rokende JFK
© IrishCentral.com
Voormalig Amerikaans President John F. Kennedy
Hieronder volgt een gastbijdrage van John Staddon, hoogleraar psychologie en emeritus hoogleraar biologie en neurobiologie aan Duke University, in de vorm van een uittreksel van hoofdstuk 4 van zijn boek Unlucky Strike: Private Health and the Science, Law and Politics of Smoking.

Ik heb de moraliteit van roken besproken, de vermeende dodelijkheid, de verslavende werking en de gevolgen voor niet-rokers. Uit het bewijsmateriaal blijkt dat als roken al een zonde is, dan is het een pekelzonde; roken is ook niet zo dodelijk als de critici beweren en veel rokers denken. De gezondheidseffecten van passief roken zijn bijna onmogelijk te meten. De beste pogingen hebben geen significante effecten aangetoond.

Dit hoofdstuk behandelt de ernstigste beleidsgerelateerde aanklacht tegen roken: dat het niet-rokers geld kost - roken heeft een Publieke Kostprijs. Rookgerelateerde ziekten vormen "een zware belasting voor ons nationale zorgstelsel", schreef rechter Kessler. Zoals we hebben gezien, waren de nationaal-socialisten het daarmee eens (al die verloren Volkswagens). "Roken vormt een enorme economische belasting voor de samenleving - momenteel tot 15% van de totale kosten van de gezondheidszorg in de ontwikkelde landen", aldus een artikel in het BMJ uit 2004. De zaak lijkt onweerlegbaar. Een aanzienlijk deel van de rokers sterft aan ziekten die met roken verband houden. Het behandelen van ziekten, vooral als het gaat om een langdurige en vaak ondoeltreffende behandeling, zoals bij COPD en veel vormen van kanker, is altijd duur

Maar "voor de hand liggend" is niet altijd "juist". Degenen die van mening zijn dat rokers ons geld kosten lijken te vergeten (zet je schrap!) dat we allemaal doodgaan, zelfs niet-rokers. Zoals de bumpersticker ons helpt herinneren: "Eet goed, beweeg - sterf toch." De feiten over de kosten van roken voor de gezondheidszorg zijn in feite het tegenovergestelde van het gangbare vooroordeel. In de leeftijdscategorie 24-50 jaar kosten rokers iets meer, daarna kosten ze heel wat minder omdat rokers iets eerder sterven dan niet-rokers. Over het geheel genomen "bespaarde roken het Medicare-programma geld: 2.800 dollar per rokende man van 24 jaar en 600 dollar per rokende vrouw", zo concludeerden Sloan en collega's op basis van een databank tot 2002. Gegevens die sindsdien zijn verzameld, en die ik zo dadelijk uitvoeriger zal bespreken, bevestigen deze conclusie: rokers zorgen voor lagere kosten inzake gezondheidszorg. Silberberg, die een andere reeks gegevens gebruikt, komt in de Bijlage tot een soortgelijke conclusie.

Wat voor het kostenargument van belang is, is de manier waarop we sterven: wanneer gaan we dood? En hoe lang en kostbaar is dat proces? De kostenbesparende vroegtijdige dood van rokers werd door de verdediging - Philip Morris Co. - naar voren gebracht in een zaak uit 1998 in Minnesota. De aanklagers noemden dit op slimme wijze het "doodskrediet"-argument, maar de rechter sloot specifiek bewijsmateriaal uit en liet de onbetwiste eis van de aanklagers in stand. Ik kom in latere hoofdstukken terug op de juridische kwesties.

De kosten van de gezondheidszorg voor ouderen in de laatste levensjaren zijn altijd het hoogst. Eén studie, bij wijze van voorbeeld, concludeerde dat: "Van 1992 tot 1996 bedroegen de gemiddelde jaarlijkse medische uitgaven (in dollars van 1996) voor personen van 65 jaar en ouder 37.581 dollar tijdens het laatste levensjaar tegenover 7.365 dollar tijdens de niet-laatste levensjaren." Sterven aan een acute - kortstondige - aandoening is dus meestal minder kostbaar dan aan een invaliderende maar uiteindelijk terminale kwaal. Zoals we zagen bij de twee vormen van malaria in Colombia, was de meer dodelijke vorm, met een snelle dodelijke afloop, minder duur voor het land dan de minder dodelijke, chronische vorm.

Zo is het ook met roken. In het jaar 2000 vroeg Philip Morris, dat inzag dat het misschien niet als de meest geloofwaardige onderzoeker werd beschouwd, het bedrijf Arthur D. Little om voor Tsjechië een studie te verrichten naar de kosten van roken voor de staat. De conclusie: roken levert vanwege de vroegtijdige sterfte en de belastinginkomsten een nettovoordeel op van zo'n 1.227 dollar per roker.

Anti-rookactivisten spraken hun afschuw uit over deze bevinding. Een van hen merkte op: "Zelfs als het waar zou zijn dat rokers die jong sterven geld besparen voor de economie, dan nog is dat een heel griezelige logica om beleid op te baseren." Nou, ja - tenzij aanvallen op rokers worden gerechtvaardigd door ondeugdelijke economische argumenten, waarop nauwkeurige economische argumenten het enige adequate antwoord zijn. En ja, als de regering economische argumenten zou gebruiken om roken te vergemakkelijken, te verplichten of anderszins aan te moedigen. Logica heeft in dit debat geen rol gespeeld. De reactie op het Tsjechische onderzoek was zo heftig, dat Philip Morris zich genoodzaakt zag het jaar daarop zijn excuses aan te bieden. Maar niemand vond dat er iets mis was met de wetenschap.

Een onderzoek uit 2008 waar anti-rokers nog geen afschuw over hebben geuit - misschien omdat er geen "roken" in de titel staat - is van een groep Nederlandse onderzoekers. Dit lijkt het best beschikbare onderzoek te zijn naar de werkelijke kosten van roken voor de samenleving. Het doel van de onderzoekers was te bepalen "of deze risicofactor [zwaarlijvigheid of roken] voornamelijk relatief goedkope dodelijke ziekten veroorzaakt of eerder dure chronische ziekten". In de studie werden zwaarlijvigen, rokers en een volgens hen "gezond levende"-cohort met elkaar vergeleken. Zij concluderen: "De hoge medische kosten van rookgerelateerde ziekten worden meer dan gecompenseerd door de lagere overlevingskansen van rokers." Voor hun schatting gebruikten zij de Nederlandse medische kosten, maar aangezien de medische kosten per hoofd van de bevolking in de VS bijna twee keer zo hoog zijn als in Nederland, zullen hun bevindingen waarschijnlijk in een nog sterkere mate van toepassing zijn op de VS.

Hun conclusie is dat, hoewel rokers een kortere levensverwachting hebben dan de andere twee groepen (77,4 jaar tegen 79,9 voor de zwaarlijvige en 84,4 voor de gezond-levende, allen op 20-jarige leeftijd), hun levenslange kosten voor gezondheidszorg in feite lager zijn. Samengevat (vetgedrukt toegevoegd):
In deze studie hebben wij aangetoond dat, hoewel zwaarlijvige mensen tijdens hun leven hoge medische kosten veroorzaken, hun levenslange gezondheidszorgkosten lager zijn dan die van gezond-levende mensen, maar hoger dan die van rokers.... Het onderliggende mechanisme is dat er een substitutie plaatsvindt van goedkope, dodelijke ziekten door minder dodelijke, en dus duurdere, ziekten.
Jong sterven brengt altijd kosten met zich mee voor de samenleving. Een gezin kan berooid achterblijven. Jaren van een potentieel productief leven gaan verloren (economen noemen dit opportuniteitskosten). Sterfgevallen in het verkeer, door schotwonden, door gevaarlijke activiteiten zoals bergbeklimmen en motorrijden en sterfgevallen door besmettelijke ziekten in de bloei van het leven, zijn bijzonder duur voor de samenleving als geheel. Maar het is een feit - ontmoedigend voor rokers maar niet noodzakelijkerwijs voor andere mensen - dat rokers die sterven aan met roken verband houdende aandoeningen (vanuit het oogpunt van de kosten) precies op het juiste moment sterven, net na de pensioengerechtigde leeftijd. De alternatieve kosten voor de samenleving zijn minimaal of zelfs negatief omdat de leeftijd waarop de roker sterft rond het tijdstip ligt waarop hij of zij toch al met productief werk zou zijn gestopt en nadat zijn of haar kinderen onafhankelijk zijn geworden. (En de erfenis van hun kinderen zal waarschijnlijk groter zijn dan die van niet-rokers, omdat zij niet zoveel kans hebben gehad om hun geld uit te geven!)

Rokers kunnen, zoals sommige critici beweren, minder efficiënt zijn dan niet-rokers wanneer zij aan het werk zijn - bijvoorbeeld naar buiten gaan om een sigaretje te roken in plaats van te werken. Maar sommige van deze kosten worden veroorzaakt door het rookverbod en worden gecompenseerd door de beweringen van veel schrijvers, kunstenaars en andere mensen die met hun hersens werken, dat roken hen helpt bij het nadenken. Dus elk effect van roken op het werk wordt waarschijnlijk tenietgedaan door het onomstotelijke feit dat rokers een groter deel van hun leven werken - bijdragend aan de samenleving - dan niet-rokers.

Goed, maar waarom vragen ziektekostenverzekeraars dan een hogere premie van rokers als hun levenslange medische kosten lager zijn? Een goede vraag, waarop twee antwoorden mogelijk zijn: het ene heeft betrekking op de werkelijke kosten die door verzekeraars worden gedragen, het andere op "wat de markt zal verdragen". Eerst de werkelijke kosten: Als we de [Nederlandse] studie moeten geloven, zijn de levenslange gezondheidskosten lager voor rokers dan voor niet-rokers. Maar rokers worden ook eerder ziek en sterven (gemiddeld) iets eerder dan niet-rokers. Met andere woorden, een groter deel van de ziektekosten van rokers wordt waarschijnlijk gemaakt vóór het 65ste jaar, de leeftijd waarop zij in de VS in aanmerking komen voor overheidssteun middels Medicare. Maar dit is het deel dat het zwaarst drukt op een particuliere ziektekostenverzekeraar. Met andere woorden, voor de particuliere verzekeraar - maar niet voor de samenleving als geheel of voor de regering door middel van Medicare - zijn rokers duurder dan niet-rokers. Voor de samenleving en voor de overheid zijn rokers goedkoper.

Het antwoord met betrekking tot de markt is eenvoudig. Rokers zijn zo succesvol gestigmatiseerd en onwaarheden over hun kosten voor de gezondheidszorg worden zo algemeen aanvaard, dat de verzekeringsindustrie zonder veel tegenwerking extra premies van hen kan eisen. Rokers zijn op dit gebied, net als op zovele andere gebieden, passieve slachtoffers.

Verzekeraars laten zich in feite, net als andere bedrijven, waarschijnlijk altijd meer leiden door een strategie van "wat de markt zal verdragen" wanneer hen dat meer oplevert dan een eenvoudige kostprijs-plus strategie. Apple bijvoorbeeld was in zijn modieuze hoogtijdagen in staat winstmarges van 40% of meer te behalen. Als bewijs voor een soortgelijke denkwijze van verzekeraars kan men een geval bekijken waarin een vroegtijdige dood rokers geld zou moeten besparen: levenslange pensioenannuïteiten. Vroegtijdig overlijden is een voordeel voor de uitgevers van levenslange lijfrentes, dus als de economische aspecten - de kosten van de verzekeraars - doorslaggevend zouden zijn, zouden rokers lagere premies moeten kunnen krijgen voor levenslange lijfrentes. Heeft u dergelijke aanbiedingen gezien? Ik tot 2013 niet, maar sindsdien wordt door sommige verzekeraars een zogenaamde Enhanced Annuity aangeboden: deze betaalt een hoger tarief aan mensen die kunnen bewijzen dat zij ziek zijn, of - middels een urinetest - een zware roker. Deze tarieven worden niet bepaald door de kosten, maar door wat de markt zal verdragen.

Voordat ik het onderwerp van de kosten laat rusten, wil ik u graag deze gedachte meegeven uit een recent boek over de "vergrijzing" van de ontwikkelde wereld: "Een vergrijzende wereld is een wereld die steeds afhankelijker wordt. Zij zal eisen dat een groeiend deel van de bevolking zijn leven wijdt aan het groeiende aandeel van de mensen die zorg nodig hebben." Denkt u dat rokers dit dreigende probleem verergeren of verminderen?
John Staddon is James B. Duke Professor in de Psychologie en Professor in de Biologie and Neurobiologie, Emeritus aan Duke University.
Zie: https://dailysceptic.org/2022/03/08/smokers-are-not-a-burden/