cocaïne verpakt ananassen
© Landelijk Parket De cocaïne was verpakt in dozen met ananassen
Het OM ontkent woensdag informatie te hebben achtergehouden in de zaak rond de van corrupte verdachte douanier Gerrit G. Dat melden journalisten die bij de zitting aanwezig zijn.

Volgens de advocaat van medeverdachte Dennis van den B. was het OM op de hoogte van de smokkel van 300 kilo cocaïne op 9 december 2013.

De gevonden partij drugs tussen een lading ananassen vormde de aanleiding voor het onderzoek naar G. (56). Hij liet volgens justitie stelselmatig containers met drugs in de Rotterdamse haven door, in ruil voor veel geld.

De 44-jarige Rotterdammer Van den B. wordt onder meer verdacht van witwassen en wapenbezit.

Toevalstreffer

De verdediging betwist dat de vondst van de drugs een 'toevalstreffer' was, zoals het OM verklaart. Sanne Schuurman, advocaat van Van den B., zegt een Europees arrestatiebevel in handen te hebben waarin staat dat er al sinds 2012 onderzoek werd gedaan naar een groep Colombianen die bij de cocaïnesmokkel betrokken zou zijn.

EenVandaag publiceerde dinsdag vijf rechtshulpverzoeken van de Belgische politie aan hun Nederlandse collega's, ingediend in november en december 2013. De Nederlandse hulp leidt uiteindelijk, op 12 december, tot een aantal arrestaties van personen die eveneens betrokken waren bij de smokkel van de 300 kilo cocaïne.

Gelogen

Volgens Schuurman en de advocaat van G., Jan Hein Kuijpers, maken de Belgische verzoeken duidelijk dat het OM op de hoogte was van de drugssmokkel en dat de aanklagers hebben gelogen over de start van het onderzoek. Schuurman zei tijdens de zitting op 5 december dat met deze informatie mogelijk liquidaties voorkomen hadden kunnen worden.

Het OM zegt dat uit niets blijkt dat de container gericht is gecontroleerd. De aanklagers vragen dan ook om het verzoek om de Belgische rechtsverzoeken aan het dossier toe te voegen af te wijzen.

De officier van justitie zegt woensdag dat de moorden die volgden op de ontdekking van de 300 kilo cocaïne niet voorkomen konden worden en noemt die insinuatie onnodig grievend.

Rinus M.

Fruithandelaar Rinus M. werd op 14 april 2014 doodgeschoten omdat hij verantwoordelijk werd gehouden voor het verlies van de cocaïne.

Een andere man werd in 2014 in Berkel en Rodenrijs doodgeschoten. Dat blijk later een vergismoord te zijn, want Van den B. was het eigenlijke doelwit.

Opnames

Het OM zegt geen gebruik te maken van de opnames die begin december naar buiten kwamen via de NOS. In de gesprekken zou te horen zijn hoe Gerrit G. tijdens zijn proces is doorgegaan met drugshandel. Volgens de officier van justitie zijn de opnames onbetrouwbaar.

Een Nederlander die Paul wordt genoemd, nam de gesprekken op. Hij zou onderdeel zijn geweest van een drugskartel in de Colombiaanse stad Medellin. Volgens de officier van justitie heeft Paul zichzelf gemeld bij het Team Criminele Inlichtingen (TCI) met de boodschap dat hij informatie had over liquidaties en cocaïnetransporten. Na een gesprek in Colombia is Paul een paspoort verstrekt en ingeschreven als informant. Tevens is een opsporingsbevel wegens een veroordeling tijdelijk opgeschort.

Appartement

containers haven
De officier van justitie erkent dat Paul in augustus in een door justitie betaald appartement is gehuisvest en daar een gesprek heeft gehad met de douanier. De relatie met de informant zou medio oktober zijn verbroken omdat de man onbetrouwbaar zou zijn gebleken.

De gesprekken met Gerrit G. zijn volgens het OM niet op hun initiatief opgenomen. Het contact met Paul staat volgens het OM ook los van de zaak tegen G.

Advocaat Kuijpers wil Paul graag als getuige horen in deze zaak. Paul heeft volgens Kuijpers verteld de opnames wel in opdracht van het OM te hebben gedaan. De informant zou daarnaast hebben laten weten dat er containers met cocaïne opzettelijk zijn doorgelaten. Het OM ontkent dit.

IRT-affaire

Kuijpers betichtte de TCI en het OM van ongeoorloofde opsporingsmethoden. Hij verwees naar de opsporingsmethoden die zijn gebruikt in de jaren negentig in de IRT-affaire, die leidden tot een parlementaire enquête onder leiding van Maarten van Traa. ''Als het waar is wat Paul mij heeft verteld, dan heeft justitie een heel groot probleem. Dit riekt naar Van Traa.'' Bij de IRT-affaire werden drugstransporten met hasj doorgelaten.

De rechtbank zal dinsdag 20 december om 15.00 een beslissing nemen over alle verzoeken.