standbeeld van darwin
Ondanks de naam wordt Darwins evolutietheorie - en de postgenetische variant daarvan, het neodarwinisme - vrijwel algemeen als onomstotelijk feit aanvaard. Er wordt ons voorgehouden dat het 'wetenschappelijk bewezen' is, wat in de praktijk simpelweg betekent dat je er geen vragen over mag stellen. Maar het darwinisme is onjuist, volkomen onjuist. Het is onjuist op filosofisch, wetenschappelijk en moreel vlak.
  • Het is filosofisch gezien onjuist, omdat zelfs enigszins zorgvuldig nadenken in combinatie met gezond verstand al voldoende is om het te verwerpen.
  • Het is wetenschappelijk gezien onjuist, omdat naarmate de wetenschap vordert (naarmate we bijvoorbeeld meer ontdekken over moleculaire biologie), het darwinisme verder inboet aan de weinige geloofwaardigheid dat het nog had.
  • Het is moreel gezien onjuist, omdat het soort materialisme en de (onjuiste) veronderstellingen over de natuur die het darwinisme uitdraagt, een weerzinwekkend wereldbeeld impliceren dat als een gif op de menselijke moraal werkt; als zodanig maakte het de weg vrij voor het nazisme, het stalinisme, het postmodernisme en de hedendaagse nihilistische, bijna psychopathische kijk op het leven in het algemeen.
In het eerste deel van deze reeks zullen we Darwins theorie vanuit filosofisch perspectief bekijken. Filosofie stimuleert zorgvuldig denkwerk, het opsporen van grove fouten in de beredenering en het vermogen om verschillende en tegenstrijdige ideeën in het hoofd te houden zonder in paniek te raken. Laten we eens kijken hoe het darwinisme het er vanaf brengt.

Darwins aartsvijand: Intelligent Design

Het darwinisme zit vol tegenstrijdigheden. Het gaat uit van allerlei vergezochte veronderstellingen waarvan men zich zelden bewust is, terwijl voorstanders van het darwinisme vaak met definities en woordbetekenissen spelen. Laten we het darwinisme dus niet direct frontaal aanpakken, maar het eerst onderzoeken in de context van een andere theorie die het darwinisme beoogde te vervangen en die de afgelopen decennia een comeback heeft gemaakt: Intelligent Design ("ID").

De gedachtegang achter intelligent design bestaat al heel lang: als we kijken naar het leven op onze planeet, inclusief het menselijk leven, zegt onze intuïtie ons dat al deze schoonheid, complexiteit, symmetrie, specialisatie, systemen, enzovoort, hun oorsprong moeten vinden in een of ander bewustzijn, net zoals onze complexe gereedschappen en apparaten hun oorsprong vinden in het menselijk bewustzijn.

Een van de klassieke uitwerkingen van het ID-argument is afkomstig van theoloog William Paley, die vroeg: als je een horloge in het bos zou vinden, zou je dan niet veronderstellen dat het door een intelligent wezen was bedacht en in elkaar was gezet? En zou hetzelfde niet gelden voor de levende wezens die we in de natuur aantreffen? Deze analogie vormde de inspiratiebron voor de titel van Richard Dawkins' boek The Blind Watchmaker. Uiteraard stelt Dawkins dat het "blinde" proces van de darwinistische evolutie het "horloge" - dat wil zeggen organismen, inclusief mensen - zou kunnen verklaren.

Een modernere en meer beknopte formulering van de design-redenering luidt ongeveer als volgt:
De design-redenering

a) De enige bekende manier om de functionele complexiteit in een systeem te vergroten, is door het toevoegen van informatie, wat het darwinisme niet kan verklaren.

b) Levensvormen ontwikkelden aanvullende complexe systemen.

c) Daarom moet er een toevoeging van informatie hebben plaatsgevonden, wat het darwinisme niet kan verklaren, en aangezien de enige bekende bron van informatie intelligentie is, moet intelligentie dit hebben veroorzaakt, vandaar "intelligent design."
Aangezien je er zeker van kunt zijn dat dit argument de darwinisten serieus zal provoceren, onderzoeken we eerst enkele argumenten tegen ID. Dit zal ons ook helpen de beredenering beter te begrijpen.

Ten eerste worden er "argumenten" tegen ID aangevoerd die eigenlijk niet eens argumenten genoemd zouden mogen worden. Laten we die eerst uit de weg ruimen.

Intelligent Design en Darwinisme
De bekendste hiervan is waarschijnlijk de beschuldiging dat voorstanders van Intelligent Design "bevooroordeeld" zouden zijn. Aangezien veel, zo niet de meeste, voorstanders van ID religieus zijn, zo luidt het verhaal, zouden ze hun mening al hebben gevormd nog voordat ze met hun onderzoek waren begonnen. Ze willen dat ID waar is, omdat ze emotioneel gehecht zouden zijn aan hun geloof in God; daarom brouwen ze een cocktail van pseudowetenschap om dat doel te bereiken.

Het bezwaar tegen dit "argument" is eenvoudig. Zelfs als deze veronderstelling waar is, verandert dat niets aan het feitelijke betoog voor ID (en trouwens, dezelfde redenering kan ook tegen darwinisten worden aangevoerd - dat zij al van tevoren zouden hebben besloten dat ID niet waar kan zijn). De bovenstaande stellingen a) en b) hebben niets te maken met geloof in God, met emotionele betrokkenheid of "vooringenomenheid." Ze zijn gewoon wat ze zijn, en je kunt ze al dan niet weerleggen.

Ter illustratie: stel dat ik een militante atheïst ben en vastbesloten ben om het bestaan van de historische Jezus te weerleggen. Ik breng dan een krachtig argument naar voren, gebaseerd op historisch onderzoek en een rationele beredenering, dat Jezus niet heeft bestaan in de vorm zoals de Bijbel beweert. Als je mijn argument nu wilt weerleggen, moet je precies aantonen op welk punt mijn historische feiten mogelijk onjuist zijn, of waar mijn beredenering mogelijk de fout in is gegaan. Mij simpelweg beschuldigen van vooringenomenheid omdat ik atheïst ben, is geen geldig argument. Het enige wat je redelijkerwijs zou kunnen beweren, is dat mijn atheïsme je wantrouwig maakt ten aanzien van mijn beredenering en dat je daarom extra aandacht zult besteden aan de details van mijn beweringen. Maar dat is natuurlijk wat je sowieso zou moeten doen als je de waarheid wilt achterhalen. Sterker nog, wanneer je de bewering van iemand anders afdoet als 'bevooroordeeld' louter vanwege zijn geloofsovertuiging, ondermijn je je eigen toewijding aan de waarheid en stel je jezelf bloot aan beschuldigingen van vooringenomenheid.

Een andere veelgebruikte (en zwakke) strategie die darwinisten hanteren om de design-redenering aan te vallen, betreft de aloude gewoonte om stropopredeneringen op te werpen om die vervolgens - uiteraard luidkeels en met trots - onderuit te halen, wat het hele schouwspel nog ongeloofwaardiger maakt. Hier volgt een (zeer) onvolledige lijst van dergelijke stropopredeneringen:
  • Je gelooft meer in de Bijbel dan in de wetenschap.
  • Je gelooft dat de aarde 6000 jaar geleden werd geschapen.
  • Je gelooft in wonderen.
  • Je beweert dat organismen in een oogwenk door God werden geschapen.
  • Je ontkent natuurlijke variatie.
  • Je ontkent dat natuurlijke selectie bestaat.
  • Je ontkent dat de wetenschap de beste methode is om de waarheid te achterhalen.
  • Je ontkent evolutie.
  • Je ontkent een gemeenschappelijke afstamming.
  • Je bent een homofobe fanatiekeling.
  • Etcetera.
Het behoeft geen betoog dat geen van deze beweringen ook maar enigszins relevant is, laat staan geldig, als argument tegen de stelling van ID. De ID-stelling is bijvoorbeeld volkomen verenigbaar met de idee dat de mens vanuit apen is geëvolueerd. Ze ontkent niet dat organismen die minder "aangepast" zijn een kleinere overlevingskans hebben. Ze ontkent niet dat er variaties binnen soorten bestaan, of dat soorten aan elkaar verwant zijn. Het enige waar ID voor pleit, is dat, wat er ook gebeurd is en hoe het ook gebeurd is, er een soort 'ordende kracht' bij betrokken moet zijn geweest: namelijk informatie. En dat, tenzij je kunt uitleggen hoe informatie spontaan kan ontstaan zonder dat er enige vorm van intelligentie bij betrokken is, je moet concluderen dat er een soort intelligentie betrokken was bij het ontstaan van het complexe leven dat we vandaag de dag waarnemen.

Zelfs Richard Dawkins' theorie van 'egoïstische genen' zou hier wel bij passen, aangezien hij het bestaan verkondigt van hyperintelligente en sluwe kleine monsters (genen) die organismen opbouwen en die dusdanig manipuleren dat zij namens hen plannen smeden om kopieën van zichzelf te maken. Dus zij zouden wel eens degenen kunnen zijn die informatie in het systeem inbrengen! Maar laten we niet te veel tijd verspillen met het belachelijk maken van Dawkins. Hoewel hij misschien de Bijbel op een redelijk grappige manier kan afkraken, is hij als filosoof erger dan nutteloos. Maar ja, Dawkins afkraken is ook erg leuk, dus misschien komen we later in deze serie nog terug op zijn specifieke vorm van theïsme.

Aangezien Intelligent Design dus geen vergezochte beweringen doet over een God die met zijn toverstokje zwaait, waarom heeft men er dan eigenlijk zoveel moeite mee? Simpel gezegd: hoewel ID het bestaan van God niet veronderstelt en zeker niet bewijst, is het niettemin verenigbaar met het bestaan van God. En dat is precies wat atheïsten en materialisten simpelweg niet kunnen verdragen. Darwinisme is namelijk niet zomaar een biologische theorie. Het is een belichaming van het materialisme. Het is een afgod voor de ontkenning van elke hogere intelligentie, of zelfs van welke intelligentie dan ook - hoger of niet - buiten fysieke hersenen en soortgelijke organen, van alles wat buiten het strikt fysieke universum bestaat. Het darwinisme, in combinatie met door het darwinisme geïnspireerde theorieën over de oorsprong van het leven, vormt de grondleggende mythe voor de verering van dode materie. Het probeert het onmogelijke te doen, namelijk uit te leggen hoe een dood universum uit het 'niets' kan ontstaan en leven - inclusief bewustzijn - kan voortbrengen en laten evolueren tot het niveau van verbluffende complexiteit en intelligentie waarvan we dagelijks getuige zijn. Daarom jaagt ID darwinisten de stuipen op het lijf: het bedreigt hun mythe, de hoeksteen van hun dode-materie-religie.

Darwinisten geloven niet alleen dat hun theorie heeft aangetoond dat God niet bestaat - hoe onzinnig dat idee op zichzelf genomen ook is - maar ze kunnen zich simpelweg niet verzoenen met de idee dat er iets, wat dan ook, in het universum gebeurt dat niet kan worden verklaard als, in wezen, 'dode materie die willekeurig rondzweeft.' Ik vraag me af waar ze zo bang voor zijn dat ze tot zulke uitersten gaan om juist die deur op slot te houden...

De essentiële rol van informatie

Maar terug naar onze design-redenering. Als je tegen ID wilt argumenteren op een manier die niet beperkt blijft tot het opzetten en ontkrachten van stropopredeneringen en het gebruik van ad-hominem-aanvallen tegen de overtuigingen van ID-voorstanders, dan moet je de stellingen (a) of b) hierboven) of de logica achter de redenering aanvallen. Aangezien de logica, voor zover ik kan zien, deugdelijk is en stelling b) onomstreden is, blijft er alleen nog het aanvallen van stelling a) over: dat de enige bekende manier om de functionele complexiteit in welk systeem dan ook te vergroten, het toevoegen van informatie is, wat het darwinisme niet kan verklaren. Dit is de benadering die door de serieuzere darwinisten wordt gevolgd; Darwins 'baanbrekende idee' was immers in de eerste plaats bedoeld om deze stelling overbodig te maken.

De bewering dat evolutie het voortbrengen van nieuwe informatie betreft, zou onomstreden moeten zijn. Nieuwe levensvormen, nieuwe soorten, nieuwe organen, nieuwe moleculaire systemen enzovoort vertegenwoordigen nieuwe informatie. De vraag is dan: kan het darwinistische mechanisme verklaren hoe nieuwe informatie kan ontstaan?

Ten eerste is het duidelijk dat de omgeving organismen niet op magische wijze kan veranderen: darwinistische organismen worden verondersteld volkomen passief te zijn. Dat wil zeggen dat ze zich biologisch niet zelf aanpassen door gebruik te maken van enige vorm van intelligentie. Als een organisme wel reageert op prikkels uit de omgeving, moet dit vermogen volgens de darwinistische visie al aanwezig zijn geweest - hetzij genetisch voorgeprogrammeerd, hetzij aangeleerd, of een combinatie van beide. Maar organismen krijgen geen grotere oren of grotere klauwen door prikkels uit de omgeving. Ze reageren alleen maar - er wordt nooit iets echt nieuws rechtstreeks in hen gecreëerd door prikkels van buitenaf.

Dit betekent dat er nog iets anders nodig is. Volgens de (neo)darwinistische visie wordt dat iets geleverd door willekeurige veranderingen in het DNA, die vermoedelijk soms voordelige resultaten kunnen opleveren die vervolgens in de grote strijd om het voortbestaan worden 'geselecteerd.' Maar aangezien de omgeving organismen niet rechtstreeks kan veranderen, hebben we een probleem: 'natuurlijke selectie' moet op de een of andere manier al iets hebben om uit te selecteren - er is grondstof nodig! De hele theorie van het darwinisme draait daarom om deze vraag: kunnen willekeurige genetische mutaties, over lange tijdsperioden en in stapsgewijze veranderingen, in confrontatie met de omgeving, geheel nieuwe, verbluffend complexe systemen opleveren uit relatief primitieve systemen (die op zichzelf al uiterst complex zijn)?

Laten we even stilstaan bij de woorden 'in confrontatie met.' Darwins wezens hebben duidelijk doelen: namelijk overleven en voortplanting. Denk eens na over wat dat betekent. Waarom willen wezens overleven? Is dat überhaupt logisch in een materialistische wereld? Het universum zou immers 'blind' zijn - zonder doel of zin. Waar komt dat doel van overleven en voortplanting dan vandaan? Waarom zou het universum zich iets aantrekken van het 'overleven' van deze of gene moleculaire configuratie? Waarom zou de configuratie zelf zich daar iets van aantrekken? Hoe zou dat überhaupt kunnen, als het slechts dode materie is? We moeten altijd in gedachten houden dat het darwinisme een uiting is van het materialisme. Dit is de drijfveer achter het venijn dat darwinisten uitspuwen wanneer je dergelijke vragen stelt. Hun gedrag, vooral in online debatten en 'commentaaroorlogen,' begint logisch te worden als we weten wat er werkelijk achter schuilgaat: een verering van het materialistische, dode universum dat ze om de een of andere reden simpelweg niet kunnen afzweren.

Willekeurige mutatie volstaat niet

Terug naar ons 'informatieprobleem.' Kunnen willekeurige mutatie en natuurlijke selectie het ontstaan van geheel nieuwe informatie verklaren?

Laten we eens kijken wat er op dit punt eigenlijk wordt gesteld. Wat voor soort verandering kan een 'willekeurige mutatie' van wat dan ook teweegbrengen? Bedenk dat we het hier niet hebben over het vakwerk van een bekwame genetisch ingenieur, en ook niet over bewustzijn (want dat is niet toegestaan). We hebben het over veranderingen die in wezen door puur geluk (of pech) tot stand komen. Om te beginnen is het dus hoogst onwaarschijnlijk dat veel genen tegelijkertijd op een gecoördineerde manier zouden kunnen veranderen, ongeacht of de verandering al dan niet gunstig zou zijn. In het beste geval zou één enkel deel van de genetische code kunnen veranderen en een 'gunstig' (of ongunstig) effect teweegbrengen, of meerdere delen van de genetische code zouden tegelijkertijd kunnen veranderen, maar dan volledig onafhankelijk van elkaar.

De kans dat er meer dan één verandering tegelijk zou plaatsvinden en een specifiek gunstig effect zou opleveren, is nog onwaarschijnlijker; het is vergelijkbaar met het keer op keer nauwkeurig voorspellen van alle lottogetallen. Als we het dus hebben over willekeurige genmutaties, is de kans veel groter dat de verandering nadelig is, een evolutionair doodlopende weg. Voor een gunstige verandering in een gen als gevolg van een willekeurige mutatie heb je dus ZEER grote aantallen van dergelijke 'experimenten' nodig - die om te beginnen al uiterst onwaarschijnlijk zijn - voordat er iets nuttigs tevoorschijn komt, dat vervolgens door middel van 'natuurlijke selectie' kan worden geselecteerd.

Maar het wordt nog erger: dit hele proces moet, nogmaals, tot vervelens toe worden herhaald, want zodra zich een bepaalde kleine, nuttige verandering voordoet en via natuurlijke selectie in de genenpool terechtkomt, heb je daarbovenop nog heel veel meer van zulke veranderingen nodig om vanuit evolutionair oogpunt iets zinvols te bereiken. Denk maar eens aan het verschil tussen, laten we zeggen, een eencellig organisme en een hert, en je begint te begrijpen waarom de intuïtie die zoveel mensen altijd al hebben gehad misschien wel klopt: de cijfers kloppen gewoon niet; ze komen niet eens in de buurt. En het helpt darwinisten niet om vage begrippen als "diepe tijd" aan te halen om het probleem weg te wuiven. (Ter referentie: volgens Wikipedia duurde het 10 miljoen jaar voordat de mens uit de mensapen evolueerde - dat is slechts 5000 keer de tijd van Christus tot nu.)

Willekeurige veranderingen leiden tot een inferieure code

Maar de problemen voor Darwins theorie reiken nog veel verder. De vraag is: welke effecten kunnen er theoretisch gezien precies ontstaan als een code 'willekeurig wordt gewijzigd?' Kunnen willekeurige mutaties een code voortbrengen die volledig nieuwe informatie bevat - zelfs als we onbeperkte opeenvolgende mutaties toestaan? Als je de vraag op die manier stelt, is het antwoord duidelijk: nee! Het willekeurig wijzigen van een code staat gelijk aan het aantasten ervan - je verliest informatie!

Enkele slimmere darwinisten onderkennen het probleem. Hun strategie bestaat er onder meer in te ontkennen dat de genetische code werkelijk een code is. Met andere woorden, ze 'doen een Dawkins': nee, wees gerust, we menen het niet ècht als we het over codes hebben (of over bewuste genen die wereldheerschappij nastreven in het geval van Dawkins). In werkelijkheid zijn dit allemaal gewoon biljartballen die willekeurig rondstuiteren! We zouden, als we dat zouden willen, dit alles in niet-code-termen kunnen uitdrukken! Vreemd genoeg blijven biologen echter naar de genetische code verwijzen en behandelen die ook als zodanig. Dat kan ook niet anders, want het is een code.

Pianola
Geperforeerd papier voor automatische piano’s: probeer dat maar eens willekeurig te veranderen!
Maar laten we ervan uitgaan dat, ondanks het feit dat het eruitziet als een eend enzovoort (sterker nog, de genetische code bestaat letterlijk uit letters!), dit eigenlijk gewoon een hoop moleculen betreft die op puur mechanische wijze 'dingen veroorzaken.' Zoals bij een piano, waar je willekeurig een toets indrukt waarna een hamer tegen de snaar slaat, behalve dat het proces in het geval van genetica ingewikkelder en complexer is.

Stel je nu eens zo'n automatische piano uit westernfilms voor. Je zou natuurlijk kunnen zeggen dat dit gewoon een mechanisch proces is dat gaatjes in het geperforeerde papier vertaalt in hamers die snaren raken. Maar het cruciale punt hier is dat het meer is dan alleen dat: het hele proces brengt een complexe structuur van een heel ander soort voort. In dit geval muziek! De reden hiervoor is dat het geperforeerde papier dat de piano aanstuurt niet bestaat uit 'willekeurige gaatjes' of zelfs maar eenvoudige patronen, maar informatie bevat. Het codeert voor een eindproduct. En natuurlijk geldt, net als bij elke code, dat als je delen van de code (de gaatjes die noten vertegenwoordigen) 'willekeurig verandert,' de informatie - en daarmee de muziek - in kwaliteit achteruit zal gaan. (Hoewel, het moet gezegd worden, gezien hetgeen tegenwoordig als kunst en muziek wordt bestempeld, hebben darwinisten misschien wel een punt dat willekeurige mutaties... iets kunnen voortbrengen.)

Maar hoe zit het dan met natuurlijke selectie? Kan die het beeld veranderen? Het vormt immers de kern van het darwinisme: daar zou de benodigde informatie voor het ontstaan van nieuwe levensvormen vandaan moeten komen. Om bij onze analogie te blijven: zou een stapsgewijs proces van willekeurige mutaties en de blinde toepassing van een eenvoudige regel op de een of andere manier een kinderliedje op onze automatische piano kunnen veranderen in een symfonie van Beethoven? De analogie geeft ons een aanwijzing over enkele van de vele problemen waarmee het darwinisme kampt:
  • Willekeurige veranderingen leiden inderdaad tot een achteruitgang van de code. Ze betekenen een verlies aan informatie. Dit is duidelijk in het geval van bladmuziek - net als bij elke andere code die je maar kunt bedenken: tekst in een boek, een computerprogramma, morsecode, enz.
  • Dit betekent ook dat, hoewel je misschien een succesvolle mutatie krijgt die de muziek op de een of andere manier beter maakt, dit alleen kan komen door een vernietiging van informatie - zoals het schrappen van een noot, het onderbreken van een motief, enzovoort. Je kunt de informatie niet vergroten, bijvoorbeeld door een geheel nieuw segment toe te voegen op basis van een geavanceerde compositietechniek, zoals het ontwikkelen van een variatie op basis van die aanvankelijke, goed klinkende verwijdering van een enkele noot.
  • Na elke 'mutatie' moet het liedje op de een of andere manier beter zijn om geselecteerd te worden. Dat betekent dat je geen resultaat kunt bereiken waarvoor een stap nodig is die het liedje tijdelijk slechter maakt - zoals het veranderen van een C in een C# voordat je ook andere noten verandert.
  • Je kunt niet terug - zodra een mutatie wordt 'geselecteerd,' betekent dit dat het liedje op de een of andere manier beter is geworden na de verandering; als je terug zou gaan, zou het liedje weer slechter worden en daarom zou deze terugdraaiing niet worden geselecteerd. Je zit er dus aan vast, ook al waren er misschien andere veranderingen geweest die het liedje nog beter zouden hebben gemaakt - of andere wegen naar een nog beter eindproduct!
  • Let wel: net als bij het darwinisme moesten we de keuze laten plaatsvinden op basis van zeer eenvoudige regels. Geen leidende hand, geen vooruitlopen op het eindresultaat, geen planning wordt toegestaan. Dit betekent dat het gehele traject van het kinderliedje naar de symfonie 'willekeurig' moet zijn, maar zonder de mogelijkheid om na elke stap terug te gaan - wat het ongelooflijk onwaarschijnlijk maakt dat dit gerealiseerd wordt.
Het gezond verstand lijkt het dus bij het rechte eind te hebben: je kunt niet via willekeurige veranderingen van een kinderliedje op een automatische piano uitkomen bij een symfonie, net zomin als je op basis van willekeurige mutaties van een eencellig organisme tot een hert kunt komen. Alleen doordachte veranderingen kunnen dat bewerkstelligen. Alleen een intelligent brein kan een complexe, samenhangende symfonie voortbrengen.

Maar het wordt zelfs nog erger. De muziekanalogie schiet eigenlijk tekort - maar niet in het voordeel van het darwinisme. Dit komt doordat, hoe onwaarschijnlijk de kansen ook zijn in die analogie, echte 'natuurlijke selectie' de nieuwe versie van het liedje meestal niet eens kan zien (of horen). Laten we onderzoeken waarom dat zo is.

Er valt niets te selecteren

Een van de favoriete uitspraken van darwinisten luidt: 'dit leverde een voordeel op voor het voortbestaan van de soort en werd daarom geselecteerd.' Maar denk er eens over na: hoe helpt een kleine mutatie, die tot een kleine verbetering leidt, een organisme precies om te overleven? Het probleem hierbij is dat kleine verbeteringen, of zelfs grote verbeteringen aan specifieke systemen, niet noodzakelijkerwijs op een rechttoe rechtaan manier leiden tot overleving of meer nakomelingen.

Stel je bijvoorbeeld voor dat je door een of ander evolutionair proces je gezichtsvermogen met 5% verbetert. Hoe groot is de kans dat dit je helpt te overleven? Daarvoor zou er een heel bijzondere situatie nodig zijn waarin, bijvoorbeeld, een tijger op het punt staat je op te eten, maar dankzij die kleine verbetering zie je hem een seconde eerder dan je hem zonder die verbetering zou hebben gezien, en de situatie was precies zo dat dit verschil van 5% in gezichtsvermogen je leven redde. Dat is een uiterst onwaarschijnlijk scenario. Bovendien biedt die kleine verandering in gezichtsvermogen geen enkele bescherming tegen doodvriezen, het breken van je been en daardoor overlijden, of de ontelbare andere redenen waarom je het misschien niet zou overleven. Hoe kan natuurlijke selectie deze mutatie dan precies 'selecteren' als ze geen duidelijk voordeel oplevert? Je overlevingskansen zijn slechts marginaal beter dan die van je soortgenoten, terwijl de kans groot is dat je niet eens in de situatie terechtkomt waarin deze eigenschap van pas komt. En dan gaan we er nog van uit dat het überhaupt mogelijk is dat een willekeurige mutatie een verbetering van het gezichtsvermogen met 5% teweegbrengt.

Giraf Darwin
Hoe ontwikkelde de lange nek van de giraf zich? Ondanks vergezochte speculaties van darwinisten is de waarheid: niemand heeft ook maar een flauw idee.
Of neem nu een giraf: stel dat door een willekeurige mutatie de nek van één dier een heel klein beetje langer wordt. Helpt dit hem om beter bij zijn voedsel te komen? Misschien in enkele zeer zeldzame gevallen. Maar als het daarnaast ook nog eens een zwakke giraf betreft, zal dit niet helpen. En nogmaals, dit helpt geen laars tegen de talloze andere bedreigingen. Hoe zou hij dan zijn genen beter kunnen 'doorgeven' dan andere giraffen?

Het enige wat darwinisten ons ooit bieden, bestaat uit vergezochte speculaties, waarbij vaak misleidende bewoordingen worden gebruikt zoals 'giraffen moesten bij hogere bomen kunnen komen, daarom hebben ze hun lange nek ontwikkeld,' alsof het collectieve bewustzijn van de giraffensoort op de een of andere manier had besloten dat het een goed idee zou zijn om een lange nek te 'ontwikkelen.' En misschien is dat wel precies hoe het gaat, wie weet? Maar dit is natuurlijk helemaal niet wat het darwinisme beweert. Voor een schoolvoorbeeld van de onzinnige kletspraat die het darwinistische denken produceert, moet je dit artikel uit de New Scientist over de lange nekken van giraffen eens lezen, met als hoogtepunt de 'verklaring' dat 'meisjes van een lange houden.' Als je je toevlucht moet nemen tot puberale humor om je publiek te overtuigen, weet je dat je te maken hebt met 'hoogstaande wetenschap.'

Er zijn misschien enkele gevallen te bedenken waarin dergelijke scenario's zouden kunnen werken, maar je snapt het punt: een willekeurige mutatie die op miraculeuze wijze iets enigszins gunstigs voortbrengt en vervolgens op de een of andere manier op magische wijze behouden blijft of 'geselecteerd' wordt, is enorm onwaarschijnlijk. Er moet nog veel meer gebeuren. Het signaal van dat minuscule stukje nieuwe informatie, mocht het zich al manifesteren, zou verdrinken in een zee van ruis: namelijk dat de overgrote meerderheid van de scenario's waarin dit specifieke, minuscule voordeel geen laars helpt.

In gevallen zoals die van de giraf lijken variatie en selectie eerder als volgt te werken: een populatie vertoont een variatiebereik voor een bepaalde eigenschap, bijvoorbeeld de grootte van de snavel zoals bij Darwins beroemde vinken. Nieuwe omstandigheden die een lange snavel begunstigen, zullen ervoor zorgen dat de dieren met een te korte snavel sterven, terwijl van nieuwe generaties doorgaans een groter aantal die lange snavels zullen hebben - omdat er al genoeg dieren zijn met de nu optimale snavellengte. Maar er wordt niets nieuws gecreëerd. Nieuwe vinkensoorten kunnen kleinere of grotere snavels hebben, maar ze vallen allemaal binnen het oorspronkelijke bereik. Een abnormaal lange snavel - of nek in het geval van de giraf - vereist meerdere aanvullende nieuwe eigenschappen om te kunnen functioneren, en die moeten allemaal tegelijkertijd aanwezig zijn. Dat maakt het hierboven beschreven probleem natuurlijk alleen maar moeilijker.

Wat betekent dit nu allemaal? Simpelweg dat onze oorspronkelijke stelling geldig is. Er moet ergens een vorm van informatie vandaan komen die verklaart hoe je van geen leven tot de eerste levensvorm komt, en van primitief leven tot de ongelooflijk complexe levensvormen die we vandaag de dag waarnemen. En hoe dit ook in zijn werk gaat, het kan niet werken op de manier die het darwinisme voorstaat. Dit betekent ook dat het materialisme in ernstige moeilijkheden verkeert: materialisten beweren immers dat het hele universum uit niets anders bestaat dan rondzwevende dode materie die zich aan de natuurwetten houdt en verder niets. Vanuit dat standpunt bekeken, bestaat er geen reeds bestaande informatie die de situatie zou kunnen redden; geen plan, geen doel, geen sturende kracht, geen intelligentie, geen toevoer van informatie. Vergeet niet dat het verdedigen van dit standpunt juist de kern van het darwinisme vormde! Als het darwinisme overboord wordt gezet, geldt dat ook voor het materialisme, tenzij iemand kan uitleggen hoe een universum van dode materie dat de natuurwetten volgt, informatie in de vorm van een code kan voortbrengen. Tot nu toe is niemand daarin geslaagd, omdat het natuur- en wiskundig onmogelijk is.

Nu zullen gelovigen snel beweren dat God het antwoord is. En dat kan best zo zijn. Maar er bestaan ook andere opties, waaronder een visie op de kosmos als een levend systeem waarin informatie de boventoon voert. Waarbij bewustzijn, en niet materie, de echte 'drijvende kracht' vormt. Of zelfs een visie waarin dit onderscheid helemaal moet worden losgelaten: waarin materie een actief onderdeel is van een groter bewustzijn en alles met elkaar verbonden is en onderling informatie uitwisselt. Maar laten we het hier voorlopig even bij laten, ik hoop dat je het volgende deel van de serie ook zult lezen!

Aanvullende literatuur:
  • Michael J. Behe: Darwin's Black Box: The Biochemical Challenge to Evolution
  • Michael J. Behe: The Edge of Evolution: The Search for the Limits of Darwinism
  • Perry Marshall: Evolution 2.0: Breaking the Deadlock Between Darwin and Design
  • David Stove: Darwinian Fairytales: Selfish Genes, Errors of Heredity and Other Fables of Evolution