Een VOC-kapitein gaat met zijn bootje op weg naar Bantam in "de Oost" om daar geroofde specerijen en andere goederen op te halen en naar Nederland te brengen. Zijn bootje maakt onderdeel uit van een vloot. Maar hij raakt zijn collega-kapiteins kwijt door een verkeerde stroming of sterke wind. Per ongeluk botst hij in 1616, als tweede Nederlander en als tweede Europeaan, tegen de kust van Australië aan. Hij en zijn bemanning gluren er een paar dagen rond. Hij spijkert een plaatje met zijn naam erop tegen een paal, peert 'm weer, en vaart verder naar Indonesië om zijn missie af te maken.
Die gebeurtenissen vonden precies vierhonderd jaar geleden plaats en de kapitein heette Dirk Hartog. Rondom zijn verhaal is dit jaar een heel herdenkingscircus opgetuigd door de Nederlandse ambassade in Australië. Dat werd me duidelijk toen ik afgelopen week een mailtje kreeg met de uitnodiging om me op te geven voor een studiebeurs waarmee ik een aantal maanden in Australië zou kunnen gaan studeren in het kader van een heus Dirk Hartog-jaar.

Bij lofverhalen over VOC-kapiteins gaan bij mij acuut alarmbellen rinkelen. Daarom zocht ik even uit wie Hartog was en wat hij precies gedaan heeft. Het blijkt weinig opzienbarend: een verdwaalde kapitein, een van de vele VOC-onderknuppels, die Australië per ongeluk voor de tweede keer "ontdekt". Ik denk dat maar weinig Nederlanders hem kennen, maar in Australië schijnt hij een stuk beroemder te zijn. De Nederlandse ambassade maakt daar nu gretig gebruik van. Het narratief rond de herdenking, zoals te vinden op een website die de ambassade heeft gelanceerd, is kenmerkend voor de manier waarop het koloniale verleden van Nederland doorgaans wordt neergezet.

De mythe van de handelaar

Je blijft toch hopen dat de kritiek van de anti-racismebeweging de blik van witte Nederlanders op de koloniale geschiedenis een beetje ten goede aan het veranderen is. Dat het zo langzamerhand doorsijpelt dat geweld, moord en plundering geen "excessen" waren, maar de aard van het koloniale beestje. In de geschiedschrijving van de Nederlandse ambassade in Australië valt daar helaas nog bar weinig van terug te zien. De website draagt weer het mythische beeld van de VOC uit als een toffe club van handelaren en ontdekkingsreizigers, onder wie dus Hartog. Precies het beeld dat leerlingen op Nederlandse scholen met de paplepel binnen krijgen, en ook het beeld dat de Nederlandse staat graag naar buiten toe wil uitstralen.

De manier waarop de ambassade de VOC beschrijft, is ronduit tenenkrommend. Zo staat er over Kaap de Goede Hoop bijvoorbeeld: "Nederlandse boeren en Franse hugenoten emigreerden naar Kaap de Goede Hoop om daar boerenland in gebruik te nemen. Het Nederlandse dialect evolueerde zich naar het Afrikaans dat nu in Zuid-Afrika gesproken wordt." Hoe dat "in gebruik nemen" dan in zijn werk ging, en wat de Nederlanders verder allemaal hebben achtergelaten, behalve een dialect, wordt uiteraard niet beschreven (en ook niet dat het beroemdste woord uit dat dialect "apartheid" is). De ambassade besteedt verder wel aandacht aan de belabberde omstandigheden op de schepen, maar laat de omstandigheden van de beroofde lokale bevolkingen onbenoemd.

Dat eurocentrisme is natuurlijk kenmerkend voor koloniale vertogen. Dat soort trucs halen VOC-lovers wel vaker uit: ze proberen ons zoveel mogelijk door de ogen van Europese kolonisatoren te laten kijken. Het perspectief van de toenmalige lokale bevolking van Australië of Indonesië komt vrijwel nooit aan de orde. De enige niet-Nederlanders die in de tekst over Hartog en de VOC worden genoemd, zijn de Japanners. Japan was in die tijd het enige land buiten Europa dat een min of meer gelijkwaardige handelsrelatie met de VOC had. Geen woord over de Xhosa en Zulu in Zuid-Afrika, of de Javanen en Balinezen in Indonesië.

Veilige keuze

Voor de nazaten van de koloniale machthebbers vormt de herdenking van Hartogs reis een relatief veilige keuze. Als jonge man had hij een tijdje voor de VOC in "de Oost" gewerkt. Daarna voer hij op zijn eigen schip in Europese wateren, vooral naar de Baltische staten. Hij maakte vervolgens als kapitein één keer een verre reis voor de VOC, waarna hij weer in Europa bleef. Hij was in die zin maar kortstondig een poppetje in het smerige VOC-spel, en voor zover ik kan nagaan had hij persoonlijk weinig of geen bloed aan zijn handen. Verder heeft hij Australië nooit gekoloniseerd, wat de Britten zo'n anderhalve eeuw later wel deden, en heeft hij part noch deel gehad aan de oorlogen die de Britten tegen de oorspronkelijke bevolking van Australië voerden. Hartog kan dus persoonlijk niet worden bekritiseerd vanwege massamoorden of een wrede behandeling van de lokale bevolking. Zodoende is hij een prachtig voorbeeld van de mythische avontuurlijke handelaar en ontdekkingsreiziger. Dat is een mooi excuus om niet te hoeven praten over alle VOC-verschrikkingen en over het structurele gewelddadige en racistische karakter van het Nederlandse kolonialisme.

Het is dan ook niet toevallig dat het Dirk Hartog-herdenkingsjaar plaatsvindt in Australië, een land waar de meerderheid van de bevolking een witte Europese achtergrond heeft, en waar de nakomelingen van de oorspronkelijke bevolking met grof geweld tot een minderheid zijn gemaakt. Het is vrij onwaarschijnlijk dat in bijvoorbeeld Indonesië of India de eerste Portugezen die daar voet aan land zetten, uitgebreid herdacht en bejubeld gaan worden.


Commentaar: Natuurlijk zal het koninklijk koppel het festijn uitbundig meevieren. Per slot van rekening voelen ze zich ook totaal niet bezwaard door de gouden koets waar ze zich jaarlijks mee laten vervoeren, een koets beschilderd met afbeeldingen van slavernij en racisme.


BV Nederland


Onbeduidende VOC-kapitein vereeuwigt zich in Australië wat 400 jaar later gevierd moet worden als dekmantel voor het koloniale verleden van Nederland en om het land schaamteloos te promoten zonder stil te staan bij zijn gruweldaden
Centraal bij het herdenkingsjaar staan natuurlijk de commerciële belangen van de BV Nederland. Op de website verschijnen regelmatig nieuwsberichten. Een flink aantal daarvan belicht facetten waar Nederland volgens de ambassade vierhonderd jaar geleden in uitblonk, en dat nu nog steeds zou doen. Zo wordt de link gelegd tussen de zeventiende-eeuwse navigatie en de eenentwintigste-eeuwse TomTom. En het zeventiende-eeuwse bordspelletje triktrak wordt er met de haren bijgesleept om hedendaagse videogame-bouwers in het zonnetje te kunnen zetten.

De keuze van de thema's is daarbij erg selectief, en er worden alleen sexy en mediagenieke onderwerpen uit de kast getrokken. Want een heel erg voor de hand liggende link, de Nederlandse wapenindustrie, wordt bijvoorbeeld niet genoemd. De roofstaat aan de Noordzee stond een aantal eeuwen geleden bekend als wapenfabrikant en -innovator, en is nu nog steeds een enorme producent en doorvoerhaven van allerlei wapentuig, en een belastingparadijs voor de grootste wapenhandelaars. De link is zelfs nog directer, want Hartog ging, nadat hij was teruggekeerd uit Indonesië, werken voor Elias Trip. Dat was een van de grootste en meest befaamde wapenhandelaren in Europa in die tijd.

In het kader van het herdenkingsjaar zijn er in Australië onder andere bijeenkomsten, tentoonstellingen en festivals. In Nederland is er ook een tentoonstelling, in het Museum voor hedendaagse Aboriginal kunst in Utrecht. Ook wordt er een serie postzegels gelanceerd. Met sommige activiteiten is op zich niet zo veel mis, maar voor een belangrijk deel gaat het om schaamteloze promotie van Nederland, het Nederlandse kolonialisme en Nederlandse miljoenenbedrijven. Achter het project zit een nationalistische en kapitalistische drijfveer en het overkoepelende vertoog is eurocentrisch en racistisch. Hartogs aanvaring met Australië was onderdeel van een koloniaal project dat over lijken ging. En ook al heeft hij zelf zijn handen relatief schoon gehouden, toch moet ook het verhaal van Hartog worden verteld in de context van het gruwelijke kolonialisme waarbinnen zijn reis plaatsvond.