn nadat zijn nier was verwijderd. Harel was eerder, in 2012, al eens gearresteerd door de Israëlische autoriteiten, maar werd toen vrijgelaten.

De bovengenoemde gevallen worden door de Israëlische regering nu als ongeoorloofd beschouwd. Maar er was een tijd dat Israëliërs die naar het buitenland reisden voor organen niet alleen werden getolereerd, maar zelfs actief werden aangemoedigd. Die geschiedenis verklaart mede waarom Israëlische burgers steeds weer opduiken in schandalen rond orgaanhandel wereldwijd. Het Israëlische ministerie van Volksgezondheid heeft zelf bijgedragen aan het creëren van een cultuur waarin de lichamen van armen, ontheemden en mensen in bezette gebieden konden worden omgezet in medische voorraad.

Waarom geen onderzoek?

Ondanks deze gedocumenteerde geschiedenis blijven westerse instellingen het Israëlische leger in staat stellen deze praktijken voort te zetten. In oktober vorig jaar kwam aan het licht dat de University of Southern California (USC) 32 menselijke lijken aan het Amerikaanse leger had verkocht, die door het Israëlische leger werden gebruikt voor chirurgische training. De Council on American-Islamic Relations (CAIR) veroordeelde de onthulling als "verontrustend." De lichamen van overleden Amerikanen waren verkocht aan een keten van organisaties die ten dienste stonden van een leger dat genocide pleegt in Gaza.

Een maand later kwamen er nieuwe beschuldigingen van orgaandiefstal naar boven, afkomstig van medisch personeel in de Gazastrook. Dit gebeurde toen een aantal lichamen werd overgedragen aan het Nasser-ziekenhuis in Khan Yunis, waar een arts opmerkte: "De lichamen waren volgestopt met katoen, en de openingen wezen erop dat er organen waren verwijderd. Wat we zagen, is onbeschrijfelijk."

Gezien de overvloed aan bewijs en beschuldigingen die erop wijzen dat Israël betrokken is geweest bij het systematisch oogsten van organen tijdens zijn genocide, rijst de vraag waarom er nog geen onafhankelijk internationaal onderzoek werd ingesteld.

Net als begin jaren negentig wordt het Palestijnse bewijsmateriaal opnieuw begraven onder westerse politieke bescherming, angst voor vergelding door de Israëlische lobby en de gangbare veronderstelling dat Israëlische instellingen zichzelf kunnen onderzoeken.

Zie: https://thecradle.co/articles/israels-organ-theft-scandal-exposes-a-culture-of-desecration