mh17 crash
© Maxim Zmeyev / Reuters
De crash site van Malaysia Airlines vlucht MH17, nabij het dorp Hrabove, Donetsbekken, 20 juli 2014
Een spoor van vervreemding
Naast het beginsel dat de aanklager altijd gelijk heeft, lijkt nog een ander principe de politieke en journalistieke begeleiding van het JIT-onderzoek te beheersen, namelijk de gedachte dat veel zwak bewijs een sterke zaak zou maken.
Vervreemdend, zo kan het gevoel het beste omschreven worden dat overheerste nadat het Joint Investigation Team (JIT), aanklager in de zaak MH17, op 28 september jl. de resultaten van haar onderzoek openbaarde. In een twintig minuten durende persconferentie gaf het team informatie prijs over het wapen waarmee vlucht MH17 ruim twee jaar geleden zou zijn neergeschoten en, belangrijker nog in verband met de vaststelling van de dader, over de afvuurlocatie van dat wapen.

Het standaard scenario waarmee gewerkt is, moge bekend zijn. Op de ochtend van de bewuste 17de juli 2014 zou een Buk-raketinstallatie zijn aangeleverd vanuit een Russisch konvooi, die vervolgens naar een landbouwveld zuidelijk van de stad Snizhne in het oosten van Oekraïne werd begeleid, waarna het - na de lancering - via Luhansk over de grens weer naar Rusland verdween. Het JIT publiceerde maart 2015, dik negen maanden na de ramp, een oproep voor getuigen waarin dit scenario al centraal stond; de getuigen werden als het ware bij het verhaal gezocht. Een aanklacht gebaseerd op een tunnelvisie leek toen al in de maak (zie artikel Ravage).

De recente persconferentie bleek een déjà vu. Het aan de NAVO gelieerde onderzoeksteam Bellingcat had de publieke geest in (pro)westerse landen al geruime tijd voorbereid op wat zou komen, want het JIT bleek niet verder te zijn gekomen dan het vrijwel één op één kopiëren van wat dit propagandacollectief via een uitgekiende PR-strategie al tijden via gewillige journalisten aan het publiek toevertrouwd had.

Aanklager heeft altijd gelijk

Op zichzelf was dat geen verrassing. Beide organisaties, JIT en Bellingcat, baseren zich voornamelijk op bewijs dat, al dan niet direct, voornamelijk is aangeleverd door de Oekraïense geheime dienst (SBU). Waar Bellingcat zo´n beetje tot keizer van het MH17-onderzoek wordt gekroond, is hun bijdrage forensisch gesproken feitelijk nihil geweest. Het collectief fungeerde meer als hype-surfend doorgeefluik van door anderen aangeleverd 'bewijs' van sociale media - meestal met een SBU luchtje - dan dat het zelf enig kritisch onderzoek verrichtte.


Wat desondanks verraste, tot vervreemding aan toe, is dat het JIT in tegenstelling tot het OVV-rapport (onderzoeksraad voor veiligheid) vrijwel niets bracht dat afweek van de standaard lijn die al vanaf de avond van die akelige 17de juli was uitgezet door Oekraïense officials en onbekende bronnen die enkele foto's en video's van een Buk-transport op internet postten. Weliswaar kregen we nu meer materiaal te zien dat na - uiteraard 'diepgravend onderzoek' - van sociale media was gehaald. Maar dat nam de bittere smaak niet weg dat het publiek hier met groteske verklaringen over 100 procent sluitend bewijs eigenlijk - om het netjes te zeggen - in zijn hemd werd gezet.

Mainstream media reageerden volkomen anders. RTL-Nieuws correspondent Olaf Koens en anderen konden zich niet inhouden en scholden de luttele kritische journalisten in deze zaak - Joost Niemöller, Wierd Duk - uit voor complotdenkers, omdat zij het hadden gewaagd aandacht te besteden aan een alternatief scenario. Eliot Higgins en zijn rechterhand Aric Toler, medewerkers van Bellingcat, reageerden zoals verwacht: triomfalistisch, arrogant en agressief. De NOS en andere journalisten stelden vragen aan het JIT over hoe de Russen nu konden worden vervolgd, elke kritische vraag over het getoonde zorgvuldig mijdend.

Zonder meer werd mediabreed aangenomen dat de aanklager altijd gelijk heeft, overigens een beginsel dat normaal gesproken exclusief wordt aangehangen in een totalitaire politiestaat waarin een rechter slechts afstempelt. Maar ondanks dat de aanklager en speurder nu openlijk meer 'sociale media bewijs' publiceerden om het publieke debat beslissend te beïnvloeden - in welke strafzaak kom je dat eigenlijk vaker tegen? - blijven de vragen over de ongerijmdheden die in de keten van bewijs optreden zonder meer geldig.

Dissident onderzoek

Enkele belangrijke punten die naar aanleiding van onderzoek door een groep dissidente onderzoekers werden vastgesteld, zijn onder andere:

De herkomst en datering van het materiaal van de Buk-route is omgeven met onduidelijkheden (zie bijvoorbeeld);

De lanceerlocatie, eigenlijk oorspronkelijk gelokaliseerd op basis van een dubieuze foto van een lanceerpluim, een platgebrand veld en wat non-descripte sporen in nabij gelegen velden, is fysisch/mathematisch onmogelijk (zie op mijn blog bijvoorbeeld hier en hier);

De (publiekelijk kenbare) afgeluisterde gesprekken vertonen inhoudelijk zoveel tegenstrijdigheden dat het lachwekkend wordt en enkele zijn bovendien ook technisch bewezen geknipt en geplakt (zie bijv. hier)

Daarnaast bleek het verhaal - gebaseerd op een ingetrokken bericht van een separatistische nieuwssite - dat de separatisten een fatale vergissing zouden hebben gemaakt door MH17 aan te zien voor een Oekraïens vrachtvliegtuig, een hoax (zie hier).

Interessant aan de perspresentatie van het bewijs was eigenlijk om na te gaan wat eigenlijk niet werd gemeld. Afwezig in de animatie over de getoonde Buk-route was bijvoorbeeld de video die 13 mei jl. plotseling opdook van het Buk-transport in Makeevka, even buiten Donetsk, een dag na publicatie van een satellietfoto waarop hetzelfde transport op ongeveer hetzelfde tijdstip te zien zou zijn.

Deze satellietfoto is inmiddels gewoon op Google Earth te bekijken, maar publicatie van één en ander leek zorgvuldig geregisseerd door de Amerikaanse inlichtingendiensten. Desalniettemin bleef dit cruciale, duale bewijsstuk onbenoemd. Dat was naast de staatsgeheime 'we saw where it came from' informatie waarop John Kerry zich baseerde, nog een stuk Amerikaans bewijs dat niet getoond werd.

Het wapen: een Buk, maar welke...

Opmerkelijk was ook dat het JIT twee jaar geleden al veldexperimenten heeft verricht met Finse Buks, maar daarvan (kennelijk op Fins verzoek) tijdens de persconferentie geen enkel resultaat te bieden had. Niettemin bleef het exacte type wapen onbekend. Volgens het JIT was een Buk-raket uit de 9M38 serie afgeschoten zodat men specifieke aanwijzing van een nieuwere variant uit die serie vermeed.

Die nieuwere variant bezat unieke fragmentatie elementen, de zogenoemde vlinderdas-fragmenten, waarvan er twee in de cockpit waren teruggevonden. Ook RTL4-journalist Jeroen Akkermans had een dergelijk element aangetroffen, maar op een plaats die technisch gesproken onmogelijk was en daar dus kennelijk geplant was.


Poetin heeft het gedaan!
De Telegraaf was evenwel bereid een dag voor de persconferentie desinformatie te verspreiden over een feitelijk niet bestaande 'Russische variant' van het wapen, een variant die door het JIT zou worden bevestigd. Dat bleek een dubbele leugen, aangezien ook Oekraïne op het moment van de ramp in het bezit was van de oude en nieuwe varianten uit de 9M38-serie.

Saillant was dat het JIT de Buk als wapen bevestigde door een deel van een raket te laten zien dat in de sponning van het cockpitraam was achtergebleven. De groep dissidente onderzoekers had al beargumenteerd dat de plaats van dit materiaal bewees dat de OVV een verkeerd detonatiepunt had bepaald - waaruit vervolgens ook een verkeerde lanceerrichting was berekend.

Dat bleek voor het JIT geen enkel probleem. Men kondigde zelfs aan met eigen berekeningen, die nog specifieker zouden zijn dan de OVV al had uitgevoerd, de plaats van afvuren exact te hebben bepaald. Uiteraard waren ook die berekeningen geheel in lijn met onderzoek van het Kiev Research Institute, dat pikant genoeg eerder al angstaanjagend exact op de Bellingcat lanceerplek uit was gekomen (zie pag. 154 OVV rapport).

... en van wie?

Contrabewijs en -expertise werden dus stelselmatig uitgesloten. De officiële onderzoekers hadden er gedurende het onderzoek gewoonweg geen belangstelling voor, zo bleek uit eigen ervaring, ook al werd geprobeerd de resultaten ervan hen aan te bieden. Dat gold zowel voor bewijs vanuit kringen van de Russische staat en het bedrijf dat het Buk systeem vervaardigt als bewijs van de groep dissidente burger-onderzoekers.

Een ander belangrijk voorbeeld van die houding was de wijze waarop met vers aangeleverde primaire Russische radarbeelden werd omgesprongen. Er waren weliswaar geen Oekraïense SU-25 jachtvliegtuigen in de buurt van MH17 te zien op het moment dat het vliegtuig getroffen moest zijn, maar ook een Buk-lancering vanuit Snizhne bleek absent.

Het eerste gegeven werd door aanhangers van het standaardverhaal direct overgenomen en breed uitgemeten, het tweede werd verdonkeremaand. 'Afwezigheid van bewijs, is nog geen bewijs van afwezigheid', stelde het JIT, hoewel op basis van radar specificaties kan worden aangenomen dat de Buk met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid ten minste één keer moet hebben 'opgelicht', maar waarschijnlijk zeker vier keer gedurende zijn dodelijke vlucht gesignaleerd zou moeten zijn. In een eventuele rechtszaak zal het JIT zich er uiteindelijk toch over moeten buigen.

In eenzelfde vlaag van overmoedigheid werd ook de mogelijke betrokkenheid van Oekraïne bij de ramp vermeden. Zelfs de mogelijkheid van misdadige nalatigheid, zoals het openhouden van het luchtruim boven conflictgebied waarin mogelijk middellange afstand raketten aanwezig zijn, werd onvermeld gelaten. Nog opmerkelijker was dat bij het bestuderen en afstrepen van scenario's men kennelijk bij de afdeling SAM (surface-to-air missiles) de mogelijkheid van een Oekraïense Buk was vergeten.

Het JIT had uiteraard in het ideale geval op zijn minst dienen te vermelden dat was vastgesteld dat het scenario van een Oekraïense Buk onmogelijk zou zijn, nadat Oekraïne volledige openheid van zake zou hebben gegeven over de locaties waar hun Buk-eenheden in het bestreden gebied zich hadden bevonden op en rond de 17de juli. Met name de Buks van het 1ste en 2de bataljon van het 156ste regiment, die zich waarschijnlijk ten zuiden van de lijn Donetsk-Snizhne bevonden, konden heel goed binnen schootsafstand hebben gestaan. Deze stap werd helaas overgeslagen, onopgemerkt door het voltallig aanwezige journaille. Ook nu geldt dat als het ooit tot een rechtszaak mocht komen, deze gegevens evenwel onherroepelijk boven water moeten komen.

Het move-in-shoot-down-move-out scenario komt Oekraïne zeer goed uit. Het verhaal werd al voorbereid vlak na middernacht (17 op 18 juli 2014) toen diverse Oekraïense bronnen dicht bij de regering meldden dat een Buk-konvooi op weg was naar de Russische grens via Marinovka. In de opeenvolgende dagen werd dat verhaal vervolgens officieel door de minister van Binnenlandse Zaken Avakov twee keer aangepast. De Buk was niet direct via Marinovka, op 18 km van Snizhne, over de grens gegaan en ook niet in een konvooi. Het had zelfstandig op een dieplader een route van honderden kilometers omgereden via Luhansk en Krasnodon, recht door Oekraïens gecontroleerd en gebombardeerd gebied.

Het nut daarvan moge duidelijk zijn. Als de Buk nog geen 24 uur in Oekraïne was, dan ontslaat dat het Oekraïense leger grotendeels van verantwoordelijkheid het wapen niet te hebben kunnen opsporen en vernietigen.

De afvuurlocatie, omgeven met mysterie

Van de berekeningen van de raketbaan om de precieze lanceerlocatie te kunnen bepalen, werd op de JIT-persconferentie niets getoond, ook niet naderhand op de website van politie of Openbaar Ministerie. Op basis van de matig betrouwbare berekeningen die TNO en het Nederlands Lucht- en Ruimtevaart Lab (NLR) hadden gedaan voor de OVV kon al geconcludeerd worden dat exacte plaatsbepaling een haast onmogelijke klus moest zijn geweest.

Er waren bijvoorbeeld veel te weinig wrakstukken in het getroffen gebied van het vliegtuig opgenomen om tot een goed simulatiemodel van het schadepatroon te komen. Sommige schade aan de wrakstukken, of juist afwezigheid ervan, leek volkomen in tegenspraak met een lancering volgens het Snizhne-scenario. Verder was het detonatiepunt verkeerd bepaald en waren de parameters voor wapenprestaties niet van de Buk fabrikant overgenomen, maar door de NAVO aangeleverd (zie hier).

Toch schijnt het JIT erin te zijn geslaagd een uiterst nauwkeurige berekening te maken, een opmerkelijk gegeven aangezien bijvoorbeeld niet (veel) meer cruciale wrakstukken zijn geborgen en Russische (contra-)expertise stelselmatig buiten de deur werd gehouden.

Daarnaast waren er weliswaar van het aangewezen lanceerveld bodemmonsters genomen om chemische sporen van een Buk-lancering veilig te stellen, maar die hadden kennelijk, zoals ik reeds voorspelde aan de hand van Westerbeke´s februari brief aan de nabestaanden, tot niets geleid. In ieder geval bleven ook die - zeer waarschijnlijk negatieve - forensische resultaten buiten bereik van pers en publiek. Afwezigheid van bewijs is nog geen bewijs van afwezigheid, zal waarschijnlijk de conclusie zijn geweest.

Vormen van bewijs

De vraag is dus wat nu eigenlijk wél de stellige toon van het JIT-presentatie rechtvaardigde. Dat bleken drie vormen van bewijs. In de eerste plaats noemde men dat een staatsgeheim Amerikaanse intel-rapport was ingezien die de bekende plaats van lancering bevestigde (of: niet ontkende?). Een verklaring door het JIT-lid dat dit rapport heeft ingezien onder ede voor een rechtbank, zou dan als rechtmatig bewijs gelden. Dat zal dan een uitspraak zijn in de trant van 'Amerikaanse gegevens zijn behulpzaam geweest bij het bepalen van de lanceerlocatie'.


Commentaar: Die kennen we al, oude koek dus. Wat kan er zo 'geheim' aan zijn als daarmee het onderzoek geholpen kan worden, tenzij de VS wat te verbergen heeft?


anti-Rusland propaganda

Ziekmakende propaganda van de imperialisten en hun lakeien
In de tweede plaats was, zoals gezegd, nieuw dat pas in de lente van 2016 door het JIT een tweede foto van de Buk- lanceerpluim op sociale media gevonden zou zijn. Die zou na 'triangulatie' volledig passen bij de andere foto en een onbekend getuigenverslag. (zie hier vanaf ongeveer 6:40)

Dit verhaal is uiterst ongeloofwaardig. Allereerst kun je je afvragen waarom die foto óns niet heeft gevonden, met andere woorden, waarom de foto op sociale media zo lang verborgen is gebleven voor het grote publiek. Die kwestie wordt brandender nadat onderzoek van de dissidente onderzoekers aantoonde dat een bekende pro-Kiev sociale media informant uit Snizhne te koppelen was aan beide pluimfoto´s en aan een getuigenverklaring met betrekking tot de lanceerpluim.

Een klein groepje van dit soort infowarriors - Kiev getrouwen die intensief op sociale media berichtten over militaire transporten en gebeurtenissen in het conflictgebied en via minstens één van hen contacten onderhielden met de SBU - bleek verantwoordelijk voor verspreiding van een groot deel van het sociale media bewijs. Het maakt het bewijs op zichzelf nog niet vals, maar opmerkelijk is het zeker. De afwezigheid van sociale media bewijzen via andere kanalen is op zichzelf misschien geen bewijs, maar een rode vlag om alert te zijn is het wel.

In ieder geval kunnen we aannemen dat ook de tweede pluimfoto uit bronnen rond de SBU afkomstig is, waarschijnlijk vanaf een SBU observatiepost (of van de afdeling 'vals bewijs', wie zal het zeggen?). De vraag is dan waarom het JIT hierover liegt. Moet de SBU in de schaduw blijven? Of zijn er gewoonweg, zoals vaak in geval van bewijs dat van sociale media wordt geplukt, geen metadata beschikbaar die de datum dat de foto is genomen exact zouden kunnen bevestigen?

Basisbewijs: taps van ... de SBU

Ten derde zou nieuw bewijs afkomstig zijn van afgeluisterde gesprekken door - alweer - de Oekraïense geheime dienst. De officiële verklaring luidt dat de Buk-crew op de 17de om bevestiging zou hebben gevraagd van de weg naar het bekende lanceerveld. Maar ook in dit geval lijkt de inhoud weer logische ongerijmdheden te bevatten.

Uit een ander gesprek zou zijn gebleken dat de separatisten op de avond van de 16de een Buk zouden hebben 'besteld'.

Een andere lezing zou zomaar kunnen zijn dat door een hoge officier (waarschijnlijk Sergey Petrovksy alias 'Khmuryi', de tweede man van de DNR strijdkrachten) de wens geuit wordt over een Buk te kunnen beschikken. Zijn gesprekspartner 'Sanych', leider van een konvooi militante vrijwilligers uit de oostelijke grensgebieden (konvooi 'Vostok'), meldt in dat geval de Buk te willen begeleiden, waarschijnlijk van Donetsk naar het frontgebied. ,,Nou kijk, Nikolajevitsj, als je nodig hebt... zullen wij het verzenden... naar je gebied". Het is zeer onwaarschijnlijk dat deze subcommandant van het konvooi, gezien zijn functie, de macht en de positie heeft op korte termijn in Rusland een Buk te regelen voor de separatistische strijdkrachten of, zoals wordt gesuggereerd, daar zelfs zelf zorg voor te dragen.

Volgens het JIT zijn wel 150.000 taps bekeken en beluisterd, waarvan er 3.500 in het dossier zijn bewaard. Sterke (indirecte) bewijskracht lijkt te hebben dat het JIT claimt via deze afgeluisterde gesprekken de volledige Buk-transport route te hebben kunnen volgen. Hoewel het onwaarschijnlijk is dat alle taps zijn vervalst, zijn er wel twee dingen opmerkelijk.

In de eerste plaats is de inhoud van de gesprekken die al zijn gepubliceerd zeer ambigue en voor meerdere uitleg vatbaar, tenzij geluisterd wordt met een grote dosis vooringenomenheid en door de psychologische capaciteit stelselmatig logische onregelmatigheden te ontkennen. Ten tweede is van een aantal belangrijke taps bekend dat zij wel degelijk gemanipuleerd zijn, dat wil zeggen: suggestief geknipt en geplakt en bovendien waarschijnlijk vals gedateerd en van een valse tijd voorzien.


Commentaar: Laten we niet vergeten dat de psychopaten aan de top fantastische leugenaars zijn.


Veel zwak bewijs maakt sterke zaak?

Naast het beginsel dat de aanklager altijd gelijk heeft, lijkt nog een ander principe de politieke en journalistieke begeleiding van deze rechtsgang te beheersen, namelijk de gedachte dat veel zwak bewijs een sterke zaak zou maken. Het is begrijpelijk dat de nabestaanden houvast wensen en zich vastklampen aan deze onderzoeksresultaten. Maar hoewel de presentatie van het JIT in de zaak MH17 wordt behandeld als een uitspraak van een Waarheidscommissie die is bekleed met het allerhoogste gezag, knagen feitelijk nog talloze vragen aan de fundamenten van het onderzoek.

Het meest opmerkelijke van de volledige perspresentatie van het JIT is dan toch wel de enorme stelligheid waarmee de onderzoeksresultaten werden aangemerkt in termen als 'We zijn 100 procent zeker' en 'er is sprake van sluitend bewijs'. Om dergelijke beweringen te kunnen uiten, is volledige afwijzing noodzakelijk van diverse vormen van tegenbewijs en contra-expertise, zowel van de kant van de Russische staat en de wapenfabrikant als van onafhankelijk onderzoek naar het getoonde sociale media bewijs en de taps.

Als sociale media onderzoeker in deze zaak heb ik geleerd dat aanwijzingen die hier hun oorsprong hebben, over het algemeen doorspekt zijn met onzekerheden en niet altijd voorstellen wat ze lijken. Belangrijke gegevens ontbreken vaak. Suggestie en vooringenomenheid liggen op de loer om de ruimte tussen de punten - de foto's, de video's, de tweets - op zo'n manier in te vullen, dat een verhaal ontstaat over een gebeurtenis die feitelijk nooit zo heeft plaatsgevonden. De wijze waarop het verhaal van de 'fatale vergissing' in de media is gekomen, is daar het meest saillante en duidelijke bewijs van.

De waarde van getuigenverklaringen, zeker naarmate het langer duurt voordat men ze inroept en men ze ook nog 'geframed' binnen een bepaald scenario verzamelt, zoals het JIT heeft gedaan, is zeker in een politiek beladen zaak uiterst precair. Het JIT zegt 200 getuigen te hebben, maar hoeveel van die 'patriottische' getuigen hebben hun geheugen al dan niet bewust aangepast aan dat ene leidende Kiev vriendelijke scenario?

Afgeluisterde gesprekken

De afgeluisterde gesprekken, voor zover die in ieder geval zijn prijs gegeven, geven een tweeledig beeld. Enerzijds is sprake van moedwillige manipulatie door de Oekraïense geheime dienst om een bepaald verhaal te suggereren en te versterken. Anderzijds is ook in deze bekende gevallen duidelijk dat vooral suggestie en vooringenomenheid een cruciale rol spelen om de gesprekken te kunnen vertalen naar een betekenis die past binnen de grenzen van het gewenste verhaal.

De technische aanwijzingen zouden leidend moeten zijn, en juist hier zou de Russische inbreng serieus genomen moeten worden. Met name de nieuwe primaire radarbeelden zonder Buk-lancering zijn interessant, als ook de berekeningen en observaties van de fabrikant die aan zouden kunnen tonen dat de lanceerinstallatie veel verder naar het (zuid)westen zou kunnen hebben gelegen, dat wil zeggen, in Oekraïens gecontroleerd gebied.

Poetin Peacemaker

En zo ziet de rest van de (weldenkende) wereld Poetin, als een vredesmaker
Hoewel het haast onmogelijk lijkt de stroom aan zwak bewijs voor het leidende scenario te weerstaan, zou de ratio het eigenlijk moeten winnen van het gevoel. Het JIT zal het in een strafzaak vooral moeten hebben van duidelijkere aanwijzingen in de transcripten van de taps die nog niet bekend zijn en van de berekeningen aan de hand van de inslagschade aan het vliegtuig. Ook wat dat laatste betreft zijn, zoals gezegd, sterke twijfels aan de orde.

Wil het JIT een serieuze zaak maken dan zal het in ieder geval een antwoord moeten vinden op:

- het feit dat berekeningen op basis van de lanceerpluim foto's aantonen dat origine van de pluim niet op het Bellingcat veld gelegen kan zijn;

- het gegeven dat primaire radarbeelden geen Buk lancering vanaf de omgeving Snizhne te zien geven;

- de verschillen tussen de berekeningen van Buk-fabrikant Almaz-Antei en de eigen berekeningen van de lanceerbaan;

- de vraag waar de Oekraïense Buk-eenheden in het conflictgebied zich bevonden;

- het feit dat belangrijke, gepubliceerde afgeluisterde gesprekken inhoudelijke en logische onregelmatigheden vertonen en technisch bewerkt zijn;

- het feit dat geen enkele inlichtingendienst (inclusief de MIVD) zowel toegang als vertrek van een Russisch geleverde Buk-eenheid heeft kunnen vaststellen.

Verder zal het JIT-team met sterke bewijzen moeten komen, zoals:

- Verifieerbare metadata van bewijs dat van sociale media is geplukt;

- Verifieerbare metadata van de onderschepte gesprekken in een forensisch sluitende ketting van inbeslagname;

- Verifieerbare getuigenverklaringen die hiaten in het verhaal van het Buk-spoor kunnen verklaren;

- Een logische verklaring voor het gebrek aan een motief inclusief een feitenrelaas hoe de gebeurtenissen dan hebben kunnen plaatsvinden.

Mijn conclusie: Het is mogelijk dat een Buk, bediend door separatisten, MH17 heeft neergeschoten - in dat geval waarschijnlijk misleid door een of andere Oekraïense provocatie of interventie - maar dat de frase 'met 100 procent zekerheid' eerder een politieke dan een juridische uitspraak is. Er zijn te veel onduidelijkheden, er is te veel tegenbewijs. Als dit scenario klopt, dan niet conform de SBU/JIT/Bellingcat versie.

Een juridisch proces na propagandawinst?

Natuurlijk springt ook in het oog dat een mogelijk strafrechtelijk interessante rol van Oekraïne volledig onbesproken is gelaten, zowel in de zin van potentieel (mede)daderschap als van misdadige nalatigheid. Om maar te zwijgen van het feit waar vooraf überhaupt al vraagtekens bij konden worden gezet, namelijk de vertegenwoordiging van de mogelijke dader Oekraïne in het onderzoeksteam. Diverse specialisten beweerden dat zonder Oekraïne het onderzoek niet mogelijk zou zijn, waarmee zij op een cynische manier toch wel gelijk hebben gekregen. Het onderzoek draagt van het eerste tot het laatste moment de signatuur van de Oekraïense geheime dienst.

Wat mij nog het meest verraste aan dit mediaspektakel, werd niet meteen duidelijk: De volledige vrijwaring van de Oekraïense staat, of het feit dat dit totaal niet werd opgemerkt door vrijwel de voltallig aanwezige media. Wellicht waren zij geïntimideerd doordat het JIT, kennelijk voorbereid, een stellige toon aansloeg, een toon die feitelijk alleen maar op een afleidingsmanoeuvre kan wijzen aangezien het getoonde bewijs zwak of forensisch waardeloos lijkt.

Maar voor een politiek proces is natuurlijk geen rechter nodig en het JIT heeft in die zin goede zaken gedaan voor de westerse wereld en Oekraïne. De verworven propagandawinst tegenover Rusland, dat op dit vlak keer op keer bittere nederlagen leed, zal tot in Syrië gevoeld worden. Of het feitelijk tot een serieus juridisch proces komt, is twijfelachtig omdat de zaak juridisch niet sterk is en de politieke winst al is ingeboekt. Dat gezegd hebbende, uiteraard moeten we er van uitgaan dat alles mogelijk is. Dat hebben we wel geleerd van de Lockerbie-zaak.


Commentaar: En daar draait het uiteindelijk om nu Rusland de VS in Syrië schaakmat heeft gezet. Hoewel het imperium van chaos (ogenschijnlijk) schittert door afwezigheid in dit 'onderzoek' is het wel de motor achter al het oorlogsgeweld van de laatste decennia en de daarmee gepaarde propaganda. Alleen psychopaten en hun geponeriseerde handlangers zijn hiertoe in staat.