Afbeelding
© EPADeze vrouw kon wel gered worden uit de zee, maar 6.000 anderen dobberen momenteel nog doelloos rond.
Na het verschaffen van voedsel en brandstof aan twee boten met daarop meer dan 800 vluchtelingen, heeft Maleisië de schepen weer op zee gestuurd. Volgens de minister van Binnenlandse Zaken kan het land zich de vluchtelingenstroom niet veroorloven.

Drie dagen geleden meerde een boot met meer dan 1.000 vluchtelingen aan op het Maleisische eiland Langkawi. "Wat verwacht je van ons? We zijn erg goed geweest voor de mensen die onze grenzen zijn overgestoken. We hebben ze humaan behandeld, maar ze kunnen onze kust niet op deze manier overspoelen", aldus minister Wan Janaidi Jaafar.

De inzittenden van de weggestuurde boot zijn Bengalezen en Rohingya, een islamitische minderheidsgroep uit het overwegend boeddhistische Birma.

De regio Zuidoost-Azië wordt geconfronteerd met een ernstige vluchtelingencrisis. Internationale organisaties en ngo's vrezen dat nog 6.000 vluchtelingen momenteel zonder eten en drinkwater doelloos ronddobberen op zee. De kapiteins van de boten zijn de voorbije dagen hun schip ontvlucht uit angst voor arrestaties.

In Maleisië wonen zo'n 150.000 vluchtelingen en asielzoekers. 45.000 van hen zijn Rohingya, aldus de Verenigde Naties.