Brenda Rollier
© OnbekendBrenda Rollier
Voor het Gentse hof van assisen wordt dinsdagnamiddag de jury samengesteld voor het proces tegen Cindy De Laet (34), Brigitte Van Raemdonck (46) en haar zoon Mathias C. (22). De drie worden beschuldigd van moord in 2010 in Beveren op de 25-jarige Brenda Rollier, de echtgenote van De Laet. Twee jaar lang werd gedacht dat ze zichzelf had verhangen, maar uiteindelijk bekende Van Raemdonck dat ze, op vraag van haar minnares De Laet, Rollier had gewurgd met de hulp van haar zoon en een toen 13-jarige vriend.

De feiten hadden plaats in de woning van het echtpaar, dat feitelijk gescheiden woonde, in de Dijkstraat in de Beverse deelgemeente Melsele. Het lichaam van Rollier werd op 1 juli 2010 aangetroffen door De Laet en de oom van Rollier. De MUG-arts kwam ter plaatse maar kon enkel het overlijden vaststellen. Er werd een kort onderzoek gevoerd naar de omstandigheden van het overlijden, maar alle elementen wezen volgens de speurders op zelfdoding door verhanging. Het paar leefde al enkele maanden feitelijk gescheiden en Rollier, die depressief zou geweest zijn, had De Laet via sms gesmeekt om terug te komen.

Maar eind 2011 werd het onderzoek opnieuw geopend. De moeder van De Laet legde toen een verklaring af bij de lokale politie van Zwijndrecht. Ze getuigde dat Brigitte Van Raemdonck, die een affaire had met haar dochter, aan haar bekende dat ze Rollier vermoord had. Het duurde nog tot april 2012 vooraleer andere familieleden verhoord werden en het lesbisch moordcomplot aan het licht kwam.

Van Raemdonck verklaarde uiteindelijk hoe De Laet het slachtoffer verdoofde met slaapmiddelen en daarna met haar oom ging wandelen met de honden. Van Raemdonck ging daarna de woning binnen met haar toen zeventienjarige zoon en zijn dertienjarige vriend. Het trio wurgde Rollier, die versuft in de zetel lag, en hing het lichaam op aan de trap met een hondenleiband.

Bekentenissen weer ingetrokken

Volgens Van Raemdonck heeft ze samen met De Laet het moordplan bedacht. De Laet gaf dat eerst ook toe, maar trok die bekentenissen later weer in. Ze houdt vol dat ze alleen wist dat haar minnares Rollier "een lesje wou leren". De jongens legden wel bekentenissen af. De jongste stelde dat Van Raemdonck met Rollier uit de zetel viel en dat hij zijn voet op de arm van het slachtoffer zette, terwijl Matthias C. haar andere arm vasthield. Hij kreeg 50 euro van Matthias C. na de feiten. Omdat hij nog geen 16 jaar was op het moment van de feiten, kon hij niet uit handen gegeven worden. C. werd in 2013 via een versnelde procedure uit handen gegeven door de jeugdrechter. Hij werd in maart 2015 verwezen naar het hof van assisen, samen met zijn moeder en Cindy De Laet.

Het hof van assisen wordt voorgezeten door Alexander Snoeck, raadsheer bij het hof van beroep in Gent. Katrien Borms, substituut-procureur bij het Oost-Vlaamse parket, vertegenwoordigt het openbaar ministerie. De jury wordt dinsdag samengesteld. Vrijdag 15 januari start het proces ten gronde en maandag 18 januari worden de drie beschuldigden ondervraagd door de voorzitter.