Bewoners buurt Rotterdam
© Rias Immink
"Rotterdammers (v.l.n.r.) Miriam Talle, haar vriend Edwin Dobber, Emel Yildirim, Menno Jansen, moeder Yildirim en Özlem Yildirim, komen samen in actie tegen de voorgenomen sloop van de woningen in de Tweebosbuurt."
Bewoners van de Tweebosbuurt in Rotterdam-Zuid moeten hun huizen verlaten. Die zijn verouderd en worden gesloopt. Maar er is een probleem: veel bewoners willen niet weg. "Dit is ónze wijk."

Eigenlijk, zou je denken, is dit de ideale volkswijk. De mensen in de Tweebosbuurt in Rotterdam kennen elkaar, ze wonen hier niet zelden al hun hele leven, ze groeten elkaar op straat, ze letten op elkaar en vaak wonen kinderen en ouders in de buurt zodat ze elkaar kunnen bijstaan. "We zijn elke dag bij mijn moeder, want die heeft allerlei kwaaltjes", vertelt Özlem Yildirim (45) op de bank in haar ouderlijke flatwoning. Zus Emel (36) is er ook.

De Turks-Nederlandse vrouwen voeren met andere buurtbewoners actie tegen de voorgenomen sloop van een aantal huizenblokken in de wijk. De gemeente en wooncorporatie Vestia willen 535 sociale huurwoningen afbreken. Er moeten 347 vaak duurdere huur- en koopwoningen voor in de plaats komen. Zo moet de Tweebosbuurt in de Afrikaanderwijk - een achterstandswijk op Rotterdam-Zuid - aantrekkelijker en leefbaarder worden.

Op zich is dit geen vreemd plan. Veel woningen zijn inderdaad verouderd - sommige ernstig - en wie weet wordt deze wijk met de komst van meer vermogenden sociaal-economisch robuuster.

Maar nu komt het: er tekent zich hier de afgelopen maanden een waar volksverzet af. In tegenstelling tot wat je wellicht zou verwachten, wegens alle doemverhalen over het gebrek aan sociale samenhang in de oude wijken van de grote steden, hebben tientallen burgers - Nederlanders, Turken, Marokkanen, Antillianen, Surinamers, een Somalische meneer, noem maar op - in de Tweebosbuurt de handen ineengeslagen. Zij willen niet weg en wijzen vervangende woningen, vaak gelegen buiten de wijk, af. Dit is hún wereld, zeggen zij: 'Wij blijven'.

"We zijn met elkaar opgegroeid", zegt Özlem Yildirim (36) en ze kijkt naar Edwin Dobber (50), 'havenarbeider met hernia' ('Ik zit na 28 jaar werken even thuis'), en een van de gezichten van het verzet. Dobber loopt elke dag in een Feyenoord-shirt, hij rookt shag en als anderen praten, bromt hij er graag doorheen. Maar niemand neemt hem dat laatste kwalijk. Als Edwin de flat van de Yildirims binnenkomt, geeft hij de dames een dikke kus. Özlem: "We kennen elkaar al ons hele leven. We hebben hier op straat met elkaar geknikkerd en gevoetbald."

Postbode

Loop een dag door deze wijk en de verhalen komen je vanzelf tegemoet. Van de Marokkaanse meneer die hiernaartoe verhuisde om zijn dementerende moeder bij te staan. Nu moet hij, met zijn twee schoolgaande dochtertjes, alweer vertrekken. "Hoe dan?"

Of van de Somalische postbode en krantenbezorger Ahmed Abdillahi (39), die de samenhang in de wijk looft. Hij is op een dinsdagavond afgekomen op een protestbijeenkomst met zo'n vijftig bewoners in de kantine van de buurtspeeltuin.

"De gemeente is ons, armere mensen, aan het vervangen", zegt hij na afloop. "Het gaat overal zo. Het is gewoon keiharde bevolkingspolitiek."

En daar is mevrouw Pelger, nog zo'n gezicht van de Tweebosbuurt. Zij is al 80, maar ze oogt vief en haar geest is nog scherp. Grarda Pelger woont nog in dezelfde ruime - en keurige - woning waar zij met haar zussen en broers opgroeide, een zoon kreeg en haar moeder tot haar dood verzorgde. Tussen hetzelfde donker houten meubilair en met dezelfde tegeltjes met levenswijsheden aan de wand. Haar hele leven speelde zich hier af, aan de rand van de wijk. Nu moet ook zij verhuizen.

Elke dag gaf Grarda de kinderen van de Marokkaanse buren na schooltijd bijles. "Van vier tot half zes. Jarenlang. Ze konden helemaal niet rekenen, hè. En de taal was een probleem, hun moeder sprak geen woord Nederlands. Soms zeiden mensen tegen me: Grarda, dit wordt te gek." Maar de kinderen kwamen uiteindelijk goed terecht. En hoewel ze niet bepaald werd overstelpt met dankbaarheid door de Marokkaanse buurman, beschouwt Grarda haar burenhulp als vanzelfsprekend.

Deze oude arbeiderswijk, gebouwd aan het begin van de 20e eeuw en met straten vernoemd naar helden uit de Boerenoorlog, is historisch verbonden met de Rotterdamse haven. Arbeiders uit Zeeland en Brabant vestigden zich in de portiekwoningen. Ook Grarda's vader werkte in de haven.

Menno Jansen (59), een fotograaf die eerder anti-sloopprotesten in Crooswijk leidde, trok zich het lot van de huidige bewoners aan en werd hun aanspreekpunt en vraagbaak. Hij leidt de buurtbijeenkomsten waar gesproken wordt over de te volgen strategie.

Een eerste rechtszaak, aangespannen door Vestia tegen dertien weigerachtige bewoners, ging afgelopen week voor de actievoerders verloren. Per 1 januari moeten zij hun huizen uit. Nog eens 49 weigeraars zijn gedagvaard.

Een woordvoerster van Vestia zegt: "Wij blijven er alles aan doen om de bewoners te begeleiden naar een passende woning." Maar Edwin Dobber, die spandoeken aan de gevel van zijn huis hing ('Vestia ratten', 'Handen af van onze buurt'), zegt desnoods zijn deuren te zullen barricaderen. "Ik woon hier al vijftig jaar en ik zeg je: ik ga niet weg."

Menno Jansen somt de politieke partijen op die het burgerprotest steunen: "SP, Partij voor de Dieren, Denk, Nida en 50Plus."

Dat zij ooit nog eens islamitische partijen als Denk en Nida aan haar zijde zou vinden, dat had Grarda Pelger nooit gedacht. "Maar ze hebben verstand van de problematiek en komen voor ons op."

Het gebrek aan steun van zich 'links' noemende partijen als PvdA, GroenLinks en D66 illustreert de vergaande marginalisering van deze mensen, vindt Menno Jansen. "Ze worden door de gevestigde orde domweg terzijde geschoven." Grarda Pelger knikt. Ze heeft er een hard hoofd in. "Ik lijk strijdbaar, maar ik doe al tijden geen oog meer dicht."